Duur boycot Irak is niet te voorspellen

DEN HAAG, 7 aug. Hoe lang deze boycot kan gaan duren en wat de gevolgen zijn voor de oliemarkt? Minister Andriessen zei ons gisteren in de wandelgangen van zijn departement aan het Haagse Bezuidenhout: 'Ik denk dat er echt niemand is die dat nu kan voorspellen. Je hebt te maken met een volstrekt onberekenbare tegenpartij.' Maar de boycot kan wel heel effectief werken, meent de minister. Van groot belang is hierbij, meent Andriessen, of het Amerikaanse regering lukt via overleg met Turkije en Saoedi-Arabie de Iraakse olie al bij het begin van het transport geheel de pas af te snijden. Gisteren werd een eerste succes te worden geboekt toen Irak zelf besloot een van de leidingen naar Turkije te sluiten, nadat het Saddam Hussein kennelijk was gebleken dat de Turkse president Ozal overwoog zijn neutrale houding jegens Irak op te geven.

Een hele stap voor de Turkse regering, die aan het transport naar de Middellandse Zee en de opslag van Iraakse olie honderden miljoenen dollars per jaar verdient en voor de binnenlandse olievoorziening sterk afhankelijk is van Iraakse olie.

In politieke kringen werd er direct gespeculeerd over concessies die Ozal voor zijn moedige besluit zal verlangen, wellicht van de Europese Gemeenschap, die zaterdag een opmerkelijk eensgezind en ferm besluit nam tot een olie- en wapenembargo tegen Hussein. Turkije wil graag vaart zetten achter zijn verlangde toetreding tot de EG, maar 'Brussel' heeft de aanvraag voorlopig in de ijskast geschoven.

Het afsluiten van de Iraakse pijpleidingen is wezenlijk voor een snel effect van de boycot, zei minister Andriessen gisteren. 'Daar in Turkije en Saoedi-Arabie kun je het meteen controleren, want de pijp gaat op gezette tijden open voor Iraakse olie, en weer dicht.'

Andriessen beschikt nog niet over informatie van Amerikaanse zijde of er een kans bestaat dat de kraan ook in Saoedi-Arabie dicht zal gaan.

Via de pijplijdingen in Turkije vond tot gisteren de helft van de bijna 3 miljoen vaten olie die Irak dagelijks exporteert zijn weg naar de Middellandse Zee voor verscheping naar West-Europa en de Verenigde Staten, aldus het gezaghebbende blad Middle East Economic Survey (MEES). Over het grondgebied van Saoedi-Arabie wordt dagelijks een olieplas van 900.000 vaten Iraakse olie getransporteerd naar de Rode Zee, waar het zwarte goud in tankers wordt geladen die naar Japan, West-Europa en de VS gaan. De rest van de export, 300.000 tot 400.000 vaten, wordt via de Iraakse olieterminal in het noorden van de Golf bij Mina Al Bakr in tankers geladen.

De controle op die laatste stroom en van tankers met Iraakse en Koeweitse olie in de Golf en de Rode Zee voor het geval de Saoedische pijplijn niet wordt afgesloten, is veel moeilijker. Er zouden waarschijnlijk oorlogsschepen voor nodig zijn, met alle risico's van dien. In de Verenigde Staten wordt al druk gespeculeerd over een blokkade in de Golf en mogelijk in de Rode Zee, een gevaarlijke operatie die president Bush tot het uiterste zal willen vermijden. Een blokkade kan door Hussein worden opgevat als een oorlogshandeling, die hij kan beantwoorden door zijn Franse Exocet-raketten in te zetten.

Voor een herstel van de oliemarkt en het afremmen van de prijsstijging op de wereldmarkt blijft intussen de vraag actueel of andere olieproducerende landen de aanvoervermindering door de boycot jegens Irak en Koeweit zullen opvullen. De oliemaatschappijen toonden zich daarover gisteren in hun overleg met minister Andriessen enigszins optimistisch. Ook de deskundigen op het ministerie van economische zaken hebben vertrouwen in de vrije marktwerking. Een aantal OPEC-landen zit immers te springen om een verhoging van de produktie.

Het probleem dat het oliekartel tot voor kort parten speelde, een overproduktie door Koeweit en de Verenigde Emiraten, waardoor het aanbod van ruwe olie op de markt te groot werd en de prijs daalde tot even boven de 15 dollar, is nu omgedraaid. Gisteren werd op de termijnmarkt in Londen al 26,50 dollar betaald voor een vat ruwe Noordzee-olie, een niveau dat voor het laatst in 1986 was bereikt. In New York steeg de prijs nog sterker.

Herstel van het totale produktieniveau van alle 13 OPEC-landen samen zou een matigend effect hebben. Maar een flinke prijsdaling mag daarvan nog niet verwacht worden, daarvoor is de politieke onrust in het MIdden-Oosten veel te groot. Dat herstel zou trouwens alleen met medewerking van de grootste producent, het bedreigde Saoedi-Arabie, bereikt kunnen worden. Irak en Koeweit namen bijna een vijfde van de totale OPEC-produktie voor hun rekening. De Saoedi's kunnen snel voor een flinke produktieverhoging zorgen omdat het slechts 53 procent van de capaciteit van zijn olie-installaties benut. Als ze de druk van Irak durven weerstaan.

Opmerkelijk was de oproep die gisteren door de Iraanse regering, de aartsvijand van Saddam Hussein, werd gedaan op de andere OPEC-landen om niet de wegvallende olieproduktie van Irak en Koeweit te compenseren. Tegelijkertijd kondigde de Venezolaanse olieminister aan best een steentje te willen bijdragen aan die compensatie en maakte de Japanse premier bekend dat hij dit weekeinde naar Oman en Saoedi-Arabie reist om extra leveranties te vragen. Japan heeft zich door de internationale boycot van Irak te steunen, extra kwetsbaar gemaakt. Dit land is voor 99 procent van zijn energieverbruik afhankelijk van importen. Irak en Koeweit zorgden tot gisteren voor twaalf procent van de olietoevoer naar Japan.