Droom van Bhutto is wreed verstoord

ROTTERDAM, 7 aug. Twintig maanden heeft de droom van de Pakistaanse premier Benazir Bhutto geduurd. Het sprookje van de knappe dochter van de vroegere premier Zulfikar Ali Bhutto, die eerst moest toezien hoe de nieuwe alleenheerser Zia ul-Haq haar vader liet ophangen maar uiteindelijk tot vreugde van het land ook zelf premier werd, is gisteren in een grote anti-climax geeindigd.

Op weinig glorieuze wijze zijn zij en haar regering door president Ghulam Ishaq Khan aan de kant geschoven. Het is niet geheel uitgesloten dat de 37-jarige Bhutto, de eerste vrouwelijke premier in de islamitische wereld, na de verkiezingen van 24 oktober terugkeert, maar de uiterst povere resultaten van haar regering hebben haar veel van haar vroegere glans ontnomen.

Hoewel er al geruime tijd werd gespeculeerd over de mogelijkheid dat de president de regering en het parlement naar huis zou sturen, hadden maar weinigen deze voorzichtige 'koning van de bureaucraten' zoals hij wegens zijn langdurige ambtelijke loopbaan in het verleden wel wordt genoemd tot zo'n drastische stap in staat geacht. Maar gisteren deed de president dan toch wat de oppositie al maanden van hem had gevraagd.

Voor Benazir Bhutto kwam het besluit van de president als een donderslag bij heldere hemel. Dit weekeinde, toen bekend werd dat de oppositie opnieuw via een motie van wantrouwen wilde proberen om de regering-Bhutto ten val te brengen, hadden nauwe medewerkers van de premier nog het volste vertrouwen gehad dat Ghulam Ishaq Khan zoiets nooit zou doen.

De verblufte Bhutto, die terstond werd opgevolgd door oppositieleider Mustafa Jatoi als interim-premier, wist gisteren niet veel anders te zeggen dan dat de stap van de president in strijd was met de constitutie. Maar dit is niet het geval. De grondwet, een erfstuk van wijlen Zia ul-Haq, verleent de president uitdrukkelijk zeer ruime bevoegdheden. Benazir Bhutto was oorspronkelijk van plan geweest de constitutie te wijzigen, maar kenmerkend voor haar machteloosheid het ontbrak haar aan voldoende steun in de volksvertegenwoordiging om dit plan te verwezenlijken.

Ghulam Ishaq Khan rechtvaardigde zijn beslissing gisteren onder andere met de bewering dat de regering van Benazir Bhutto corrupt was en zich bezondigde aan nepotisme. Bovendien beschuldigde hij haar van incompetentie. Wat de eerste twee verwijten aangaat had de president zonder meer gelijk. Benazirs echtgenoot, Azif Ali Zardari, en diens vader zijn berucht om hun schaamteloze corruptie. Bij vrijwel elke economische transactie van enige betekenis proberen ze hun aandeel op te eisen. Ook bedreef de regering op grote schaal nepotisme. Veel opzien baarde bij voorbeeld de benoeming van Benazirs moeder als haar plaatsvervangster in het kabinet.

Minder overtuigend was het verwijt van incompetentie. De eerlijkheid gebiedt namelijk te zeggen dat Benazir Bhutto ook wel bijzonder weinig kon uitrichten. Aangezien de oude Zia-gezinde garde de Senaat geheel controleerde, was vrijwel ieder wetsontwerp dat de regering-Bhutto door het Lagerhuis wist te loodsen in de Senaat ten dode opgeschreven. Door deze stand van zaken verkeerde Pakistan politiek gezien al bijna twee jaar lang in een impasse.

Een grote handicap voor Benazir was ook dat het leger haar maar half vertrouwde. Weliswaar slaagde ze erin een aantal belangrijke benoemingen door te drukken van haar goedgezinde topmilitairen, maar het merendeel van de strijdkrachten was niet op haar gesteld. In het algemeen waren haar betrekkingen met deze in Pakistan nog altijd zeer machtige factor bepaald niet hartelijk.

Ook haar relatie met de door haar onderschatte Ghulam Ishaq Khan liet ernstig te wensen over. Vorig jaar raakten beiden zo gebrouilleerd dat ze zo'n vier maanden lang vrijwel geen woord met elkaar wisselden. Herhaaldelijk kwam Benazir in botsing met het bejaarde staatshoofd over de vraag wie nu het recht had bepaalde benoemingen te doen. Vorige herfst gaf ook Bhutto zelf toe dat ze wellicht niet altijd even tactisch was geweest jegens de president.

Vorige herfst, toen de MQM-partij van de Mohajirs (oorspronkelijk uit India en Bangladesh gevluchte moslims) haar coalitie verliet, werd de toch al niet grote speelruimte voor de regering-Bhutto nog kleiner. Slechts door 'onafhankelijke' kandidaten exorbitante bedragen voor hun stem te betalen wist de regering toen het vege lijf te redden. Niettemin had de regering-Bhutto ondanks de impasse nog langdurig aan het bewind kunnen blijven, ware het niet dat de toestand in Benazirs eigen provincie Sind dramatisch verslechterde.

Eind mei kwam het daar tot ernstige onlusten tussen de Mohajirs en de inheemse bevoking van de Sindi's. Tot die laatste groep behoort Benazir zelf en om zich althans van de steun van de Sindi's te verzekeren bevoordeelde de provinciale regering van Benazirs Pakistaanse Volkspartij (PPP) de Sindi's zonder reserves ten koste van de meestal beter opgeleide Mohajirs. De kruik ging zo lang te water tot zij barstte: eind mei kwamen bij willekeurige aanslagen en hevige gevechten honderden mensen om het leven. De politie stond machteloos bij deze etnische strijd en slechts met behulp van enkele divisies van het leger wist Benazir de toestand weer enigszins onder controle te krijgen. Haar prestige had echter een fatale deuk opgelopen.

Voor Ghulam Ishaq Khan vormde dit waarschijnlijk de druppel die de emmer deed overlopen. Dat de premier zelfs in haar eigen provincie de zaken zo volkomen uit de hand had laten lopen, was reden genoeg om van haar af te raken. En het leger dacht er niet anders over.

Het probleem is echter dat er geen werkelijk alternatief is voor Bhutto en haar regering. De oppositie is geen haar beter. Ook de politici van de oppositie zijn corrupt en bedrijven nepotisme en of ze competent zijn is zeer de vraag. Een duidelijke leider van de oppositie ontbreekt. Noch de net benoemde Jatoi noch de premier van de belangrijkste provincie Punjab, Nawaz Shariff, zijn indrukwekkende figuren die het land uit de huidige bestuurlijke malaise omhoog zouden kunnen trekken. Hierbij komt nog dat de Gecombineerde Oppositiepartijen (COP) wel graag van Benazir Bhutto af willen geraken maar het voor het overige over bijna alles oneens zijn.

Het is nu voor de tweede keer in minder dan twee jaar aan de kiezers van Pakistan om te bepalen hoe het verder moet met de jonge democratie van het land. Niet alleen voor Pakistan zelf maar ook voor de stabiliteit op het Indiase subcontinent is het noodzakelijk dat er spoedig een krachtdadige nieuwe regering zal zetelen in Islamabad. Ook het buurland India, waarmee de betrekkingen wegens de kwestie-Kashmir al zeer gespannen zijn, kampt immers met binnenlandse politieke spanningen. Onder die omstandigheden kan een nieuw incident tussen beide landen gemakkelijk gevolgen krijgen die voor de zwakke regeringen in Islamabad en New Delhi niet meer in de hand zijn te houden.