'Bij nader inzien' van J. J. Voskuil door Frans Weisz voortelevisie bewerkt; De emotie van de herinnering

De lunch begint om half tien 's avonds, want bij nachtopnamen past geen dagschema. Frans Weisz, het kale voorhoofd door de hitte van het weekeinde glimmender dan ooit, graait snel iets van het koud buffet op een plastic bordje, gaat zitten en zegt: 't Is echt een slachtpartij. Als het allemaal lukt, wordt het heel bijzonder... maar dit is verreweg het grootste wat ik ooit heb gemaakt. Zes uur film, dat is meer dan mijn drie laatste speelfilms bij elkaar.'

De opnamen voor de tv-serie, waaraan hij dezer dagen al zijn krachten wijdt, zijn eind april begonnen en gaan door tot half september. Daarna begint de montage. Op 1 januari moet producent Rene Seegers het resultaat bij de VPRO inleveren.

De locatie is deze week een gracieus buiten te Maarssen, in de Gouden Eeuw neergezet door een schatrijke Amsterdamse koopman met kantoor aan de gracht en nu bewoond door een bankier, die zijn werkdageneveneens aan een Amsterdamse gracht doorbrengt. Hier woont, volgens het scenario van Mieters!, de voormalige student Paul, die Commissaris van de Koningin is geworden. Hij ontvangt er in een van de 28 kamers zijn studiegenoten van vroeger, allemaal in goeden doen, na de begrafenis van de enige die nog vast was blijven houden aan de idealen van vroeger en nu een eind aan zijn leven heeft gemaakt. Hun samenzijn staat, in de woorden van Frans Weisz, in het teken van 'de emotie van de herinnering.'

Status

Hun heden is verzonnen, hun verleden is waar gebeurd. De zesdelige serie, die begin volgend jaar wordt uitgezonden, is gebaseerd op de roman Bij nader inzien van J. J. Voskuil. Het boek verscheen in 1963 en werd in 1985 herdrukt. Een bestseller was het nimmer en lang niet elke recensent heeft het destijds geprezen, maar het verwierf zich, door de minutieuze en waarheidsgetrouwe beschrijving van het Amsterdamse studentenleven tussen 1946 en 1953, een cult-status die hoog uitsteeg boven de verkochte oplage. In zijn fragmentarische relaas schetst Voskuil het reilen en zeilen van een groepje aanstaande neerlandici, dat bij veel thee, goedkope rodewijn, shag en boterhammen met stroop de merites van Ter Braak en Du Perron besprak en intussen elkaar de strenge smaakprincipes oplegde, die een band voor het leven zouden moeten scheppen. Dat die banden vervolgens geen stand hielden, vormde het trauma dat Voskuil van zich af schreef. Zelf was hij de enige, zei hij, die niet 'vermaatschappelijkte'.

De anderen hadden verraad gepleegd. 'Het boek is een laatste brief aan mijn vrienden', beaamde hij in deze krant, 'een bericht waarin staat: dit hebben jullie gezegd en dit is er van jullie geworden.' Seegers nam het initiatief tot de verfilming. Bij nader inzien kon echter weinig anders dan een aanleiding zijn: het boek ontbeert de dramatische intrige die voor een serie noodzakelijk is. In zijn bewerking heeft Leon de Winter er dan ook het heden bij verzonnen. De personages, door Voskuil naar de werkelijkheid beschreven, zijn daardoorfantasiefiguren geworden. 'Hij heeft als een Sherlock Holmes in hetboek naar aanwijzingen gezocht voor hun mogelijke toekomst', zegt Weisz. 'Van een van de meisjes zegt Voskuil bij voorbeeld dat er een opmerking wordt gemaakt over het feit dat ze een broek draagt. Zodoende heeft Leon bedacht dat ze lesbisch is geworden.'

De schrijver heeft aanvankelijk met grote reserves op zulke ingrepen gereageerd, geeft hij deze week in de VPRO-gids toe. Erger vond hij echter nog, dat de voormalige vrienden volgens het script na veertigjaar weer bij elkaar komen dat was, meende hij, geheel in strijd methet feit dat hij zelf volstrekt van zijn oude studiegenoten is vervreemd. Of zij van hem. Intussen heeft hij zich bij de onvermijdelijkheid neergelegd.

