Godsdienstonderwijs terug op Poolse scholen

ROTTERDAM, 7 aug. De Poolse kerk heeft gewonnen: vanaf het begin van het nieuwe schooljaar op 1 september staat godsdienstonderwijs weer op het programma van alle kleuter-, lagere en middelbare scholen in Polen tot grote vreugde van de kerk, maar tot niet minder groot ongenoegen van niet alleen de vier miljoen orthodoxen, protestanten, joden en atheisten in Polen, maar ook van een groot aantal katholieken.

De regering publiceerde gisteren de nieuwe regels over het godsdienstonderwijs op school, het sluitstuk van een debat dat maanden heeft geduurd en dat van tijd tot tijd zeer hoog is opgelopen. Religieus onderwijs, zo stellen die regels, wordt op vrijwillige basis gegeven. De ouders van kinderen onder de veertien beslissen of hun kind godsdienstonderwijs krijgt; oudere leerlingen beslissen daar zelf over. Hoeveel uur per week aan godsdienstonderwijs wordt besteed bepalen de scholen; in principe gaat de regering uit van twee uur per week. Kinderen die er niet aan deelnemen moeten alternatief onderwijs krijgen. Een slecht cijfer voor godsdienst kan niet bepalend zijn voor de toekomst van een leerling: het godsdienstonderwijs wordt op vrijwillige basis genoten en slechte resultaten beslissen niet over overgaan of blijven zitten. De scholen krijgen verder zo zei zaterdag Anna Radziwill, als onderminister van onderwijs verantwoordelijk voor de maatregel de taak erop toe te zien dat de invoering van het godsdienstonderwijs niet leidt tot 'conflicten of manifestaties van intolerantie' en dat de godsdienstlessen in dienst staan van 'een opvoeding conform de universele waarden van de katholieke ethiek en in de geest van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens'.

Het zijn mooie woorden en ze zijn met grote instemming begroet door vertegenwoordigers van de katholieke kerk, die de afgelopen maanden druk campagne hebben gevoerd voor de herinvoering van het godsdienstonderwijs. De maatregel, zo riep de leider van die campagne, bisschop Alojzi Orszulik, is 'een terugkeer naar een situatie die in Polen al eeuwen bestaat'.

Godsdienstonderwijs bestond in Polen voor de oorlog. In 1949 werd er door het nieuwe stalinistische bewind een eind aan gemaakt. Na de machtswisseling van 1956 keerde de catechismus terug in de Poolse scholen, maar in 1961 achtte het regime zich weer sterk genoeg om het af te schaffen. De vraag of na de afschaffing van het socialisme de kerk opnieuw de Poolse scholen binnenmag heeft de Poolse publieke opinie maandenlang bezig gehouden. De voorstanders van godsdienstonderwijs op school hebben aangevoerd dat negentig procent van de Polen katholiek is, dat godsdienstonderwijs in het verleden deel heeft uitgemaakt van het leerplan en dat niemand wordt verplicht eraan deel te nemen: vrijheid blijheid, daar kan niemand tegen zijn. Eerherstel van het godsdienstonderwijs, zo stelde het Poolse episcopaat in juni onomwonden, is 'niet meer en niet minder dan een goedmaking van de schade die het totalitaire systeem de samenleving heeft veroorzaakt'.

Ten slotte is Polen niet voor niets al duizend jaar katholiek en ten slotte steunde de hele Poolse samenleving de activisten van Solidariteit toen ze nog maar een paar jaar geleden met hongerstakingen en bezettingen ageerden voor de aanwezigheid van het kruisbeeld in de klaslokalen..Die argumenten waren en zijn echter niet aan iedereen besteed. De tegenstanders hebben gewezen op de discriminatie waarvan niet-katholieke kinderen onherroepelijk het slachtoffer worden als de clerus de school betreedt. Sinds 1961 wordt het godsdienstonderwijs in parochiehuizen en de kerken gegeven, en daar al, zo voeren de tegenstanders aan, wordt heftig gediscrimineerd tegen leerlingen die er wegblijven: ze worden in de ogen van hun katholieke mede-leerlingen ongelovigen, heidenen, paria's. Dat geldt voor de kinderen van atheistische ouders ('communisten'), van die van orthodoxe of protestantse ouders, en in nog veel sterkere mate voor de kinderen van joodse ouders, die niet alleen worden gediscrimineerd wegens hun wegblijven maar extra worden getroffen door het onverhulde antisemitisme waarvan bij het godsdienstonderwijs sprake is niet overal, maar wel in heel veel parochiehuizen. De belangrijkste woordvoerder van de tegenstanders van godsdienstonderwijs op school, de orthodoxe metropoliet Bazyli, heeft er herhaaldelijk op gewezen dat godsdienstonderwijs op school 'niet-katholieke kinderen blootstelt aan een diepgaande psychologische druk' en op de uitingen van intolerantie die daar het gevolg van zijn. 'Ongelovige' kinderen worden op grote schaal het slachtoffer van pesterijen, vernederingen en pakken slaag, waarbij doorgaans het onderwijzend personeel een andere kant opkijkt. Dat zal, zo menen de tegenstanders van godsdienstonderwijs op school, alleen maar erger worden als de kapelaans met hun catechismus weer de klaslokalen binnen mogen.

Zelfs onder katholieke ouders is de herinvoering van godsdienstonderwijs verre van onomstreden. Negentig procent van de Polen is katholiek; maar bij opiniepeilingen is nooit meer dan zestig procent van de Polen voorstander geweest van godsdienstonderwijs op school: velen, vooral onder de intellectuelen, gaan ervan uit dat als hun kinderen katholiek willen worden, ze dat op latere leeftijd zelf maar moeten beslissen en willen hen daarom niet vanaf de kleuterschool laten indoctrineren.

Die argumenten zijn door de regering uiteindelijk slechts gehonoreerd met Anna Radziwills waarschuwing tegen 'conflicten en intolerantie', hoewel ook binnen die regering een meerderheid in principe tegen de terugkeer van godsdienst op school was en is. Mensen als premier Mazowiecki, zelf hoogst gelovig, en Anna Radziwill zelf hebben zich in het verleden onder de tegenstanders geschaard. Zelfs nu de kogel door de kerk is heeft Radziwill nog nodige twijfels over de wijsheid van haar besluit. In een vraaggesprek met het regeringsblad Rzeczpospolita stelde ze zaterdag dat de beslissing godsdienstonderwijs toe te laten 'niet de juiste is'.

Maar, zo voegde ze eraan toe: 'Niet elk besluit is een keus tussen wat absoluut goed en wat absoluut verkeerd is.'