Ook voor koning Fahd zijn de bewegingen van Iraks leider nu overduidelijk: Saoediers volgende doelwit Saddam

AMSTERDAM, 8 aug. De Arabische wereld bereidt zich koortsachtig voor op de onvermijdelijk lijkende oorlog. De dramatische besluiten die koning Fahd de afgelopen dagen heeft genomen, zijn een regelrechte, hoewel stilzwijgende, oorlogsverklaring aan het adres van Iraks president Saddam Hussein.

Nog maandagavond dreigde Saddam in een gesprek met de Amerikaanse zaakgelastigde in Bagdad dat hij het afsluiten van de oliepijpleiding door Saoedi-Arabie met een gepast antwoord een aanval zou beantwoorden. Zeker even opmerkelijk was wat in Jordanie de krant Al Raj schreef, die daarmee zonder enige twijfel de gevoelens vertolkte van Saddam en zijn Arabische geallieerden: 'Als de Iraakse en Koeweitse olietoevoer wordt gestopt, zal de andere olietoevoer eveneens gestopt worden. Iedereen die in het grootste oliereservoir ter wereld met vuur speelt, zal het hele reservoir in brand steken'. Het was dan ook hoogst onzeker of de doodsbange Saoediers ertoe gebracht konden worden de confrontatie met Saddam aan te gaan. Dagenlang hoopten zij tegen beter weten in de Iraaks-Koeweitse crisis alsnog binnen de Arabische familiekring te kunnen oplossen.

De familie bleek echter hopeloos verdeeld. De Iraakse leider had zich voorzien van een aantal bondgenoten wat elke collectieve Arabische actie tegen de overval op Koeweit uitsloot. Niet alleen bleek Saddam de onvoorwaardelijke steun te genieten van PLO-leider Arafat, er zijn ook hardnekkige geruchten uit Koeweitse en andere Arabische bronnen in de Golf dat een deel van de 350.000 tellende Palestijnse gemeenschap in Koeweit actief betrokken is geweest bij de voorbereidingen van de Iraakse invasie. Veel Palestijnen zouden zich hebben opgegeven voor het Koeweitse 'volksleger' van de nieuwe machthebbers, dat thans volgens berichten van ooggetuigen al plunderend door Koeweit trekt.

Daarnaast bleek Saddam politieke steun te genieten van koning Hussein van Jordanie, president Ali Abdallah Saleh van Jemen (dat zich traditioneel bedreigd voelt door de grote Saoedische buurman) en kolonel Gaddafi van Libie. Deze combinatie van krachten stond er garant voor dat elke poging om de Iraakse president en de afgezette emir van Koeweit met elkaar te verzoenen bij voorbaat tot mislukken was gedoemd.

Nog veel belangrijker was echter dat Saddam, onder applaus van zijn Arabische helpers, er geen enkel misverstand meer over liet bestaan dat de overname van Koeweit niet het einde, maar pas het begin was van een lange, triomfantelijke weg. Saddams grootse plannen hadden ten doel om dertig jaar na dato alsnog het mislukte programma uit te voeren van de Egyptische president Gamal Abdel Nasser. Nasser had zich in de jaren vijftig en zestig ten doel gesteld alle Arabische olie-potentaten aan de Golf ten val te brengen, teneinde de Arabische olie tot een onoverwinnelijk wapen te maken in de strijd tegen wat werd genoemd het imperialisme en het zionisme. De burgeroorlog in Noord-Jemen, die Egypte en Saoedi-Arabie tegenover elkaar plaatste, was direct gelieerd aan Nassers plannen. Vanuit Jemen hoopte Nasser namelijk het hele Arabische schiereiland met zijn rijke oliebronnen onder controle te krijgen.

