Amechtige badstof

Waar blijft toch het Nederlandse proza over de fitnessclub, aerobics, squash; het efficiente heffen, trekken en hollen voor de betere lijn? 'Prooi' van Tonnus Oosterhoff speelt zich weliswaar af in een zweterige trainingsruimte, maar ontpopt zich toch niet als de sportschoolromance die het even lijkt te beloven 'De kleine man voor haar droeg een verschoten trainingsbroek. Zijn naakte rug sproeide gouden haren, die elkaar toewenkend naar de duistere reet buitelden. Wat viel er daar te vieren? De kortste nacht? Ze beet even in haar handdoek.'

Het verhaal gaat niet over dicht bij elkaar uitgevoerde fitnessbewegingen, maar over een massagecursus.

Oosterhoff debuteerde onlangs met de dichtbundel Boerentijger. Van zijn verhalen kan hetzelfde gezegd worden als wat redacteur Tomas Lieske in dit nummer over de gedichten opmerkt: er gaat een merkwaardige bekoring van uit. Dat klinkt vaag, en dat moet voorlopig ook maar. Want is 'Haar hart klampte zich als een jong zwart aapje aan de ruggegraat' nu mooi of vals? En 'de amechtige badstof van zijn trainingsbroek', is dat inderdaad bijzonder treffend of onzin? Ook het korte verhaal 'Vertaling', waarin een gedicht van Celan vertaald wordt tegen een achtergrond van Zwitserse Alpen kou, chronische pijn en hartstocht maakt indruk, je geeft je meteen half gewonnen.

Ander opmerkelijk proza in dit nummer is van Dirk van Weelden, die een strelende brief schreef aan 'de Heilige Geest van de Elektrische Gitaar'(Jimi Hendrix); en van Willem Jan Otten, met een verhaal over een overspelige gasthoogleraar van in de vijftig die zijn spiegelbeeld geleidelijk ziet verdwijnen ('Hij bedolf haar onder zijn onzichtbare lichaam en wist: alleen zo, in deze omhelzing, besta ik nog'). Opzettelijk lelijk werd 'Tonk' van Reinold Witteman, een verhaal met louter elliptische zinnen zonder onderwerpen: 'Bezit een hondewagen. Sterke honden. Goede beesten, elke blinde mocht ze willen. (...) Verzamel voor het nageslacht. Ben collectioneur en conservator van blaasmuziek in emmers.'

Gaat zo stug voort en houdt vol tot hij onmogelijk meer ernstig genomen kan worden 'Kleren ja, wel kleren, niet te veel. Moet wel vanwege openbaar verschijnen. Draag liever harnas.' Meer dan alleen vermeldenswaard is verder het stuk van Benno Barnard over zijn bezoeken aan Praag in 1979 en kortgeleden. Hij maakte er vrienden, toen dissidenten. 'Slavek ontvouwde mij de theorie van de twee zielen die ach! in de Tsjechische borst woonden, en die letterkundig door K. en Svejk werden belichaamd je kon je door de laarzen laten vermorzelen, je kon er ook op spugen terwijl je ze poetste.'

Barnards zelfspot ('dissidententoerisme') is ontwapenend, zijn bewondering voor Ivan Klima klinkt oprecht. In Barnards onnadrukkelijk mooie proza is, door zijn lange verblijf in Belgie, een ietsjepietsje Vlaams terecht gekomen; een 'onderkomen brouwerij' is er een die vervallen is.

Tirade 328, 1990-3. Uitg. Van Oorschot, 96 blz. fl.15,00. Gekmakend laconiek 'Het grootste deel van de woningen maakt een onderkomen indruk. Enkele staan leeg en zijn door groen overwoekerd. Van andere zijn de veranda's met planken dichtgetimmerd.'

