Partijen verontwaardigd over snelle verhoging olieprijs

DEN HAAG/ROTTERDAM Vanuit de Tweede Kamer is verbaasd gereageerd op de verhoging van de benzineprijzen als gevolg van de Iraakse inval in Koeweit. Het CDA-Kamerlid Vreugdenhil heeft minister Andriessen van economische zaken vanmiddag door middel van schriftelijke vragen om opheldering gevraagd. De PvdA-er Stemerdink meent dat de oliemaatschappijen 'schaamteloos misbruik maken van de situatie.'

Ook volgens het VVD-Kamerlid is er wel het een en ander aan te merken op het opereren van de oliehandel.

Minister Andriessen moet van zijn partijgenoot Vreugdenhil antwoord geven op de vraag of hij de prijsverhogingen van de benzine gerechtvaardigd acht. Als dat niet het geval is, wil het Kamerlid weten wat de minister daartegen wil ondernemen. Vreugdenhil zegt zelf de nodige vraagtekens te zetten bij de verhoging. Overigens is hij niet van plan de zaak hoog op te spelen. 'Als de minister zegt dat hij de prijsverhoging gerechtvaardigd vindt, is daarmee voor ons de kous voorlopig af', aldus Vreugdenhil.

Het VVD-Kamerlid Voorhoeve vindt het weliswaar normaal dat de oliemaatschappijen op de korte termijn de bewegingne op de spotmarket volgen, maar op de langere termijn is er volgens hem helemaal geen reden voor prijsverhogingen. Er zijn grote voorraden, en bovendien kunnen andere OPEC-landen gemakkelijk het gat opvangen dat zal ontstaan als gevolg van wereldwijde sancties. 'We moeten oppassen onszelf een crisis aan te praten, warvan de oliehandel dan gebruik maakt', zegt Voorhoeve.

De PvdA-er Stemerdink zei vanmorgen dat de handelwijze van de oliemaatschappijen 'van geen kant deugt'.

Het is volgens hem duidelijk dat goedkoop ingekochte olie zo duur mogelijk wordt verkocht. Maar het heeft volgens Stemerdink geen zin om hierover vragen te stellen aan de minister van economische zaken. 'Het kabinet heeft geen machtsmiddelen meer om in te grijpen', aldus Stemerdink.

De politieke consternatie over de prijsverhogingen aan de benzinepompen maakt bij het ministerie van economische zaken in Den Haag geen enkele indruk. Een woordvoerder bevestigt het verhaal van de oliemaatschappijen dat de consumentenprijs voor benzines, dieselolie e.d. steeds wordt gebaseerd op de noteringen voor deze produkten op de wereldmarkt, waarbij de Rotterdamse spotmarkt als graadmeter geldt. Ook wordt vergeleken met de belangrijkste spotmarktnoteringen in het buitenland: New York en Singapore.

Een woordvoerder van Shell legt uit dat de voorraden olie en olieprodukten in het systeem van consumentenprijsvorming buiten beschouwing blijft. 'Dat gebeurt ook bij prijsdalingen, ook dan zijn er voorraden tegen een hogere prijs ingekocht, maar dan verlagen we ook direct aan de hand van de marktnotering.' Bij en snelle stijging van spotmarkprijzen voor olieprodukten, zoals vorige week donderdag als gevolg van de Iraakse inval in Koeweit toen plotseling 35 dollar per ton extra betaald moest worden voor benzines en gasolie (diesel), wordt door de oliemaatschappijen bekeken of die verhoging 'hard' is en of er niet sprake is van een kortstondige stijging of een paniekreactie op de markt. Wanneer men tot een verhoging besluit, worden daarbij de belastingen en winstmarges opgeteld en komt men tot een adviesprijs voor de pompen.

De Shell-woordvoerder vanmorgen: 'Als de stijging van vorige week helemaal zou vertalen, hadden we tot een verhoging per liter aan de pomp van zes cent moeten besluiten. Maar als de wereldmarktprijs weer omlaag zou gaan, dan zou je weer moeten verlagen, al is daar vandaag nog geen zicht op. We geven de voorkeur aan een evenwichtig beleid en geen jojo-effect. Wat we nu doen is absoluut geen misbruik maken van de prijsstijging op de markt, zoals wordt gesuggereerd. Wij hebben anderhalf miljoen klanten, daar zijn we zuinig op en we hebben te maken met de concurrentie. Zou je een te hoge prijs doorvoeren dan wordt dat onmiddellijk door de markt afgestraft.'

Shell wijst er ook op dat het systeem van prijsvorming ook al werd gehanteerd voor in 1982 het stelsel van maximumprijzen, waarbij telkens voor een verhoging of verlaging toenstemming van het ministerie van economische zaken nodig was, werd afgeschaft.

Shell heeft met ingang van vandaag de prijzen voor brandstoffen met drie cent per liter verhoogd; zaterdag stegen de prijzen bij de vrije pomphouders, Texaco en BP al met drie cent voor benzines en vier cent voor diesel. Esso en Mobil hebben vandaag het beleid van Shell gevolgd.

Een prijsverhoging van de olie kan op termijn een gunstige invloed hebben op de Nederlandse aardgasinkomsten die zijn gekoppeld aan de olie. Een prijsverhoging van een dollar per vat levert op jaarbasis de Nederlandse schatkist uiteindelijk 400 tot 500 miljoen gulden op. Voor de komende begroting (1991) is rekening gehouden met een oileprijs van 18 dollar per vat. Maar ook de dollarkoets is van invloed. Als de dollar een dubbeltje lager of hoger uitvalt dan waarop was gerekend scheelt dat 400 miljoen gulden. Voor 1991 is rekening gehouden met een dollarkoers van 1,85.