Ergste rellen sinds 1967 in Jeruzalem

TEL AVIV, 8 aug. In Jeruzalem is het gisteren na de begrafenis van twee vermoorde joodse jongens tot de ernstigste onlusten tussen joden en Arabieren gekomen die de stad sedert 1967 heeft gekend. De jongens waren nabij Jeruzalem op een wrede manier door hoogstwaarschijnlijk Palestijnen om nationalistische redenen werden vermoord.'Dood aan de Arabieren' schreeuwende joden brachten tientallen Arabieren lichte verwondingen toe. Een Arabier werd in zeer kritieke toestand in een ziekenhuis opgenomen nadat zijn auto door een steen was getroffen en verongelukt. De politie heeft gisteren dertig joden die aan de jacht op Arabieren in de hoofdstad deelnamen gearresteerd.

Via radio en televisie hadden familieleden van het tweetal vooraf een dringend beroep op de Jeruzalemse bevolking gedaan om een waardige begrafenis mogelijk te maken en de moord niet aan te grijpen om onschuldige Arabieren in de hoofdstad aan te vallen.

De aan de vooravond van de begrafenis versterkte politie verloor de controle over de veelal gemaskerde joodse jongeren, die door de Jeruzalmese straten trokken. Dezen stopten Arabische auto's, sloegen de ruiten in en mishandelden inzittenden. Politiewoordvoerders spraken van 'hysterische toestanden'.

Donker getinte joden die voor Arabieren werden aangezien werden evenmin ontzien. 'Ik ben een jood', gilde een door de menigte aangevallen chauffeur in een auto. Twee voor Arabieren aangeziene Pakistaanse toeristen werden met stenen bekogeld en moesten in een ziekenhuis met hoofdwonden worden behandeld.

Het nieuws over de onlusten in Jeruzalem drong gisteravond in het televisienieuws zelfs de crisis in de Golf naar de tweede plaats. Israels opperrabbijnen hebben de woede-uitbarstingen tegen de Arabieren in de hoofdstad gisteren scherp veroordeeld en tot verdraagzaamheid opgeroepen.

Teddy Kollek, de door de gebeurtenissen uit het veld geslagen burgemeester van Jeruzalem, zei dat de rellen de eenheid van Jeruzalem in gevaar brengen en daardoor 'in de kaart van onze vijanden spelen'. In de anti-Arabische rellen gaven aanhangers van Kach-leider rabbbijn Meir Kahane gisteren de toon aan. Maar ook leerlingen van Jesjiwot, waar onder andere rabbijnen worden opgeleid, namen voor de eerste maal aan dergelijke onlusten in groten getale deel.

Ariel Sharon, de minister van woningbouw, zei gisteren dat Israel geen moment moet aarzelen om de intifadah, de Palestijnse volksopstand, neer te slaan.

Hij stelde voor 150 leiders van de intifadah, onder wie bekende Palestijnse persoonlijkheden als Feisal Hussein en Radwan Abu Ayyash zonder aarzeling meteen te deporteren. Ministers die dat weigeren te doen moeten opstappen, zei hij. Met de aandacht van de wereld op de oplopende spanning in de Golf gericht acht Sharon het moment opportuun om tot actie over te gaan. Volgens Sharon volgt de nieuwe nationalistische regering-Shamir dezelfde aarzelende politiek tegen de intifadah als de vorige regeringen van nationale eenheid, waarin Likud met de nu in de oppositie gedreven Arbeiderspartij de toon aangaven.

Sharons oproep vond weerklank in de rechtse coalitiepartijen van Likud. Tehyah, heeft met een regeringscrisis binnen enkele weken gedreigd indien de regering bij haar aarzelende houding blijft en de intifadah niet bikkelhard aanpakt.

Palestijnse leiders in de bezette gebieden hebben in een speciaal communique de moord op de twee onschuldige joodse jongeren veroordeeld. Volgens hen is dit het gevolg van de door de Israelische bezetting uitgestrooide 'duivelse zaden' van onderdrukking en de Israelische weigering het vredesproces op een serieuze manier te benaderen.