Huub de Jonge, economisch antropoloog (Nijmegen) bezocht de plek op het eiland Madoera waar A. Alberts werkte, niet hard, als bestuursambtenaar van 1939 tot 1942. Ze ademt nog altijd een koloniale sfeer. De Jonge's beschrijving is grondig en zou een uitstekend gidsje kunnen zijn. Vanzelfsprekend heeft het klimaat veel verwoest, huizen, tennisbanen, grafteksten zijn weg of onvindbaar.

Van het tijdschrift Indische Letteren, een uitgave van de Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde, kan gelukkig niet gezegd worden dat het in zijn eerste jaar meteen al de krenten uit de pap heeft gevist. Nu pas, in de vijfde jaargang, is er een aflevering over A. Alberts. Du Perron bijvoorbeeld is nog niet aan de orde geweest, en andere belangrijke auteurs met hem.

Addy Adriaanssen interviewde Alberts samen met De Jonge, maar hij is tegen hun net zo gekmakend laconiek als ook Springer zou zijn geweest. Vaker haalt hij zijn schouders op dan dat hij het achterste van zijn tong laat zien; wel is hij duidelijk over zijn hekel aan de arrogantie van de Arabieren, en over de Japanse inval. Alberts zat enkele jaren geinterneerd en op het laatst vielen er veel hongerslachtoffers 'Ik hoorde er zelf bijna bij en verdomme dat is toch ellendig als je zoiets overkomt.' En dan opeens schiet hij uit zijn slof over de Nederlandse soldaten: 'Ik heb altijd een zekere minachting gehad, hoogstwaarschijnlijk volkomen ten onrechte, voor die verhalen over die Birmakampen. Eenvoudig omdat ik ze allemaal heb zien weglopen, die soldaten. (...) Ja, als hazen zijn ze gevlucht.' Indische Letteren, 5de jrg. nr.2. 94 blz., fl.10,00. Praam 27, 2377BW Oude Wetering.

Het geheime wapen van Marquez

Verfilmingen, tango, reizen, muziek, literatuur, stills en foto's, mooie foto's van Indianen. Het drietalige Ibero-Amerikaans tijdschrift Jose Marti Journaal heeft interviews met Claude Levi-Strauss over Indianen en Gabriel Garcia Marquez over zijn onrealistische filmscripts van Amores dificiles. Marquez noemt zichzelf 'een verschrikkelijke realist'. Het argument klinkt wel vaker: de Latijnsamerikaanse werkelijkheid lijkt voor een Europeaan onecht, verzonnen, maar volgens de schrijver vertelt hij in zijn boeken nooit iets onmogelijks 'De Engelsen zijn altijd veel gekker geweest. Zij hebben niet voor niets het detectiveverhaal uitgevonden. Gekker in een meer creatieve zin van het woord.' Nu wil Marquez proberen een boom van Latijnsamerikaanse films teweeg te brengen in Europa en de Verenigde Staten, hij wil alles doortrokken zien van Latijnsamerikaanse invloeden. 'Wij hebben een wapen dat de VS niet hebben en dat is de explosieve bevolkingsaanwas. Die zal alle perken te buiten gaan... en wat ooit van ons was, terugwinnen.'

Het klinkt hopelijk enger dan hij het bedoelt.

Michel Pellanders fotografeerde taferelen in de regenwouden van Brazilie, met Indianen die verdiept zijn in dagelijkse of rituele bezigheden. Marion Hoekveld verzamelde 'brieven' van Yanomami, jammer dat van haar en Pellanders geen toelichtingen werden opgenomen. De Franse filosoof-antropoloog Levi-Strauss (1908) geeft evenmin een achtergrond aan de beelden; hij spreekt in hoofdzaak over mythologisch en structuralistisch denken in de etnografie. Met Derrida kan hij niet uit de voeten, de antropologie maakt nu een slappe tijd mee 'Ik heb geen discipelen en kan inderdaad geen discipelen hebben.' Jose Marti Journaal, derde jrg. nr.3. 63 blz. fl.6,95. Centro Cultural Jose Marti, Herengracht 259, 1016BJ Amsterdam.