Onomkeerbaar

NA BIJNA DERTIG jaar worden in Zuid-Afrika de wapens neergelegd. De tweede officiele onderhandelingsronde tussen de Zuidafrikaanse regering en het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) heeft gisteren een belangrijk resultaat opgeleverd. De regering zal de politieke gevangenen vrijlaten en de ballingen amnestie verlenen, terwijl het ANC de 'gewapende strijd' opschort. Het akkoord verstevigt de posities van zowel president De Klerk als van ANC-leider Mandela. De Klerk kan de conservatieve blanken voorhouden dat er nu een einde komt aan de bomaanslagen van het ANC. De 'Speer van de Natie', de militaire vleugel van het ANC die in 1961 werd opgericht door Mandela, heeft nooit een bedreiging gevormd voor het Zuidafrikaanse leger. Maar de guerrillastrijders hebben de blanken wel veel angst ingeboezemd met het plaatsen van bommen en landmijnen. Voor de blanke Zuidafrikaan werd het ANC daarmee een synoniem voor terrorisme. Het akkoord is daarom voor de blanke achterban van De Klerk psychologisch van groot belang. Het ANC is onderhandelingspartner, het ANC heeft zich vastgelegd op het principe van een 'vreedzame overgang'. Het terrorisme komt alleen nog van extreem-rechts, van verblinde blanken die zich met geweld aan de apartheid vastklampen. Het gevaarlijke is daarbij dat velen uit deze groep werkzaam zijn in het Zuidafrikaanse politie- en veiligheidsapparaat dat het ANC jarenlang bestreed. OOK MANDELA spint garen bij het akkoord dat hij gisteren met de regering sloot. De ANC-leider kan met name de radicalen in zijn organisatie erop wijzen dat de 'gewapende strijd' op den duur uitzichtloos zou zijn door de kracht van het Zuidafrikaanse leger (de meeste militaire bases van het ANC bevonden zich noodgedwongen in Tanzania en Ethiopie). Hij heeft de 'gewapende strijd' niet eenzijdig prijsgegeven, maar er de vrijlating van de gevangenen en de terugkeer van ballingen mee bedongen.

Met dit akkoord zijn een aantal belangrijke obstakels voor de onderhandelingen over een nieuwe grondwet uit de weg geruimd. De regering en het ANC raadplegen voortaan niet meer eerst hun militaire strategen maar hun juristen die werken aan modellen voor een nieuwe constitutie. Zij vragen zich af voor welke vorm van democratie en welk economisch systeem Zuid-Afrika zou moeten opteren.

Het ANC zou er goed aan doen in eigen kring een aantal ideologische standpunten zoals over de nationalisering van banken en mijnbouwbedrijven opnieuw tegen het licht van de tijd te houden. Het * dgenootschap met de Zuidafrikaanse Communistische Partij (SACP) tot voor kort nog erg nuttig voor het ANC omdat het steun uit Moskou verzekerde is nu een last geworden. Het is ook de vraag of de SACP-leiders, tot voor een aantal maanden nog overtuigde stalinisten, in staat zijn 'democratie' inhoud te geven.

HET ANC ZOU zich ook kunnen afvragen of de economische boycot in zijn volle omvang moet worden gehandhaafd nu het proces van hervormingen onomkeerbaar is geworden. De verwachtingen onder de zwarten in het land zijn hooggespannen omdat ze denken dat afschaffing van apartheid gepaard gaat met meer werk, een hoger inkomen en betere huizen. Hoe langer de economische boycot ongenuanceerd voortduurt, hoe moeilijker het zal worden om in Zuid-Afrika een democratie op te bouwen. In Oost-Europa kan het ANC zien dat de opbouw van een democratisch systeem op een economische puinhoop moeilijker is dan het bedenken van de slogans die deze puinhopen hebben veroorzaakt.