Denis Healey: Duitsland makkelijker in te passen in eengrotere Gemeenschap; 'Geen Europa met twee snelheden'

Had de politieke wind Denis Winston Healey meer meegezeten, dan was hij premier van Groot-Brittannie geworden; het is bij het ministerschap van defensie en van financien gebleven. In zijn lange loopbaan, die hij in 1945 als internationaal secretaris van de Labour Party begon en die aan het slot ook vele jaren de post van schaduwminister van buitenlandse zaken omvatte, heeft Healey zich ontwikkeld tot een uiterst scherpzinnig waarnemer van het wereldtoneel. Oud-minister van buitenlandse zaken M. van der Stoel doet verslag van Healey's politieke visie, maar schroomt niet zijn eigen gedachten te berde te brengen.

Op het moment dat ik de Londense flat van Denis Healey binnenstap, stelt een andere verslaggever hem net de laatste vraag. Wat heeft een politicus nodig om aan de top te komen? Hij aarzelt geen seconde. Voor alles 'a sense of direction', zegt hij. En dan voegt hij er met een lach aan toe: 'en natuurlijk een dosis geluk'. Ons gesprek begint met de verslechterende economische situatie in de Sovjet-Unie. Kohl heeft Gorbatsjov een miljarden-krediet toegezegd. Dat was een prijs die de Bondsrepubliek wel moest betalen om Gorbatsjov ertoe te krijgen het NAVO-lidmaatschap van een verenigd Duitsland te aanvaarden, zegt Healey, maar waarom zouden andere landen dit voorbeeld volgen? Hij acht Gorbatsjov een briljant politicus, 'maar op economisch gebied faalt hij. Het ene hervormingsplan volgt op het andere, maar een doortastend beleid dat uitzicht op succes biedt, blijft uit.' Mijnerzijds vraag ik me af of Gorbatsjov, ook al zou hij erin slagen op korte termijn tot een meer perspectieven biedend hervormingsplan te komen, nog wel erin zou kunnen slagen dit door alle republieken in de Sovjet-Unie aanvaard te krijgen. De desintegratie van de Sovjet-Unie werkt ook steeds meer op economisch terrein door en waarschijnlijk zal grootscheepse Westelijke voedselhulp spoedig voor verschillende delen van de Sovjet-Unie noodzakelijk zijn.

Het gesprek richt zich nu op de NAVO en Healey staat mij toe mijn gedachten daarover te ontvouwen. Welnu, het spook van een massale Sovjet-verrassingsaanval lijkt geheel verdwenen, als, zoals nu zeer waarschijnlijk lijkt, eind 1994 alle Sovjet-troepen uit Midden- en Oost-Europa zijn teruggetrokken. Maar, zo stel ik, hoezeer het ook noodzakelijk is de NAVO aan de zo ingrijpend gewijzigde situatie aan te passen, toch zou het onjuist zijn het bondgenootschap geheel op te doeken.

Er wordt veel gesproken over de wenselijkheid om het verenigd Duitsland stevig te blijven verankeren in Westelijke samenwerkingsverbanden. In dit kader heeft de NAVO een rol te spelen. Maar bovendien is de NAVO steeds het orgaan bij uitstek geweest dat de samenwerking tussen West-Europa en de Verenigde Staten, en de rol van de Verenigde Staten in Europa, vorm heeft gegeven.

Wij moeten ons wel tweemaal bedenken voordat we dit samenwerkingsverband opgeven, zo zeg ik tot mijn gesprekspartner. Het beeld van de Sovjet-Unie is dat van een desintegrerende supermacht die de oude politiek van confrontatie heeft opgegeven en bijkans wanhopig zoekt naar vormen van samenwerking met het Westen, maar niemand weet wat uit de chaos te voorschijn zal komen. Zelfs als het proces van ineenstorting zover zou voortschrijden dat alleen Rusland zou overblijven, dan blijft deze staat toch nog over een formidabele atoommacht beschikken. Deze wordt niet in evenwicht gehouden door de Britse en Franse atoommachten, die bovendien geen afschrikkingsfunctie voor geheel West-Europa hebben, maar primair voor het eigen grondgebied. Ook tegen deze achtergrond lijkt mij, zo zeg ik, een blijvende Amerikaanse militaire presentie op het Europees continent, zij het vermoedelijk sterk gereduceerd, gewenst.

Eliminatie

Healey is eveneens voorstander van het voortbestaan van de NAVO, maar hij kan zich 'nauwelijks een situatie voorstellen waarin nog gevaar uit Moskou zou dreigen'. Zelfs in het ergste geval een militaire dictatuur in de Sovjet-Unie 'zullen de nieuwe machthebbers zozeer de handen vol hebben aan de binnenlandse problemen, dat ze voor de rest van Europa geen bedreiging zullen opleveren'. Wat de Amerikaanse aanwezigheid in Europa betreft: Healey acht een wezenlijke aantasting daarvan in de komende jaren waarschijnlijk. De kans is groot dat het in de komende onderhandelingen met de Sovjet-Unie tot een wederzijdse eliminatie van nucleaire artillerie en nucleaire korte-afstandsraketten zal komen een tweede dubbel-nul-formule dus. Tegelijkertijd lijkt het hem nagenoeg uitgesloten dat Bonn bereid zal zijn mee te gaan met de plannen voor de modernisering van tactisch-nucleaire luchtstrijdkrachten.

