Saoedie Arabie en Turkije centraal bij uitvoering olieboycot

ROTTERDAM, 6 aug. Hoe de internationale olieboycot tegen Irak en Koeweit precies in de praktijk zal worden uitgevoerd is in de meeste Westerse landen nog tamelijk onduidelijk. De belangrijkste rol hierbij spelen ongetwijfeld de Verenigde Staten, die in druk diplomatiek overleg gewikkeld zijn met Saoedi-Arabie en Turkije, de twee landen die de grote pijpleidingen voor Iraakse olie beheersen.

Volgens oliedeskundigen is het afsluiten van pijpleidingen de belangrijkste en overzichtelijkste mogelijkheid om de oliestroom lam te leggen. Maar als dit door politieke meningsverschillen niet lukt, kunnen ook schepen die Iraakse en Koeweitse olie vervoeren, aan de ketting worden gelegd. In de Verenigde Staten is al beslag gelegd op een tanker uit Koeweit. Een tanker met Iraakse olie die voor het afkondigen van de boycot op weg was gegaan, mocht dit weekeinde in een van de Amerikaanse havens worden gelost. Tankers die al voor het afgelopen weekeinde op weg waren, mogen ook in Rotterdam en andere Europese havens nog worden gelost, maar olie uit de twee landen die daarna binnenkomt, wordt waarschijnlijk geconfisqueerd. Zouden schepen worden teruggestuurd, dan ontstaat het gevaar van ontduiking van de boycot door het hanteren van sluipwegen en het overladen in andere schepen waardoor de herkomst van de olie niet meer te traceren is.

In Nederland wordt de boycot gebaseerd op de In- en Uitvoerwet die tijdens de oliecrisis van 1973 is aangevuld met bepalingen om de olievoorziening zoveel mogelijk veilig te stellen. De minister van economische zaken kan, volgens deze regels, oliemaatschappijen verplichtingen opleggen in de sfeer van voorraadvorming en voorziening van vitale onderdelen van de economie, defensie en bepaalde instellingen waarvoor brandstof essentieel is (ziekenhuizen etc.). Vanmiddag is op het departement een eerste vergadering met vertegenwoordigers van de maatschappijen gehouden, waarbij zij zijn ingelicht over de juridische basis van de boycot en informatie is uitgewisseld over de olievoorraden.

Het beleid van minister Andriessen (economische zaken) sluit nauw aan bij een noodscenario van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) waarover aanstaande donderdag in Parijs wordt vergaderd. Dan komt de 'Oliecommissie' van het IEA bijeen onder voorzitterschap van de Nederlandse directeur-generaal voor Energiezaken, mr. C Dessens. Deze commissie zal een internationale verdelingsregeling ontwerpen voor de voorzienbare situatie waarin er olietekorten optreden. Denemarken en Nederland worden het sterkst getroffen door de boycot omdat het aandeel van Irak en Koeweit in de totale aanvoer van olie in deze landen het grootst is.