Zware straffen dreigen

Overtreding van de olieboycot tegen Irak en Koeweit kan met zware straffen worden beboet. Behalve een hechtenis die kan oplopen tot een half jaar en het teniet doen van winsten op de betrokken transacties staan overtreders hoge boetes te wachten. Bovendien kan de rechter gelasten dat de betrokken ondernemingen maximaal een jaar gedeeltelijk worden stilgelegd. In het uiterste geval kunnen de eigendommen van de betrokkenen worden verbeurd verklaard.

Deze sancties staan in de In- en Uitvoerwet waarop het boycotbesluit van de regering is gebaseerd. De 'Invoerregeling aardolie en aardolieprodukten Irak-Koeweit' is gisteren, ondertekend door minister Andriessen, in de Staatscourant gepubliceerd.

De regeling verbiedt alle invoer van olie en olieprodukten 'van oorsprong of herkomst uit de Republiek Irak en het Emiraat Koeweit', voor zover die op 6 augustus niet waren geladen en betaald. In het overleg tussen minister Andriessen en de oliemaatschappijen, gisteren in Den Haag, is afgesproken dat de maatschappijen zullen melden wanneer er olie uit een van de twee landen in Rotterdam binnenkomt. De douane en de Economische Controledienst zien toe op de naleving van de boycot.

Vanaf de derde week van deze maand kan blijken of er nog schepen met 'besmette' olie binnenkomen. Het zeetransport van olie, die uit Irak via de pijpleiding door Turkije naar de Middellandse Zee is gepompt, duurt namelijk twee weken. Tankers die aan de Westkust van Saoedi-Arabie of in de Perzische Golf Iraakse of Koeweitse olie hebben geladen, varen zes weken op de route naar Rotterdam.

Eventuele schepen met olie uit de twee landen, die na gisteren zijn geladen, worden in Rotterdam aan de ketting gelegd en in beslag genomen. De lading wordt niet op de markt gebracht. Volgens minister Andriessen is er nog een beperkte mogelijkheid van 'vrije inklaring', namelijk voor olie die een doorvoerbestemming heeft. Maar als het om een besmette lading gaat, worden de autoriteiten van het betrokken land gewaarschuwd.