Kinderen

Hoe moeten kinderen worden opgevoed? Hoewel ik zelf kind ben geweest durf ik me niet als expert op te werpen. Bijna niemand durft het meer. Ouders weten dat de pedagogen hun geen zekerheid kunnen geven, die hebben in het verleden te veel verschillende dingen gezegd. De pedagogen zelf zijn bescheiden geworden. Buitenissigheden zullen ze niet gauw meer aanraden. Iedereen is voorzichtig, want niemand weet hoe het moet. Mogelijkheden aanbieden, dat staat hoog aangeschreven. Het moet ook weer niet al te nadrukkelijk gebeuren. Kleine genieen kweken, zoals nu in Amerika in de mode schijnt te zijn, wordt in Nederland overdreven en een beetje griezelig gevonden.

Vorig jaar was iedereen verrukt van de kleine Hongaarse schaakster Judit Polgar. Nu staat ze weer bovenaan in haar toernooi, maar het nieuwtje is er af en nu wordt er minder geschreven over haar partijen en meer over de vraag of ze wel gelukkig zal worden en of haar vader geen wrede circusdompteur is.

Steeds meer irritatie wekt de vader, schreef Het Parool gisteren. Hij vraagt te veel geld voor het optreden van zijn drie dochters. 'Klinkende munt' schreef Het Parool vol weerzin. De oudste twee dochters hebben allebei al een huis bij elkaar geschaakt. Schande. Straks laten ze nog gouden deurknoppen aanbrengen. De Polgars vragen geld als ze geinterviewd worden. Daar houden journalisten helemaal niet van. Ze willen dat iemand het als een gunst beschouwt dat er over hem geschreven wordt. De pers, koningin der aarde, doet haar inkopen het liefst zonder betalen en vindt dat de bestolen middenstander het maar als een eer moet beschouwen dat hij hofleverancier is geworden.

Toch is het heel verstandig van vader Polgar. Als hij het anders zou doen zouden de kinderen later terecht klagen. Vader, je had ons miljonair kunnen maken, maar je hebt alles gratis weggegeven. Ik wilde de journalisten niet irriteren, lief kind.

Het is juist de consequente rationaliteit van de Polgarfamilie die afschuw opwekt. De ouders hebben iets gedaan wat geen opvoeder meer durft. Ze hebben zich niet beperkt tot het vaag aanbieden van mogelijkheden, ze hebben een plan voor hun kinderen opgesteld en het uitgevoerd. De kleine Judit is vanaf haar vijfde jaar voorbestemd om schaakster te worden. De kinderen gingen niet naar school en ze zagen geen leeftijdgenoten. Ze zijn eigenlijk nooit kind geweest. Hun kindertijd is hun ontstolen.

Wie het zo uitdrukt geeft aan dat hij dit heel erg vindt. Toch is het niet zonder meer vanzelfsprekend dat de kindertijd een zo groot goed is dat ieder mens er recht op heeft. De metableticus J. H. van den Berg heeft ons geleerd dat kinderen vroeger niet bestonden. Het kind is een uitvinding van de achttiende eeuw. Daarvoor waren er alleen kleine volwassenen, die natuurlijk nog het een en ander moesten leren, maar in principe in dezelfde wereld leefden als de ouderen. Geef het kind vanaf de speen de dialogen van Plato, dat zal het meer waarderen dan de Decamerone van Boccaccio. Zo schreef Montaigne in de zestiende eeuw. Er zijn tal van voorbeelden van kinderen die op hun vijfde jaar Plato in het Grieks lazen, op hun tiende zes talen spraken en op hun vijftiende een belangrijke maatschappelijk positie bekleedden. Ze kunnen nauwelijks kinderen genoemd worden.

Van den Berg legt ook uit waarom het kind later toch ontstaan is. De wereld van de volwassenen was te ingewikkeld geworden en te veel verborgen. Er was een zo lange voorbereidingstijd op de volwassenheid nodig geworden, dat sommige mensen nu hun hele leven kind blijven.

Er zijn nog maar een paar terreinen waar het anders is. Het schaken en misschien de muziek. Het werk van de schaker is niet verborgen, iedereen kan zien wat hij doet. Er zijn geen ingewikkelde sociale vaardigheden nodig om schaker te worden. Levenservaring is niet vereist. Alles wat je nodig hebt staat in boeken, alles ligt open. Het geheim van de grote mensen bestaat niet. Volwassenen en kinderen kunnen tegen elkaar spelen, er is eigenlijk geen onderscheid, iedereen doet hetzelfde. Een schaakster heeft geen kindertijd nodig. Ze hoeft niet te wachten, ze kan meteen aan het werk.

Er was nog iets waar Het Parool zich aan ergerde, nog meer dan aan het financieel beleid van de Polgars. De opvattingen van de ouders over seksualiteit. Die moet streng met de rationaliteit verbonden worden. De ouders wensen nauw betrokken te worden bij de partnerkeuze van hun dochters. Die zullen zich niet in blinde verliefdheid en lust in een irrationele verhouding mogen storten. Schokkend noemt de Paroolverslaggever dit en hoe geschokt hij is laat hij even later merken als hij schrijft dat deze uitspraken zijn 'om over je nek te gaan'. Het is daar wel een vlotte, losgeslagen bende geworden bij die krant sinds Henri Knap er geen toezicht meer houdt.

Een rationele partnerkeuze onder toezicht van de ouders. Geen ouder van nu die er maar over zal durven denken. Toch waren de ervaringen in het verleden niet zo slecht. Ja, in het verleden, en misschien nu nog in achterlijke streken, maar bij ons kan dat niet meer, het zou een anachronisme zijn.

De hele opvoedingsmethode van de ouders Polgar is een anachronisme. Ze zijn exact en doelbewust op een terrein waar iedereen vaag en vrijblijvend wil zijn. Misschien kan het inderdaad niet meer. Het is gevaarlijk om een paar honderd jaar uit de pas te lopen. Misschien kan het toch, omdat de schaakwereld een reservaat is waar de kinderbescherming nog niet is doorgedrongen.

De kinderen Polgar maken een intelligente, vriendelijke en zelfbewuste indruk. Toch vraagt iedereen zich af of ze wel gelukkig kunnen worden. Als er een ongeluk zou gebeuren zou het onze diepste overtuiging bevestigen: dat de belangrijkste dingen maar het beste aan het toeval kunnen worden overgelaten.

Hoe moet het straks, als de kinderen veertig zijn en ziek van het schaken? De vader die een monster wordt gevonden omdat hij het lot van zijn kinderen zo vast heeft gestuurd, wordt verweten dat hij geen maatregelen heeft genomen om hun geluk over twintig jaar te waarborgen.

Hij is er te ernstig voor, maar ik zou in zijn plaats zeggen: beter sores met soep dan sores zonder soep. Een flinke bankrekening zullen de kinderen in ieder geval hebben en wie dan leeft, dan zorgt.