Luchtmacht centraal in defensie Saoedi-Arabie

ROTTERDAM, 8 aug. De 'Militaire Balans' van het befaamde Londense Internationale Instituut voor Strategische Studies is de afgelopen dagen weer veelvuldig als bijbel gehanteerd om de uitkomst te bepalen van een mogelijk nieuw conflict tussen Irak en andere Golfstaten, met name Saoedi-Arabie. Het probleem van die waarzeggerij is dat de cijfermatige informatie over de onderlinge krachtsverhouding klakkeloos als simplistisch telraam wordt gebruikt. Zo van: Irak heeft meer tanks en manschappen dan Saoedi-Arabie dus Saddam Hussein wint de oorlog.

Zo simpel ligt het niet. Juist bij een militair conflict kunnen factoren als geografische omstandigheden, kwaliteit, motivatie, geoefendheid, infrastructuur en commandovoering beslissend zijn voor een verrassende uitkomst van een ogenschijnlijk ongelijke strijd. Deskundigen hebben de afgelopen dagen Saoedi-Arabie 'al van de kaart geveegd' op basis van de superieure militaire macht van het ervaren oorlogsleger van Irak. Dat is wat voorbarig. Niet alleen is Saoedi-Arabie een gigantisch land, dat moeilijk helemaal is te bezetten en dat alle ruimte geeft om een aanval op te vangen en te hergroeperen, het beschikt ook over een moderne, goed getrainde en goed bewapende luchtmacht, die het luchtruim boven het strijdtoneel kan beheersen.

Met opzet is de luchtmacht van Saoedi-Arabie de afgelopen twintig jaar verder opgebouwd tot de spil van de verdediging van de rijke oliestaat. De enorme afstanden binnen het koninkrijk beperken de effectiviteit van de circa 65.000 man aan landstrijdkrachten tot het beschermen van belangrijke strategische punten, zoals de hoofdstad Riad, de olieterminals en vliegvelden en havens. Het leger is niet uitgerust voor het voeren van een tankoorlog over een breed front. De lichte en niet al te moderne AMX-30 en M-60 tanks zouden geen partij zijn voor de overmacht aan Iraaks pantsermaterieel. Dat laatste bestaat overigens ook voor het merendeel uit tamelijk oude voertuigen van Sovjet- en Chinese makelij.

De vuist van Saoedi-Arabie wordt vooral gevormd door de moderne Amerikaanse en Britse gevechtsvliegtuigen van de luchtmacht. De 42 operationele F-15C Eagle-onderscheppingsjagers zijn superieur aan alles wat de Iraakse luchtmacht in de lucht kan brengen, inclusief de pas-geleverde MiG-29-jagers van Sovjet-makelij. De inzet van de F-15's, die nu gestationeerd zijn op drie vliegbases waaronder basis 'Koning Abdul Aziz' bij Dhahran, kan effectief worden gecoordineerd door de vijf Boeing E-3A vliegende radarstations (AWACS), die zijn geleverd in het kader van het Amerikaanse 'Peace Sentinel'-programma. Door de beschikbaarheid van Boeing-tankvliegtuigen kunnen de jagers langdurig patrouilleren en elke gewenste plek bij of in Irak bereiken.

Amerikaanse technici hebben de Saoedi's langdurig getraind in het operationeel gebruik van de AWACS-machines en in het opzetten van een commando-infrastructuur, waarin de verschillende luchtverdedigingsmiddelen effectief kunnen worden gebruikt. Het grote voordeel van de vliegende radarstations is dat zij Irak de kracht van een verrassingsaanval kunnen ontnemen. De AWACS-radartechnici zien als ze tenminste in de lucht zijn de Iraakse Mirage F.1EQ, Su-25 en MiG-23 jachtbommenwerpers opstijgen van hun vliegbases en kunnen de toestellen blijven volgen, ook als ze op lage hoogte onder het zicht van de Saoedische grondradar willen doorvliegen. Het radarbeeld van de AWACS wordt naar ondergrondse commandocentra gestuurd en daar kunnen tegenmaatregelen worden genomen. In noodgevallen kunnen de radartechnici aan boord van de E-3A's ook Saoedische F-15- en een tiental pas geleverde Britse Tornado onderscheppingsjagers naar vijandelijke vliegtuigen dirigeren.

