Zonder Jan Timman is Nederland zelfs nog zwakker dan IJsland; SCHAAKTOERNOOI IN ETALAGE

Het negende Ohra-schaaktoernooi, dat op het ogenblik in Amsterdam wordt gespeeld, zal ook het laatste zijn. Al in 1987 kondigde de sponsor aan dat men er dit jaar mee op zou houden. Er kan niet gezegd worden dat de onheilstijding toen als een bom insloeg. Het gevaar werd niet ernstig genomen. Al sinds 1961 had Amsterdam in de zomer een groot toernooi, eerst gesponsord door IBM, later door Ohra. Drie jaar was nog lang. Misschien zou Ohra in die tijd tot inkeer komen en anders zou er zeker een andere sponsor gevonden kunnen worden. Nederland was toch een schaakland bij uitstek. Een traditie van bijna dertig jaar plotseling verstoord, dat was ondenkbaar. Drie jaar later is de stichting Schaak Amsterdam er nog steeds niet in geslaagd het toernooi voor de toekomst veilig te stellen. Het blijkt dus wel degelijk mogelijk dat Amsterdam zijn grote toernooi kwijtraakt. Het toernooi in Biel, Zwitserland, dat net door Karpov gewonnen is, lijkt veel op het Ohra-toernooi. Het is ook een festival met allerlei verschillende groepen, voor topspelers en huisschakers. Het heeft lang niet zo'n oude traditie als dat in Amsterdam. Niemand heeft ooit gezegd dat Zwitserland een schaakland bij uitstek is. Toch is het toernooi in Biel groter en sterker en de continuiteit lijkt gewaarborgd.

Nederland heeft met de organisatie van schaakevenementen lang een voorsprong gehad op de omringende landen. Die voorsprong is ingehaald en hier en daar ontstaat een achterstand. Buitenlandse schakers vragen vaak waar ze in Nederland kunnen spelen. Het valt altijd bitter tegen. Ze kennen de wereldberoemde toernooien van Wijk aan Zee en Tilburg en ze denken dat het een topje van een ijsberg is. Ze zijn verbaasd dat er onder de top zo weinig berg blijkt te zijn. Niet dat Nederland achteruit gaat. Er valt veel meer te schaken dan vroeger. De vooruitgang in andere landen is alleen veel groter. In de jaren zeventig werd de Leningrader Sosonko Nederlander. De Joegoslaaf Kurajica woonde een aantal jaren in Amsterdam. Kortsjnoi was een tijd in Nederland en dacht er over om zich hier definitief te vestigen. Bestuursleden van de schaakbond vreesden dat een stroom vluchtelingen het Nederlandse schaakparadijs zou komen kaalvreten.

Volstrekt overbodige zorgen. De schaakemigranten gaan naar de Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Engeland en soms naar Israel. Ze weten niet dat de Nederlanders denken dat ze in het schaakland bij uitstek wonen.

Er is geen ander land waar de bloei van het schaakleven zo afhankelijk is geweest van het optreden van twee mensen. Eerst Euwe, later Timman. Een gelukje. Een wereldkampioen en later iemand die de sterkste schaker buiten de Sovjet-Unie is, het is meer dan we mochten verwachten.

Er wordt wel eens gevraagd of er al een opvolger van Timman in zicht is. Alsof Nederland een vanzelfsprekend recht op zo'n opvolger heeft. Vijftien jaar geleden kondigde Timman aan dat hij de ambitie had om wereldkampioen te worden. Menigeen lachte hem uit. Timman lachte ook, om de vorige lichting, die volgens hem slechts de ambitie had om zo sterk als Donner te worden. Geen wonder dat daar niet veel van terecht was gekomen. De jongere schakers, Van der Wiel, Van der Sterren, Piket, wilden misschien zo sterk als Timman worden. Te laag gegrepen voor een opvolger. Wie zo sterk als Timman wil worden moet nu juist naar het wereldkampioenschap streven. Het zou mij overigens allerminst passen om kritiek te hebben en je kan ook bedenken dat het wel erg toevallig zou zijn als de volgende 'beste van het westen' weer uit Nederland zou komen.

Liefde

Toen Timman zijn match tegen Speelman speelde schreef de Engelsman Hartston in zijn krant dat de Nederlanders 'een raar volk' een bijna pathologische liefde voor het schaken hadden. Helaas, ondanks al die liefde konden ze er volgens Hartston niet veel van. Het was maar goed dat Timman die match won. Wat dacht die verwaten Hartston wel. Nederland was zonder Timman derde in de Olympiade geworden, een fantastische prestatie. Kort daarna speelde Nederland vreselijk in het wereldkampioenschap in Luzern. Het eindigde toen ruim achter Zwitserland, Cuba en China en net een puntje voor op Afrika.

Hoe sterk is Nederland nu eigenlijk? Laten we ons eens met West-Duitsland vergelijken. Daar wonnen we vroeger meestal de landenwedstrijden van. Aan het eerste bord heeft Timman 75 ratingpunten meer dan Hubner. Een enorm verschil. Als cijfers iets zeggen heeft Hubner in de komende kandidatenmatch tegen Timman geen kans. Van der Wiel staat iets hoger dan Hort. Heel mooi. Vanaf het derde bord is het anders. Lobron staat boven Sosonko, Bisschoff boven Brenninkmeijer en Kindermann boven Piket. Zo gaat het verder door. In een Olympiadematch aan vier borden zou Nederland licht favoriet zijn. In een wedstrijd aan tien borden is Duitsland duidelijk favoriet. In een massakamp aan vijftig borden heeft Nederland geen kans. Zonder Timman is Nederland zwakker dan IJsland en nog net sterker dan Frankrijk, maar het is de vraag hoe lang dat zo blijft.

Geld

Nederlandse schakers zien verbaasd en met afgunst hoeveel geld er elders in de wereld opeens beschikbaar is. In Frankrijk krijgt Lautier een paar miljoen om zijn schaakkracht te vergroten. Miralles, een heel gewone speler, veel minder sterk dan onze topspelers, heeft een gegarandeerd jaarsalaris, waar hij niets voor hoeft te doen. Hetzelfde geldt voor alle IJslandse grootmeesters. Jonge Amerikaanse schakers krijgen hoge beurzen. De familie Polgar kon 100.000 dollar krijgen als ze zich in Amerika vestigde. De immigranten Gulko en Kamski worden ook goed verzorgd. In Nederland was vorig jaar ruzie tussen de bond en de spelers over het honorarium voor het landenwereldkampioenschap in Luzern. Het was nog ongeveer hetzelfde als twintig jaar geleden, er was niet eens een inflatiecorrectie toegepast. Er is nog veel waar de Nederlandse schaakwereld blij mee kan zijn. Een paar van de mooiste toernooien ter wereld. De beste schaker van het westen. New in Chess, een internationaal vermaard tijdschrift. De bijna pathologische liefde van de Nederlanders voor het schaken. Maar terwijl overal ter wereld de schaaktoernooien uit de grond springen is het Amsterdamse festival in gevaar. De stichting Schaak Amsterdam heeft een kant-en-klaar-toernooi met een grote reputatie in de aanbieding en niemand wil het kopen.