Koeweitse belegger KIO hult zich in een diep stilzwijgen

LONDEN, 8 aug. De Fransman Jacques Attali, hoofd van de nieuwe Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling in Londen, heeft net op tijd zijn tijdelijk onderkomen bij de Bank of England verlaten voor een permanenter kantoor in de City. Zijn suite kon daardoor eind vorige week inderhaast omgetoverd worden tot de Koeweit EHBO-post van Engelands centrale bank, vanwaar moet worden toegezien op het daadwerkelijk bevriezen van tegoeden uit Koeweit.

Het hoofd van de Bank of England, Robin Leigh Pemberton, is met ingang van vorige week donderdag tevens daadwerkelijk voogd geworden over het Koeweit Investment Office (KIO). Dat machtige instituut, beheerder van naar schatting de helft van Koeweits beleggingen in het buitenland (geschatte waarde: 54 miljard pond totaal), huist achter een nietszeggende gevel in een onopvallend pand, niet ver van St Paul's Cathedral. Beleggingen in vooral Groot Brittannie, Spanje en de VS, maar ook in Duitsland (Daimler Benz, Hoechst en Metalgesellschaft) worden van hieruit gedirigeerd.

Koeweits bezit in aandelen en effecten in Groot Brittannie alleen werd tot vorige week op negen miljard pond geschat. Dat maakt KIO de grootste buitenlandse investeerder op de beurs van Londen. Daarnaast beschikt de staat Koeweit alleen in Engeland al over bezittingen ter waarde van nog eens zes miljard pond.

Tot aan de Iraakse inval in Koeweit werd het KIO in feite gedirigeerd door de koninklijke familie van de Golf-staat, de Al- Sabah's. Nu die gevlucht is en de staat Koeweit in handen is van een marionettenregering, had de Bank of England zich af te vragen of het KIO nog wel naar behoren gerund kan worden. Gisterenmiddag heeft ze het KIO het voordeel van de twijfel gegeven, gedreven door het besef dat de bevriezing in Koeweits geval alleen bedoeld is om te voorkomen dat financien in de zakken van Iraks leider Sadam Hussein terecht komen. Het KIO mag zijn activiteiten in Londen voortzetten, maar voorlopig onder toezicht van de Bank of England.

Het KIO zelf hult zich, als immer, in stilzwijgen. De instelling mijdt de publiciteit als was het een enge ziekte. Die houding heeft veel te maken met het veronderstelde ongenoegen van de emir van Koeweit, toen het KIO eind 1988 op een onaangename manier de krantenkoppen haalde over de hoogte van zijn aandeel in British Petroleum (BP). De Koeweiti's hadden in de nasleep van de beurscrash van oktober 1987, die samenviel met de privatisering van BP, een aandelenpakket verzameld dat bijna 22 procent van het totaal beliep.

Toen de regering in Londen daar achter kwam, schakelde ze de anti-kartelcommissie in. Die voorkwam een politieke rel van dodelijke omvang door het KIO te gelasten zijn aandelenpakket terug te brengen tot onder 10 procent. Het KIO deed de aandelen met een zoete winst van de hand aan BP zelf en bezit nu nog 9,9 procent. Het grootste belang, dat het volgens de aan de Londense Beurs geldende regels openbaar heeft moeten maken, heeft het KIO in de Midland Bank (10,6 procent). Die bank (die in april jl. nog een handelskrediet van 250 miljoen pond voor uitgerekend Irak trachtte te arrangeren) maakte juist vorige week zijn laatste dividend bekend. Het KIO heeft recht op zo'n 8 miljoen pond (waarvan 2 miljoen vrijstelling van dividendbelasting), die de Midland Bank niet mocht uitkeren. 'Ik denk dat we het maar zo lang op een spaarrekening zetten', zei Sir Kit MacMahon, de president van de Midland.

Van de overige bezittingen van het KIO in Groot Brittannie is maar een fractie bekend. De 900 Q8 benzinestations (5 procent van de benzine-detailhandel in het Verenigd Koninkrijk) hebben dispensatie gekregen en mogen gewoon openblijven. Hetzelfde geldt voor de United Bank of Kuwait in Londen, voor zover het gaat om hypotheekverstrekkingen aan 3.500 clienten, gevestigd in Groot Brittannie, aan wie de bank een totaal bedrag van zo'n 250 miljoen pond heeft geleend.

Bij de onroerend goed-arm van het KIO, St Martin's Property, heerste tot vanmorgen ook al de gebruikelijke zwijgzaamheid. Die had echter binnenkort doorbroken moeten worden, omdat voor ieder waarneembaar de toekomst van een groot kantorenproject aan de zuidelijke oever van de Theems op het spel staat. Het London Bridge City Development (geraamd op 1,5 miljard pond, volgens een ontwerp van de door Prins Charles geliefde architect John Simpson) moet begin 1991 zijn tweede fase ingaan: circa 250.000 vierkante meter kantoren en winkels. Zou het werk stil blijven liggen als het KIO daarvoor het geld niet zou mogen verstrekken? 'Als we het geld niet van het KIO krijgen, zullen we het ergens anders moeten zien los te krijgen', zei een woordvoerder van St Martin's zuinig tegen The Sunday Times.

Het blijkt vrijwel onmogelijk bij financiele instellingen in de City ook maar iets los te krijgen over de praktische moeilijkheden waarin het KIO verkeert. Niet alleen omdat collega's weinig weten, maar ook omdat de Bank of England het KIO ten tijde van vestiging in Londen een zogeheten 'nominee-status' plus een garantie van geheimhouding heeft gegeven. Het KIO profiteert daarmee van de constructie die is opgezet om regeringen en staatshoofden als bijvoorbeeld de Britse en Nederlandse koningin en hun directe familie te beschermen tegen inkijk in hun financiele aangelegenheden.

Het KIO als instrument van een souvereine staat kan volgens die constructie vrijwel ongehinderd zaken doen en wordt bovendien niet lastig gevallen door de inkomstenbelasting. 'We hebben twintig jaar lang onze mond gehouden over het KIO en het is een zaak van fatsoen om dat nog steeds te blijven doen', zei de woordvoerder van een van Londens grootste 'investmentbankers' gisteren desgevraagd.

Sommige analisten menen uit het vertrek van Fouad Jaffar, tot voor kort de general manager van het KIO, te kunnen afleiden dat de Koeweiti's niet langer gecharmeerd zijn van het recent gevoerde beleid. Het BP-debacle is gevolgd door opschudding over een KIO-operatie in Spanje, waarbij het zich, anders dan in Engeland, ook met het beleid van bedrijven ging bemoeien waarin het een aandeel had opgebouwd. Verscheidene Koeweiti's zitten in de raad van bestuur van Torras, een voormalige papierfabriek die door het KIO wordt gebruikt om zijn investeringen in Spanje te regelen. De Spaanse regering heeft de Koeweiti's moeten waarschuwen dat ze niet wil zien dat ze directe belangen nemen in strategische takken van industrie, omdat ze nu al gevaarlijk dicht aanleunen tegen gevoelige segmenten als de pers en de defensie-industrie. Dergelijke publiciteit verdraagt zich slecht met een strategie van 'low profile', aldus de mening in Londen.