Turkije volgt boycot van Irak

ISTANBUL, 7 aug. In Ankara heeft de aanvankelijke voldoening over de 'belangrijke rol op het wereldtoneel' die Turkije weer zou kunnen spelen, plaatsgemaakt voor onrust, ingegeven door het besef dat het land zich moeilijk zal kunnen onttrekken aan de internationale olieboycot van Irak. President Ozal heeft ten overstaan van het Amerikaanse radiostation ABC gezegd dat Turkije zich daarnaar zal voegen.

Zijn woordvoerder Kaya Toperi heeft echter laten doorschemeren dat de pijpleiding naar Yumurtalik aan de Middellandse Zee van Turkse kant niet zal worden gesloten voordat Saoedi-Arabie dat ook gedaan heeft met de leiding die door dat land loopt. Irak zelf sloot de dubbele leiding naar Turkije gisteren voor meer dan 65 procent 'uit overwegingen van marketing' wat valt op te vatten als een gebrek aan afnemers. Turkije is nu zowat de enige afnemer.

Een internationale olieboycot van Irak treft Turkije het eerst en het hardst. Het land consumeert voor meer dan 60 procent Iraakse olie, waarvan ook een aanzienlijk percentage met tankauto's het land inkomt om in Batman te worden geraffineerd. Stopzetting van dit alles betekent grote malaise en aanvankelijk ook tekorten. De benzineprijs in Turkije is al met 15 procent verhoogd.

Maar Turkije heeft ook een levendige handel in eigen produkten met Irak. Het streven was erop gericht die terug te brengen tot op het niveau van twee jaar geleden 8,5 procent van de totale Turkse handel. Ernstiger nog is de aanwezigheid van meer dan 60.000 Turkse arbeiders in Irak die aan grote bouwprojecten werken. Zij zouden gijzelaars in handen van Irak kunnen worden.

Een afgezant van de Iraanse president Rafsanjani, Muhajeri, is gisteren door president Ozal ontvangen. Naar verluidt gaat het bij deze missie niet zozeer om de vervanging van de Iraakse olie logischer is dat Saoedi-Arabie te zijner tijd dit tekort aanvult , maar om Iraanse druk, niet te wijken voor Amerikaanse pressie aangaande het gebruik van Amerikaanse bases op Turkse bodem in een eventuele militaire actie tegen Irak.

Dit wordt ongetwijfeld het hoofdthema bij het bezoek dat de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, morgen of donderdag aan Turkije zal brengen. De grote basis Incirlik bij Adana in Zuidoost-Turkije is voor het laatst strategisch ingezet tijdens militaire vluchten naar Libanon in 1958. Sindsdien is zowat de hele Turkse pers ervan overtuigd dat dit geen precedent mag zijn. Bij latere acties in het Midden-Oosten is de Amerikanen het gebruik uitdrukkelijk ontzegd, en in de anti-Amerikaanse stemming die hier nog steeds heerst is het waarschijnlijk dat ook Baker dit te horen krijgt, al zal ook het woord 'schadevergoeding' tijdens zijn bezoek overvloedig vallen.

Het dagblad 'Gunesh' van vandaag komt met een spotprent waarop men ziet hoe Ozal door zijn Amerikaanse ambtgenoot Bush wordt opgebeld, zoals de laatste dagen al verscheidene malen is gebeurd. Tot zijn schrik hoort hij de telefoniste vragen of hij het gesprek wil betalen, 'collect'. De rechtse Turkse oppositieleider Demirel heeft gisteren gewaarschuwd tegen een ontwikkeling waarbij Turkije de rol van 'gendarme in het Midden-Oosten' krijgt toegewezen. 'We zullen evenveel doen als andere landen, tot op zekere hoogte. Maar niemand kan ons oproepen als dappere Turken de Golf te bewaken'. De sociaal-democratische oppositieleider Inonu legt veel meer het accent op de noodzaak agressor Irak in te tomen. Hij oefende kritiek op het feit dat de Iraakse vice-premier Ramadan zondag in vol militair ornaat en gewapend door president Ozal was ontvangen.