Er zijn echter verschillende factoren werkzaam die zelfs de handhaving in sterk gereduceerde vorm van de Amerikaanse landstrijdkrachten in Europa onzeker maken. Enerzijds neemt in de Verenigde Staten het besef toe dat in de nabije toekomst drastische stappen tot beperking van het enorme begrotingstekort onvermijdelijk zijn; anderzijds is er een vermindering te verwachten van de Duitse bereidheid om na het vertrek van de Sovjet-troepen uit de voormalige DDR nog Amerikaanse troepen op het eigen grondgebied te accepteren. De gedachte van multinationale eenheden, ook door de recente NAVO-top in Londen aanvaard, acht Healey al evenmin uitvoerbaar als destijds de multilaterale atoommacht.

CVSEVan de NAVO stappen wij over op de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE). Ik geef mijn mening over de CVSE-conferentie inzake de mensenrechten, in juni in Kopenhagen. Op de conferentie over hetzelfde onderwerp vorig jaar in Parijs hielden de Warschaupact-landen nog coordinatiebijeenkomsten, in Kopenhagen hadden deze niet meer plaats.

De Middeneuropese landen, bevrijd van het communisme, stonden voorop bij de pogingen om de CVSE-teksten op het gebied van de mensenrechten te versterken. Wat vorig jaar nog ondenkbaar was, bleek nu mogelijk. Overeenstemming werd bereikt over een gedetailleerde slotverklaring waarin de deelnemende landen (alle Europese landen, minus Albanie, de Verenigde Staten en Canada) zich politiek verbonden om de beginselen van de rechtsstaat in acht te nemen en zorg te dragen voor een pluralistisch stelsel en een kieswet die vrije verkiezingen garandeert. Hoe verheugend dit ook was, toch vielen, zo zeg ik, enkele donderwolken aan de horizon waar te nemen: uit de discussies kwam duidelijk naar voren dat problemen over nationale minderheden in het Europa van de jaren negentig spanningen zullen opleveren. 'Juist tegen deze achtergrond', zegt Healey, 'is het noodzakelijk dat de CVSE wordt geinstitutionaliseerd en ook een zekere veiligheids-politieke rol krijgt toebedeeld, die de NAVO niet kan vervullen.'

Voor een Lagerhuiscommissie heeft hij het idee gelanceerd van een CVSE-veiligheidsorgaan naar het model van de Veiligheidsraad van de VN, met een vast lidmaatschap voor de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Duitsland, Engeland en Frankrijk, en met een wisselend lidmaatschap voor de overige CVSE-staten. Een dergelijk orgaan zou bijvoorbeeld wanneer zich over een minderheid een conflict voordoet, een CVSE-vredesmacht moeten kunnen uitzenden.

Dit lijkt mij, zo deel ik Healey mee, een niet makkelijk te verwezenlijken gedachte. De tweedeling tussen de grote landen met een vaste plaats en de kleinere, die maar zo nu en dan aan bod komen, zal niet licht worden aanvaard. En ook zal bijvoorbeeld een land als Italie stellig aanspraak maken op een vaste zetel. Evenmin zal het eenvoudig zijn af te stappen van de in de CVSE tot dusver geheiligde consensus-regel. Anderzijds zal het, juist in conflictsituaties, niet makkelijk zijn overeenstemming te bereiken binnen een dergelijk veiligheidsorgaan.

Engeland

Aan het slot van ons gesprek komt de rol van Engeland in Europa aan de orde. Als er Britse zorgen bestaan over een te prominente rol van Duitsland in het nieuwe Europa, zo is mijn stelling, dan zou Engeland toch meer het belang moeten inzien van de pogingen om tot een verdieping en versterking van de Gemeenschap te komen. Dan immers groeien de kansen van een Europees Duitsland en neemt het gevaar van een Duits Europa af.

Maar Healey is het daar niet mee eens. Hoewel voorstander van een positiever Europees beleid dan dat van de regering-Thatcher, houdt hij toch vooral het oog gericht op een uitbreiding van de Gemeenschap. 'In de nieuwe Europese constellatie vallen de bezwaren tegen de toetreding van neutrale landen als Oostenrijk en Zweden weg. Landen als Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije moet ook zo snel mogelijk een plaats worden geboden in de Europese Gemeenschap. Vergaande verdieping van de samenwerking van de Twaalf kan hun toetreding alleen maar moeilijker maken. Duitsland, met grote belangen in Midden-Europa, zal ook makkelijker zijn in te passen in een dergelijke grote Gemeenschap dan in de bestaande van de Twaalf.' Inderdaad, zo antwoord ik, kan de Gemeenschap niet de deur gesloten houden voor de Middeneuropese staten, die overigens nog een lange weg hebben te gaan alvorens dit mogelijk zal blijken. Maar de Gemeenschap kan in de tussentijd niet passen op de plaats blijven maken. Uitbreiding zonder verdieping zou neerkomen op weinig meer dan een wat opgepoetste vrijhandelszone. Als Engeland op de rem blijft trappen, zou bij andere lid-staten wel eens de neiging kunnen ontstaan om op bepaalde gebieden zonder Engeland verder te gaan, zo houd ik mijn gesprekspartner voor. 'Als een aantal staten een Europa met twee snelheden wil en een kleine Europese kerngroep wil stichten, kan Engeland dat niet tegenhouden, ' is het antwoord. 'Maar', voegt Healey er met een malicieus lachje aan toe, 'een dergelijk 'Schengen'-Europa zou zeker door Duitsland worden overheerst. '