VS scherpen eisen veiligheid tankers aan

ROTTERDAM, 6 aug. Het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden heeft zaterdag unaniem een wet goedgekeurd waarin de eisen aan reders en oliemaatschappijen voor de veiligheid van olietankers sterk zijn verscherpt. Dit is vooral het gevolg van de grote olierampen in de afgelopen jaren. De scherpere eisen zullen de transportkosten aanzienlijk opvoeren, waardoor ook de consumentenprijzen voor olieprodukten omhoog gaan.

Olietankers die de Amerikaanse havens willen aandoen, moeten volgens de nieuwe wet die nog door president Bush moet worden goedgekeurd, geleidelijk allemaal worden voorzien van dubbele bodems en dubbele wanden. Een grote kostenpost is ook dat oliemaatschappijen bij ongelukken met tankers waardoor het milieu wordt aangetast, acht maal meer moeten gaan betalen als vergoeding voor het opruimwerk. Deze aansprakelijkheid, die niet kan worden verzekerd, stijgt van 150 naar 1.200 dollar per bruto-ton olie die de schepen verliezen. De Amerikaanse overheid zal in het kader van de nieuwe wet ook zorgen voor en reserve-risicofonds van een miljard dollar om bij olierampen snel te kunnen optreden. Oliemaatschappijen moeten een speciale belasting van vijf dollarcent per vat ruwe olie van 159 liter betalen om het fonds te vullen en op peil te houden. Het risicofonds wordt aangesproken zodra de schade als gevolg van een scheepsramp hoger wordt dan 350 miljoen dollar.

Verder wordt de kustwacht uitgebreid en worden de controles op zee aanzienlijk opgevoerd. In de Verenigde Staten werd al jaren gewerkt aan een verscherping van de veiligheidseisen voor tankers, maar de ramp met de Exxon Valdez in Alska vorig jaar heeft de discussie versneld. De milieubeweging heeft daaraan, in contacten met de Senaat en het Congres, sterk bijgedragen. Verwacht wordt dat president Bush de nieuwe wet spoedig zal goedkeuren.