Verwachtingen

Het project, onder de werktitel Mieters!, werd al in 1988 voorgelegd aan het toen pas geinstalleerde Stimuleringsfonds voor Nederlandse Culturele Omroepprodukties. Het budget bedroeg 4,7 miljoen gulden, waarvan de VPRO zelf slechts 750.000 gulden kon bijdragen. 'Van de artistieke kwaliteit van het project heeft het bestuur hoge verwachtingen', aldus het eerste jaarverslag van het fonds, waarin op jubelende toon wordt gemeld dat men een subsidie van drie miljoen gulden beschikbaar had gesteld. 'Het voorgelegde scenario was naar het oordeel van het bestuur van uitzonderlijke kwaliteit.'

En dat was nog maar de eerste versie; later zijn vooral de scenes over het verleden door Jan Blokker zodanig herschreven, dat hij nu als co-auteur van het scenario geldt.

In het eindresultaat zullen de beelden uit verleden en heden door elkaarworden gesneden, zodat de zestigjarigen bijna letterlijk voor de voeten worden gelopen door hun twintigjarige evenbeelden. 'Ik heb zelf ooit het plan gehad een film te maken, die een combinatie moest worden van Het leven is verrukkulluk en De Harm en Miepje Kurk Story van Remco Campert', herinnert Weisz zich. 'Met het idee dat je ze dan ook op latere leeftijd, met hun buikjes, zou zien. Ikhad toen het beeld voor ogen, dat ik langs Reynders liep en daar mezelf op mijn achttiende zou zien zitten het jongetje dat naar de toneelschool wilde en dacht dat het leven bij hem begon. Dat past bijde opzet van deze serie. In het begin was ik nog wat huiverig, omdat dat studentenmilieu iets is wat ik niet ken, maar weemoed en nostalgie zijn natuurlijk gevoelens die ik zelf ook heb. Het precieze punt waarop ik ja zei, was toen ik Voskuil had ontmoet. Ik vond dat zo'n volmaakt eerlijke man, ik dacht: deze man verdient het dat het een mooie serie wordt.'

Melancholicus

Weisz erkent dat zijn levensopvattingen verschillen van die van Voskuil: waar de schrijver de heftige teleurstelling over de ondergang van jeugdige idealen nooit van zich af heeft kunnen zetten, noemt de cineast zichzelf een melancholicus die dat verleden 'met zachte, Breitner-achtige beelden' hoopt te vereeuwigen. Zijn enige frustratie is dat de produktie expliciet voor de televisie is bedoeld (en hooguit tijdens die periode een keer integraal in een bioscoop wordt vertoond). 'Film is te vergelijken met zwemmen in een oceaan vol haaien, televisieis spartelen in een zwembad, omringd door badmeesters. Het zal wel niet aardig van me zijn tegenover de VPRO, maar ik maak liever een film voor vijf blinden in een bioscoop dan voor vijf miljoen mensen in hun huiskamers. Ik heb een spookbeeld voor ogen van mensen die er doorheen praten en maar met een half oog kijken.'

Nu hij echter, ter voorbereiding op zijn werkzaamheden, naar series als Brideshead revisited en The glittering prizes heeft gekeken ('die had ik nooit gezien, want ik kijk nooit naar series') moet hij toegeven dat kwaliteit op de televisie kennelijk niet verboden is. 'Bovendien troost ik me met de gedachte, dat Berlin Alexanderplatz toch een fraai onderdeel is geworden van het oeuvre van Fassbinder.' Bij de casting gingen Weisz en Seegers uit van oudere acteurs als Coen Flink, Willem Nijholt, Rijk de Gooyer, Eric van der Donk en Annet Nieuwenhuyzen, die de scenes uit het heden spelen. Bij hun karakters werden de jonge spelers voor de studentikoze episoden gezocht. Zo blijkt Porgy Franssen later uit te groeien tot Coen Flink, terwijl Rik Launspach (als Maarten, de Voskuil-figuur) op hogere leeftijd de gedaante van Eric van der Donk aanneemt. De scenes uit het verleden, waartoe verschillende locaties in Amsterdam weer in de sfeer van de vroege jaren vijftig werden gedompeld, zijn klaar. Nu alleen het heden nog.

En, zo hoopt Weisz vurig, een andere titel. 'Ik heb een felle weerstandtegen Mieters! Die titel is geinspireerd op het stopwoordje mieters dat voortdurend in het boek voorkomt, zoals je later misschien te gek zou zeggen. Maar zo, geisoleerd, spreekt er een soort cynisme uit, dat totaal niet in de serie zit. Ik heb prive duizend gulden uitgeloofd voor wie met een betere titel komt. Voskuil heeft zelfnog Het menselijk tekort gesuggereerd, maar dat is me weer teveel VPRO, te heavy. Het zou iets van weemoed en verlangen moeten zijn, want het is mijn liefste wens dat de serie daarvan straks is doordrenkt.'