Washington kan niet langer om energieprobleem heen

Met de Iraakse bezetting van Koeweit kwam voor de Amerikanen een einde aan tien jaar 'vakantie' van problemen, die zich in de jaren zeventig al aandienden. Dit Republikeinse tijdperk kenmerkte zich door zorgeloos energiegebruik als reactie op de puriteinse besparingsideologie van de Democratische president Carter, eind jaren zeventig. Carter kampte met de gevolgen van de tweede oliecrisis. De inflatie kwam boven de 10 procent, de dollar viel, er stonden rijen voor de tankstations en er trad een recessie op. In de hem eigen, soms irriterende domineesstijl gaf hij de Amerikanen te kennen dat ze hun gewoonten moesten veranderen om energie te besparen. Hij zag dat Amerika zich niet afhankelijk mocht maken van een afgelegen, onvoorspelbaar gebied. Overal in Amerika werden projecten voor alternatieve energiebronnen aangeboord: de (kostbare) winning van olie uit leisteen, gas uit kolen, actieve en passieve zonne-energie. De thermostaten in de regeringsgebouwen werden afgesteld op 18 graden Celsius. De kiezers hielden daar niet van en lieten met president Carter ook het energieprobleem vallen. Zijn opvolger Reagan had geen moeite met de groeiende afhankelijkheid van buitenlandse oliebronnen. Hij appelleerde aan de consumptiedriften van de kiezers. President Reagans ideologie stond lijnrecht tegenover de beroemde uitspraak van president Kennedy. Reagan zou zeggen: 'Vraag niet wat u kan doen voor uw land, maar wat uw land kan doen voor u'.

Als het land problemen had, lag dat niet aan de kiezers maar aan de gekozene, de president. De mensen hoefden geen offers te brengen maar alleen een andere hendel over te halen in het gemechaniseerde stemhokje. Wat doet de president voor u? Voor Carter betekende de Sovjet-inval in Afghanistan een rechtvaardiging van zijn zorgen over afhankelijkheid van het Midden-Oosten. Voor Reagan overheerste de eerste vijf jaar de Sovjet-dreiging. Kapitaal, olie, alles kon in ruime mate worden gebruikt. De verwarmingsthermostaat ging weer van 18 naar 24 graden Celsius. Mensen zaten weer in hemdsmouwen op kantoor. Zelfs de Japanners moesten grotere auto's gaan maken om aan de Amerikaanse smaak te voldoen, de soft cushioned ride en de smooth V8 of V6. Traag brachten de drie grote autofabrikanten in Detroit technologische veranderingen aan, die onderdeden bij de vernieuwingen van Europese en Japanse concurrenten. De zuinigste en beste Amerikaanse auto's zijn Toyota's en Mitsubishi's met de merkplaatjes Plymouth of Dodge. Grotere omwentelingen hoefden niet, want in de jaren tachtig voltrok zich een restauratie van het oude olietijdperk. Geluksvogel Reagan zat net als zijn partijgenoot Calvin Coolidge zestig jaar geleden een tijdperk van onstuimig herstel voor. Toen hij vertrok, gingen de eerste spaarbanken failliet aan overmatige speculatie, zonder dat de kiezers het opmerkten.

De Amerikanen staakten de speurtocht naar olie in eigen grond en naar alternatieve energiebronnen. De belastingen op brandstof waren laag, dus hoefde niemand zich zorgen te maken. Toen tegen 1986 de olieprijs verder begon te dalen, hield ook de binnenlandse olie-exploitatie op. In vijftien jaar zijn de bekende Amerikaanse olievoorraden met een kwart gedaald. Als de huidige ontwikkelingen zich hadden voortgezet, zou Amerika over tien jaar voor bijna drie kwart van buitenlandse olie afhankelijk zijn. De prijs was weer op het oude peil van begin jaren zeventig gekomen. Hier toont zich een zwakte van de Amerikaanse oliecultuur. Voor strategische, economische planning is geen plaats. De prijs van het moment bepaalt de toekomst.

Het einde van de geschiedenis in de zin van de Amerikaanse denker Fukuyama, betekent niet dat alle staten net zo werken als Amerika. Japan heeft nooit die Amerikaanse, liberale aversie gehad tegen regeringsplanning. De Japanse topambtenaar, Naohiro Amaya, zag het Amerikaanse succes als een vrucht van de oliecultuur, zoals het Britse succes op kolen steunde (zie David Halberstam The Reckoning). De Amerikaanse welvaart is gebouwd op hoog-technologisch gebruik van een overvloed aan hulpbronnen. De Japanse regering moet op high-tech besparen. Voor Amerika staat economische groei gelijk aan meer energiegebruik. Vandaar dat het Witte Huis ook nu nog niets voelt voor beperking van de uitstoot van koolzuurgassen die het broeikaseffect veroorzaken. Beperking van uitstoot staat gelijk aan beperking van economische groei, zei president Bush op internationale conferentie in Washington en tijdens de economische topconferentie in Houston. Onder president Bush is de Republikeinse 'vakantie' nog anderhalf jaar verlengd, dank zij de omwentelingen in Oost-Europa. Met het meer openbaar verbreid raken van de half biljoen dollar overheidskosten voor de aan speculatie bezweken spaarbanken begon de eerste werkdag. De Koeweit-crisis bracht de Amerikanen terug bij het door hen gehate tijdperk Carter. Bush bekijkt nu militaire plannen voor de snel inzetbare strijdmacht, de rapid deployment force, waaraan president Carter een begin had gemaakt. Nog is de stijging van de olieprijs een vijfde van wat ze was in het hele jaar 1979. Maar hoe de Koeweit-crisis ook afloopt, president Bush zal een einde moeten maken aan het laissez faire-Republikanisme. Minder afhankelijkheid van buitenlandse olie maakt de economie sterker en meer bestand tegen recessies. Het huidige recessiegevaar verbetert de vooruitzichten op het Witte Huis van de meer op overheidsingrijpen gerichte Democraten. Ondanks tekenen van verval is Amerika de enige grootmacht die leiding kan geven in de Koeweit-crisis. Dat leiderschap zal overtuigender zijn als president Bush de draad van Carter weer opvat en begint aan een realistisch energiebeleid.