Onlangs presenteerde Bagdad vol trots een eigen vliegend radarstation, de 'Adnan-1', een adaptatie van het Sovjet-IL-76-vrachtvliegtuig. Of deze machine doeltreffend kan worden ingezet is echter de vraag. De reputatie van de Iraakse luchtmacht is uberhaupt niet erg best. Het vliegend arsenaal van Irak bestaat uit een rommelpotje van oude tot redelijk moderne Sovjet-, Franse, Chinese, Tsjechoslowaakse, Zwitserse en Braziliaanse toestellen. Voor het technisch onderhoud en de bewapening is dat een nachtmerrie, waardoor de operationele status van veel machines waarschijnlijk niet erg hoog is.

De Iraakse luchtmacht wordt bovendien op alle fronten belemmerd door politieke controle, die niet tot grootse daden stimuleert. Buitenlandse militaire attaches hadden tijdens de luchtoorlog tegen Iran geen hoge pet op van de Iraakse vliegers. De piloten zelf namen nauwelijks initiatieven, gooiden het liefst zo snel mogelijk hun bommen af op de verkeerde plek en keerden zo snel mogelijk terug. Elke missie moest politiek worden goedgekeurd en afwijkingen van het vluchtplan, ook al zou dat een militair voordeel opleveren, werden gemeden.

Evenmin werd gebruik gemaakt van de geavanceerde capaciteiten van bepaalde vliegtuigen, zoals laser-richtmiddelen of geleide projectielen. Alleen met de Franse Exocet anti-scheepsraket scoorde Irak tijdens de Golfoorlog enig succes tegen olietankers. In kwantiteit en op papier beschikt Irak over een luchtmacht die het luchtruim van Saoedi-Arabie zou kunnen beheersen, maar de potentiele kracht is maar een fractie van wat de naakte cijfers vertellen.

De eigen slagkracht van Saoedi-Arabie is beperkt. De 62 Northrop F-5E-jachtbommenwerpers moeten hoognodig worden vervangen, maar een keuze van een opvolger is nog niet gemaakt. De aanvalsvuist van de Saoedische luchtmacht wordt gevormd door de Britse Tornado-bommenwerpers, waarvan het eerste eskader nu operationeel is op de vliegbasis bij Dhahran. In totaal zijn 48 toestellen van dit type besteld. De Tornado is een geduchte machine (Israel heeft destijds fel geprotesteerd tegen de levering ervan en bedongen dat ze niet op de noordelijke basis Tabuk worden gestationeerd), die met zijn grote wapenlast vrijwel elk punt in Irak kan bereiken.

Saoedi-Arabie beschikt over nog een ander vergeldingswapen, dat in uiterste nood kan worden ingezet voor een aanval op Bagdad. Op een afgelegen oase in het zuiden van het land staan in elk geval negen en wellicht meer door China geleverde CSS-2-raketten voor de middellange afstand. De raketten zijn door koning Fahd aangekocht en geinstalleerd als een soort verzekering tegen een onverhoedse aanval. De CSS-2 heeft weliswaar geen kernkop, maar de zeer zware conventionele lading dekt voor de omringende hoofdsteden inclusief Bagdad ongetwijfeld de polis van het Arabische koninkrijk.

De militaire machine van koning Fahd is niet sterk genoeg om een oorlog met Irak te winnen. Het is vooral een verdedigingsmacht en in die zin kan het een eventuele Iraakse aanval ontmoedigen. Op den duur is hulp van andere landen onontbeerlijk, waarbij vooral het element van luchtsteun belangrijk is. Riad heeft, ondanks de nauwe militaire samenwerking met duizenden Amerikaanse adviseurs, nooit permanente Amerikaanse bases op Saoedisch grondgebied willen accepteren. De infrastructuur voor het stationeren en inzetten van extra vliegtuigen is echter wel aangelegd.

In die zin kan de militaire kracht van Saoedi-Arabie snel worden versterkt. Van stokoude Amerikaanse B-52-bommenwerpers op het verafgelegen eiland Diego Garcia in de Indische Oceaan zal Bagdad niet echt onder de indruk raken. De Iraakse verdediging kan dat brute geweld met Russische MiG-29's en de vele luchtafweerraketten nog wel de baas.

Lastiger wordt het als de Amerikaanse luchtmacht in het geheim de voor radar onzichtbare F-117 Stealth precisie-bommenwerper in Saoedi-Arabie of in Turkije neerzet. Tegen nachtelijk spookwerk van deze Stealth-vleermuis, die voor het eerst is ingezet tijdens de Amerikaanse invasie in Panama eind vorig jaar, heeft Saddam Hussein in elk geval geen verweer.