Interferon blijkt soms effectief middel tegen chronischehepatitis B

Amerikaanse onderzoekers hebben een middel ontwikkeld tegen chronische hepatitis B, een ernstige virale leveraandoening en de negende van alle doodsoorzaken ter wereld. Het middel, interferon alfa-2b (een synthetische afgeleide van een der natuurlijke interferonen), is effectief bij een op de tien behandelde patienten en brengt bij 40% de virusinfectie tot stilstand. Dit blijkt uit de resultaten van een klinische proef met 126 patienten in 12 medische centra, gepubliceerd in het medisch-wetenschappelijke tijdschrift The New England Journal of Medicine.

Chrnische hepatitis B is een van de belangrijkste oorzaken van levercirrhose en leverkanker. Alleen al in de Verenigde Staten worden meer dan een miljoenmensen geplaagd door de ziekte, waartegen voorheen nog geen enkele therapie voorhanden was.

In de cellen van patienten wiens ziekte door interferon alfa-2b werd bedwongen, was het hepatitis B-virus volkomen verdwenen. Het kon zelfs met de gevoeligste technieken niet meer worden aangetoond, aldus het onderzoeksrapport. Het onderzoek stond onder leiding van dr. Robert P. Perillo, directeur gastroenterologie aan het Veterans Affairs Medical Center in St. Louis. Volgens hem heeft de behandeling het meeste kans op succes, wanneer ze in een vroeg stadium gebeurt. Hoe langer men wacht, hoe kleiner de kans op permanente genezing, aldus Perillo.

Het nieuwe middel tegen hepatitis-B is niet zonder nadelen. Het medicijn moet dagelijks intraveneus worden toegediend en het veroorzaakt bijwerkingen als moeheid, spierpijn en prikkelbaarheid. Omdat de behandeling vier maanden duurt, is dit voor de betrokken patienten weinig plezierig, te meer daar de kans om er baat bij te hebben slechts 40 procent bedraagt.