PRIJS VAN DE EENHEID

'In einem halben Jahr sind die Hollander hier.' Dat voorspelt Siegfried Dohler, bestuurder van de Oostduitse vereniging van boeren. Onder de kop 'Planlos in die Pleite', beschrijft het Westduitse weekblad die Zeit de sombere vooruitzichten voor de DDR-boeren. Nederlandse agrariers zouden er goed aan doen kennis te nemen van die ontwikkelingen. Want, hoe cynisch het ook mag zijn, het faillietvan de boeren daar opent perspectieven voor de boeren hier. Straks kunnen zij voor een prikje de onrendabele Oostduitse agrarische bedrijven overnemen, die zij met hun know how kunnen omtoveren tot winstgevende.

Sinds de invoering van de D-mark in de DDR per 1 juli van dit jaar gaat het met de DDR-boeren rap bergafwaarts. De oorzaken daarvan liggen zowel aan de vraag- als aan de aanbodkant.

Ruim veertig jaar lang waren de DDR-consumenten gedwongen de eenheidsworst te slikken die de planeconomie hen voorhield. De winkels werden bevoorraad zonder rekening te houden met hun voorkeuren. De consument mocht al blij zijn dat er aanbod was. Nu zij kunnen kiezen, keren de consumenten zich massaal af van de eigen produkten. Het beste komt immers uit het Westen. Dat een kilo Nederlandse kersen twee tot drie keer zo duur is nemen zij daarbij voor lief. Schamper merkte het weekblad der Spiegel onlangs op: 'Niet alleen bij tomaten en komkommers, ook bij kersen is het vooral de Nederlanders gelukt, de smaak weg te kweken en daarvoor produkten te scheppen die qua vorm en kleur onberispelijk zijn. DDR-boeren zijn nog niet zo ver.' Tot voor kort leverden de Oostduitse boeren hun produkten aan de staatsbedrijven, maar die hebben hun contracten verbroken en zijn hals over kop in zee gegaan met westerse leveranciers. In sommige gevallen hebben die toeleveringsbedrijven zelfs bedongen dat de afnemer geen Oostduitse produkten mag verkopen. Ook hierdoor is de afzetvan DDR-boeren dramatisch gekelderd. De onverkoopbare voorraden stapelen zich opbij de Oostduitse boeren. Verleden week lukte het een partij varkens, tegen afbraakprijzen, te verkopen aan West-Duitsland. Binnenkort liggen ze als 'bratwurst' in de Oostduitse winkels, maar dan wel met het label 'made in West-Germany'. Een duidelijk voorbeeld van de chaos waartoe de overgang van plan- naar markteconomie heeft geleid.

Aanbodkant

Maar ook aan de aanbodkant liggen oorzaken voor de naderende ondergang van de Oostduitse agrarische sector. Om de agrarische produktie op te voeren heeft de DDR-planeconomie zijn boeren onder dwang samengebracht in zogenoemde Landwirtschaftliche Produktionsgenossenschaften (LPG's). Door produktie op grote schaal zouden kostenvoordelen kunnen worden bereikt. Efficient is de landbouw daardoor niet geworden. Integendeel. Op de LPG's wordt gewerkt met totaal verouderde machines, veel arbeidskrachten en een overdaad aan chemische bestrijdingsmiddelen. Bij de produktie staat de hoeveelheid centraal, de kwaliteit wordt verwaarloosd. De produktiekosten in de LPG's liggen aanmerkelijk boven die van de EG-landen. Tot voor kort was dat geen probleem. De Oostduitse staat verwende zijn boeren met extreem hoge prijzen. Soms wel drie keer zo hoog als wij in de EG gewend zijn. De eindprodukten belandden sterk gesubsidieerd bij de consument. Met het ontstaan van de monetaire unie werden de producentenprijzen verlaagd tot het EG-peil. Lagere prijzen enonverminderd hoge kosten zullen aan veel bedrijven de nekslag geven.

Niet alleen de landbouw staat er belabberd voor, ook de Oostduitse industrie kampt met grote afzetproblemen. In het eerste halfjaar is de industriele produktie met zeven procent gedaald. Veel bedrijven kunnen hun werknemers en leveranciers niet meer betalen uit de opbrengst van hun verkopen. Daarmee brengen zij hun leveranciers weer in de problemen, die op hun beurt weer geld tekort komen, enzovoort. De vraag naar Westduitse overlevingskredieten overtreft dan ook iedere verwachting. Een groot gedeelte van die kredieten verdwijnt in bedrijven die ten dode zijn opgeschreven. Naar schatting kan slechts een derde deel van het Oostduitse bedrijfsleven de concurrentieslag met enig vertrouwen tegemoet zien. Een ander derde deelzal misschien overleven. De rest zal de komende maanden vrijwel zeker zijn poorten moeten sluiten. Hoe het precies is gesteld met de ongezondheid van de bedrijven valt nu nog niet te zeggen. Betrouwbare bedrijfsbalansen die een correct beeld geven van bezittingen en schulden ontbreken nog.

Staatsschuld

Ook de overheidsfinancien van de DDR dreigen volledig uit de hand te lopen. Ondanks een bijdrage uit Bonn van 25 miljard D-mark heeft de DDR-begroting een tekort van 3,5 miljard. En het ziet ernaar uit dat het tekort nog veel groter zal worden. Een voorbeeld. De Westduitse regering ging ervan uit dat er eind 1990 zo'n 440.000 werklozen zouden zijn. Nu doen schattingen van minimaal 800.000 de ronde. De bijna drie miljard D-mark die Bonn beschikbaar heeft gesteld voor het opzetten van een werkloosheidsverzekering zal dan ook zeker niet voldoende zijn.

De prijs die West-Duitsland zal moeten betalen voor de Duitse eenheid zal veel hoger uitvallen dan aanvankelijk was begroot. Kohl beloofde dathij de 'Beitritt' zou realiseren zonder de Duitse staatsschuld te vergroten en de belastingen te verhogen. Iedere weldenkende Duitser heeft intussen door dat hij niet ontkomt aan hogere belastingen. Kohl heeft de lippen steeds stijf op elkaar gehouden. Pas afgelopen weekeinde heeft hij toegegeven dat de kans op een belastingverhoging na de verkiezingen wel degelijk bestaat.