Net rondom Hussein sluit; olieprijs daalt

ROTTERDAM, 8 aug. De Westerse wereld heeft vanmorgen krachtige steun gekregen van de Organisatie van olie exporterende landen (OPEC) om de Iraakse dictator Saddam Hussein beentje te lichten. Het internationale vangnet lijkt zich rondom Hussein te sluiten nu de Verenigde Staten troepen naar het belangrijkste olieland Saoedi-Arabie sturen en de OPEC in het belang van een stabiele oliemarkt bereid is de wegvallende olieproduktie van Irak en Koeweit te compenseren.

Ook de Turkse regering heeft aan dit nieuwe beeld van de crisis in het Midden-Oosten belangrijk bijgedragen met het besluit om de tweede oliepijpleiding voor het transport van Iraakse olie naar de Middellandse Zee af te sluiten.

Vanmorgen waren op de Londense termijnmarkt de eerste tekenen waar te nemen dat de paniek op de oliemarkt afneemt en de prijs zich stabiliseert. Bij de handel in de eerste termijncontracten voor Noordzee-olie ('Brent') daalde de prijs in een klap met twee dollar vergeleken bij het gemiddelde niveau van gisteren van 28,60 dollar. Verwacht wordt dat de prijs voor de Amerikaanse olie West Texas Intermediate, die gisteren in New York nog voor 29,60 dollar werd verhandeld, vandaag ook fors omlaag zal gaan.

Met uitzondering van Cuba en Jemen, de twee landen die eerder deze week in New York in de Verenigde Naties de resolutie voor een internationale boycot van Iran niet wilden steunen, heeft de wereldgemeenschap laten blijken niet te accepteren dat er door Husseins machtspolitiek een nieuwe oliecrisis met alle gevolgen van dien kan ontstaan.

Behalve die politieke actie zet nu ook de OPEC Hussein met het oliewapen in de houding. De Iraanse olieminister Gholamreza Aqazadeh verklaarde vanmorgen in een interview met de BBC dat OPEC klaar staat om de 4,5 miljoen vaten olie die tot zondag nog uit Irak en Koeweit naar de markt stroomden, te compenseren door produktieverhogingen. Voor Iran de aartsvijand van Hussein, betekent dat een ommezwaai, want eerder deze week deed de regering Teheran nog een beroep op de andere OPEC-leden om hun produktie niet op te voeren.

Nu de Amerikanen Saoedi-Arabie te hulp komen, ligt het voor de hand dat dit land, dat nu slechts 53 procent van zijn produktiecapaciteit bezit, een flinke bijdrage (volgens de eerste berichten zo'n 2 miljoen vaten ruwe olie per dag) zal leveren in de compensatie. Ook de Verenigde Arabische Emiraten kunnen hun produktie snel opvoeren. Andere OPEC-landen als Venezuela en Nigeria hebben ook ruimte, zij kunnen op iets langere termijn het overblijvende gat in de markt vullen.

Samen met een geleidelijk interen op de enorme voorraden olie die in de Westerse wereld, Japan en in de voorraadtanks van de OPEC-landen liggen opgeslagen, moet het mogelijk zijn het evenwicht op de markt snel te herstellen. Verwacht wordt dat het Internationaal Energie Agentschap (IEA) morgen in de spoedvergadering van de 'Board of gouvernors' in Parijs onder deze nieuwe omstandigheden rustig op de situatie zal reageren en vooral de nadruk zal leggen bij het gebruik van de voorraden om het effect van een tijdelijk verminderde aanvoer naar een aantal landen te compenseren.

In West-Europa was het aandeel van Koeweitse en Iraakse olie in de toevoer in Denemarken en Nederland het hoogst. Denemarken kreeg vorig jaar 36 procent van zijn olie en olieprodukten uit de twee Golfstaten en Nederland in het eerste halfjaar van 1990 30 procent.

Uit de jongste cijfers van IEA blijkt dat het Westen vergeleken met de laatste oliecrisis in 1979-1980 door de buffer van de vooraad nu heel wat minder kwetsbaar is. In 1979 was de gezamenlijke voorraad van de IEA-landen (de 24 OESO-landen minus Frankrijk en IJsland 25 miljoen ton. Nu belopen de 'commerciele' voorraden (van de oliemaatschappijen) 142 miljoen ton, maar worden de strategische voorraden die op last van de regeringen worden aangehouden meegeteld, dan is er sprake van een olieplas in de tanks van 470 miljoen ton, die gelijk is aan 150 dagen verbruik. In Nederland is de voorraad momenteel zelfs goed voor 167 dagen verbruik.

Geen paniek dus, zou het advies van het IEA aan de oliehandelaren kunnen zijn. Hoewel de oliemaatschappijen belang hebben bij een hoge prijs voor de grondstof, die zij snel kunnen vertalen in hun produktprijzen, een snel herstel van het evenwicht op de markt is voor hen belangrijker. De maatschappijen zijn bereid mee te werken aan een zo eerlijke mogelijke verdeling van voorraden en aanvoer, om landen die het meest te lijden hebben van de boycot van Irak te helpen.

Hoe effectiever die boycot de komende tijd is, hoe sneller het evenwicht in vraag en aanbod weer bereikt kan worden, redeneren de maatschappijen. De vaak sterk speculatieve reacties van handelaren zijn in een vrije markteconomiealleen door dat evenwichtsherstel te corrigeren. Op het ogenblik proberen handelaren aangekochte ladingen ruwe olie nog vast te houden omdat zij vrezen binnenkort veel hogere prijzen te moeten betalen, terwijl daarvoor al geen reden meer is.

De grote maatschappijen Shell, Exxon, Mobil en Chevron kochten tot eind vorige week nog de meeste olie uit Irak en Koeweit en beschikken over een forse, relatief goedkope voorraad. Zij hebben de mogelijkheid om tijdelijk op die voorraad in te teren. Ze zijn in de comfortabele positie dat ze met de aankoop ten behoeve van hun raffinaderijen kunnen wachten tot de prijs daalt, waarmee ze zelf een flinke bijdrage leveren aan het evenwichtsherstel.

Dat zou ook een matigend effect hebben op de nu nog snel stijgende prijzen voor autobrandstoffen, die de consument rauw op zijn dak vallen. Vandaag heeft Shell, de maatschappij die in Nederland marktleider is, alweer een prijsverhoging van zes cent op de motorbrandstoffen aangekondigd die morgen al ingaat. De andere maatschappijen zullen Shell waarschijnlijk meteen volgen. Minister Andriessen (economische zaken) onderneemt nog niets tegen het in zijn ogen 'redelijke' systeem van 'verantwoorde voorraadvervanging' dat de oliemaatschappijen toepassen, maar het is de vraag hoe lang dit standpunt in een situatie die steeds meer begint te lijken op een kunstmatige crisis op de oliemarkt is vol te houden. Voor de Franse regering zijn de maatschappijen al iets te ver gegaan met hun snelle prijsaanpassingen; vanaf morgen geldt in Frankrijk een nieuw controlesysteem dat de druk van de ketel moet halen.