Wellicht hogere belastingen voor Duitse eenheid

BONN, 6 aug. Bondskanselier Kohl sluit niet meer uit dat voor de financiering van de Duitse eenheid belastingverhogingen in de Bondsrepubliek nodig zullen zijn.

De kanselier bestreed gisteravond in een vraaggesprek voor de televisie verwijten van de oppositionele SPD dat hij om de verkiezingen te winnen de werkelijke kosten van de Duitse eenheid stelselmatig verzwijgt en tegen beter weten in de noodzaak van (toekomstige) belastingverhoging ontkent. 'Ik ben niet bang om openlijk te verklaren dat er belastingverhoging komt als dat nodig is', zei Kohl. Maar hij wil eerst de preciese rekening kunnen opmaken van de financiele situatie in de DDR, die hem thans 'niet helder' voor ogen staat.

Juist daarom had hij zich voor het recente voorstel van de Oostduitse premier De Maiziere uitgesproken om de toetreding van de DDR tot de Bondsrepubliek en de gemeenschappelijke Duitse parlementsverkiezingen van 2 december naar 14 oktober te vervroegen, aldus Kohl. De kanselier bevestigde indirect dat de huidige DDR-regering eigenlijk geen inzicht meer heeft in de financiele situatie van haar land. Reagerend op berichten dat het Oostduitse begrotingstekort voor de tweede helft van 1990 in een maand tijd al tot het twee- a drievoudige is opgelopen (tot 20 of 30 miljard mark), zei hij namelijk dat de door de SPD gevraagde 'totale balans' over de Oostduitse financien pas mogelijk is als de DDR tot de Bondsrepubliek is toegetreden.

Eerder gisteren was Kohl tijdens de viering van het veertigjarig bestaan van het zogenoemde Charta der verdrevenen uitgefloten toen hij de bestaande Poolse westgrens 'definitief' noemde. 'Die grens kan nu noch in de toekomst in discussie worden gebracht', zei hij. In zijn rede te Bad Cannstadt riep de kanselier zijn kritische gehoor op mee te werken aan verzoening met Polen. Zo'n verzoening is een noodzakelijke voorwaarde voor de totstandkoming van de Duitse eenheid en moet ook een signaal voor Europese samenwerking zijn, zei Kohl.

De kanselier ging niet in op een suggestie van het CDU-Bondsdaglid Czaja, voorzitter van de Bond van Duitse verdrevenen, om vroegere Duitse gebieden in het huidige Polen onder internationaal toezicht te plaatsen. De premier van Baden-Wurttemberg, Spath (CDU), bepleitte een Poolse spijtbetuiging voor het onrecht dat aan het einde van de Tweede Wereldoorlog aan Duitse burgers is begaan bij hun verdrijving uit die gebieden.