De afgelopen weken en maanden hadden de Iraakse media en diplomaten, in navolging van Saddam, Nassers pan-arabische redevoeringen en propaganda alleen wat ruwer gekopieerd. Saddams nachtelijke overval op Koeweit toonde duidelijker dan wat ook dat Saddam Nassers scenario volgde. Er waren slechts drie verschillen: Saddam probeerde de olievorsten aan de Golf niet vanuit het zuiden (Jemen) maar vanuit het noorden (Koeweit) omver te werpen; hij was veel gevaarlijker dan Nasser ooit geweest was omdat hij over oneindig meer wapens en manschappen beschikte; en hij beschikte niet nog niet over het charisma dat Nasser voor de Arabische massa's zo onweerstaanbaar had gemaakt. Maar de tijd drong. Nu al was het duidelijk dat het laaiende enthousiasme van Saddams Arabische medestanders in steeds grotere delen van de Arabische wereld als een brand om zich heen greep. Als men geen snelle actie ondernam om Saddam in te dammen, zou het te laat zijn. Dan zou iedereen in de ban zijn van 'de nieuwe Saladdin die Jeruzalem uit de klauwen van de moderne Kruisvaarders (Israel) zou bevrijden'. De razend snelle opbouw van Iraakse tanks en troepen in het zuiden van Koeweit aan de grens met Saoedi-Arabie liet geen misverstand meer toe. Die troepenopbouw was tegen Saoedi-Arabie bedoeld, het Huis Saoed werd dodelijk bedreigd. Het non-agressieverdrag dat Saoedi-Arabie in maart vorig jaar met Irak had gesloten, in de hoop zich daarmee tegen een Iraakse aanval te beveiligen, bleek van nul en generlei waarde te zijn. De Saoedische krant Al Nadwa mocht dan ook de gevoelens van het koningshuis vertolken: 'Het is niet langer mogelijk om te verdragen wat er na de Iraakse invasie van Koeweit in de Arabische arena aan de gang is'. Toch had Dick Cheney, de Amerikaanse minister van defensie, geen gemakkelijke taak. Hij was vergezeld van enkele tientallen militairen en functionarissen van de CIA naar Saoedi-Arabie getogen om de koninklijke familie ervan te overtuigen dat het niet alleen president Saddam Hussein, maar ook president George Bush menens was. Saddam had inderdaad een formidabele troepenmacht tegen Saoedi-Arabie samengetrokken die elk ogenblik kon binnnenvallen. En Bush was vastbesloten om voor eens en altijd af te rekenen met Saddam.

Sinds de jaren veertig, toen de Saoediers de Britten als schutspatroon voor de Amerikanen inruilden, zijn de Verenigde Staten en Saoedi-Arabie als een Siamese tweeling met elkaar verbonden. Hun navelstreng is gemaakt van olie en dollars, reden voor Washington om de verhouding een speciale relatie te noemen. De Amerikaanse economie en de Amerikaanse dominantie over de Westerse wereld zouden ineenstorten als Saoedi-Arabie in vijandige handen komt. De Saoediers betalen uiterst discreet miljarden dollars voor allerlei zaken die voor de Amerikanen van veel groter belang zijn dan voor hen zelf, bij voorbeeld voor de ontwikkeling van wapensystemen die in de laatste gemoderniseerde vorm niet aan de Saoudiers worden geleverd. De Saoudiers doen dat omdat het Huis Saoed, dat Saoedi-Arabie als een familie-bv bestiert en bestuurt, op termijn onmogelijk kan overleven zonder de militaire en politieke bescherming van supermacht Amerika. Beide partijen vinden de wederzijdse afhankelijkheid even onprettig als onvermijdelijk en doen dan ook alle moeite om hun speciale relatie, die niet op liefde of op sympathie is gevestigd maar op wederzijdse belangen, zo diskreet mogelijk te behandelen.

Nadat de Amerikaanse president Carter eind 1978, na betuigingen van eeuwige liefde en trouw, zijn bondgenoot de sjah van Iran in de steek had gelaten, geloofden de Saoedische leiders niet meer zo in de bescherming van hun grote Amerikaanse bondgenoot, die bovendien nog Israel, de doodsvijand van de islam, voortdurend beschermde. Zij namen wat duidelijker afstand tot hun beschermheer, die hun niet alle wapens leverde die zij wilden en zij wendden zich zelfs tot woede en ontzetting van de Amerikanen in het geniep tot China voor de aankoop van lange afstandsraketten, die nucleaire ladingen kunnen vervoeren.

Maar nu de mogelijkheden zijn uitgeput om Saddam Hussein door de Arabische familie tot rede te brengen, zat er voor koning Fahd niets anders op dan de schone schijn weer door de harde werkelijkheid te vervangen. Kennelijk heeft president Bush hem via Cheny de noodzakelijke toezeggingen gedaan dat de Verenigde Staten het Saoedische koningshuis niet als een baksteen laten vallen, zodra de nood aan de man komt.

De Amerikaanse columnist William Safire gaf vanochtend haarscherp de stemming weer van het Witte Huis. Over vier jaar beschikt Saddam Hussein volgens alle berekeningen van de deskundigen over kernwapens plus de noodzakelijke lange-afstandsraketten om ze af te schieten: 'Stel jezelf voor in de schoenen van het Witte Huis. Saddam trekt op naar Saoedi-Arabie. De VS waarschuwen hem dat dat oorlog betekent. Saddam zegt: 'Prima'. De eerste stad die hij zal treffen, zal New York zijn.'