Periferie van sluimerend polderland

Nederland telt weinig uithoeken meer. Natuurreservaten, nationale parken, groeikernen, groene harten en longen afgebakende ambtelijke creaties, die zijn er wel. Zeeuws-Vlaanderen heeft in de verte iets van een uithoek, een niemandsland een deel van Vlaanderen in de provincie Zeeland. Een soort Alaska: over land alleen via buurstaat Belgie bereikbaar. Met isolement doe je weinig mensen een plezier, de meesten moeten er niets van hebben, je koopt er niets voor. Zo sprak een oud-minister eens de vrees uit dat Nederland weleens het Jutland van Europa zou kunnen worden. Je wenst het niemand toe, zoiets.

Isolement heeft een nare connotatie, men wordt eruit 'verlost', dat zegt genoeg. Voor Zeeuws-Vlaanderen is het bijna zover: men spreekt van een 'vaste-oeververbinding'. Het veer heeft maar twintig minutennodig om de Westerschelde over te steken. Het is een plomp vaartuig, afgeladen met auto's, dat langs zandplaten naar de overkant manoeuvreert en deze overkant is een vaalgrijze lijn ik had het me dramatischer voorgesteld met aan de uiteinden de havenwerken van Antwerpen en Terneuzen. Misschien komt het door het flauwe, gelijkmatige licht, dat land, lucht en water van eenzelfde substantie schijnen. De lijn is een zeedijk en beschermt gehuchten als Schuddebeurs, Lamswaarde, Turkeye, Nummer Een en Pyramide. Over een wirwar van dijken fiets ik in de richting van Hulst enhet bedrieglijke is dat het waargenomene zo vanzelfsprekend oogt, alsof het niet anders had kunnen zijn, er geen geschiedenis was, die complexe samenhang van oorlogen, inpolderingen, stormvloeden, inundaties, migratie, landbouwpolitiek en zoveel meer die is samengestold tot de huidige realiteit: een met populierendijken dooraderd akkerland, waar door landmeters uitgezette verkeerswegen doorheensnijden.

Eens lagen hier schorren en slikken en zeegeulen en waren Sluis, Biervliet, Aardenburg en Hulst Vlaamse havenplaatsen allerminst geisoleerd. Maar de vaargeulen verzandden, overstromingen teisterden de kustvlakte en later, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werd er veelvuldig strijd geleverd en werden grote delen onder water gezet. Na de Vrede van Munster in 1648 werd het gebied als Generaliteitsland, zo ongeveer de status van een wingewest, door de Republiek der Verenigde Nederlanden ingelijfd. Het bezit van deze strook land was van groot strategisch belang. Het stelde de Republiek in staat de Westerschelde af te sluiten voor scheepvaartverkeer. Antwerpen kwijnde, Amsterdam bloeide. Pas na de Franse tijd, in 1814, werd het deel van de provincie Zeeland en kreeg het zijn huidige naam: Zeeuws-Vlaanderen.

En nu komt er dus een brug, als ultieme bezegeling van de inlijving. Maar dit lijkt geen land van geheime genootschappen die op de leegstaande huizen leuzen schilderen, waarom zou men ook, over twee jaar vormen wij een Europa, afscheidingsbewegingen hebben het tij tegen je kunt je toch niet van Europa afscheiden? Nuchter polderland is het. Geen flauwekul, lijkt zelfs het konijn te denken (mogelijk een Vlaamse reus) dat beneden de kool inspecteert. De dijkwegen zijn stil en smal, vlinders fladderen voor mijn fietswiel voort, en daar beneden, waar enkele eeuwen terug de golven stuksloegen, golft nu het graan, staan aardappelen, bieten. De wind voert de geur van uien mee, er is het restant van een kreek, de spits van een kerktoren in de verte en voor heel even is daar het archetypische, sluimerende platteland zoals het opgehouden heeft te bestaan.

Hulst heeft zich het zand uit de ogen gewreven. Een onophoudelijke stoet auto's, veelal met Belgische nummerplaten, dendert door de twee hoofdstraten naar de Grote Markt, feitelijk een Grote Parkeerplaats. Er is een frituur, een overmaat aan sekswinkels, Dimm's pub schenkt Jupiler, de gulden en de frank zijn samen de baas. De gemeentereiniger is al heel lang op vakantie of overspannen thuis, het ziet er allemaal smoezelig uit. Een man met een fles bier zit op eenbank voor de basiliek waar een dodendienst plaatsvindt. De overlijdensadvertenties in de regionale bijlage van het dagblad De Stem vermelden niemand uit Hulst. Belangrijkste nieuws: 'Kamer van Koophandel op de bres voor vissers en toerisme'. Bij de Raad van State is beroep ingesteld tegen de aanwijzing van de Oosterschelde als natuurmonument, de recreatie zou in het gedrang komen. Het bordje VVV wijst in de richting vaneen bouwput, een vergissing, ze blijkt toch te bestaan, nou ja, er is een molen met folders en een meisje dat vanuit een soort alkoof naar me loert en op verzoek een lijst met hotels overschrijft. In een promotie-uitgave wordt opgegeven van de vestingwerken, de oude gevels, het monument van Reynaert de Vos en zo meer.

Maar de wandelpaden op de stadswallen zijn merkwaardig rustig, iemand laat zijn hond uit en een enkeling doet sportief. Het bord voor de opgegraven land- en waterpoort staat schuin en is overdekt met een groene aanslag. Er zijn trap- en klokgevels gebouwd volgens inzichten van de Delftse school en er is een laat-gotische kruisbasiliek met een gedeeltelijk verwoeste toren waarop een betonnen spits is geplaatst. Het zal iedereen een zorg zijn. Nooit zal een officiele publikatie de verscheidenheid aan pornozaken, de riante parkeermogelijkheden en de fantastische terrassen aanprijzen. Aan instincten die voor primitief doorgaan wordt liever niet geappelleerd. In plaats daarvan wordt in rituele bewoordingen het beeld van een cultuurminnende bevolking opgeroepen, er wordt met de Reynaert gekoketteerd (de schrijver zou mogelijk in Hulst geboren zijn), het roemrijk verleden van stal gehaald, maar het heeft toch veel weg van een alibi om de franken te laten rollen. Een dwaasidee: Belgen die heen en weer scheuren om tijdschriften te bemachtigen waarin bepukkelde konten staan afgebeeld. Ze zullen wel scheuren vanwege een te lange onthouding. Hulst heeft de oude band met Vlaanderen behouden, voor een niet gering deel omdat de Nederlandse wetgeving de verkoop van pornografie toestaat. Hier aan de periferie van Nederland, lijkt een ander, onbestemd soort recht te gelden, het soort recht waarin desperado's zich thuisvoelen. Om een brug lijkt het plaatsje niet verlegen. En een uithoek is het ook niet meer.

Hans Jacob Derksen debuteerde in februari 1990 met de roman Windsporen.