Maisky en Hovorra verloochenen niet hun romantische inborst

Drie opvallende zaken verklaren waarom de luisteraars in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw gisteravond geen afscheid van het duo Maisky-Hovora wensten te nemen voordat zij drie toegiften hadden gespeeld.

, op. 65. Gehoord: 5/8 Concertgebouw, Amsterdam. Door S. BLOEMGARTEN

In de eerste plaats hoort Mischa Maisky tot het zeldzame genus cello-bespelers dat zo vergroeid zijn met hun instrument dat zij in staat zijn aan de meest onbenullige muzikale frase een uitgesproken eigen en boeiend karakter te verlenen. Daarnaast blijkt Maisky een allround musicus te zijn, die met een zeldzaam gemak zonder verloochening van romantische inborst zich de meest uiteenlopende muzikale stijlen eigen maakt. En ten slotte bleek al spoedig dat Maisky's partner, de pianiste Daria Hovora, een musicienne is die juist door haar temperamentvolle inbreng het samenspel een extra spannende dimensie verleent. Met een vurig romantische, lyrisch bevlogen en tegelijk qua vorm onberispelijk heldere voordracht van Bach's Eerste solosuite toonde Maisky zich meteen een waardig leerling van zowel Piatigorsky als Rostropovitsj. Dat vervolgens in de Brahms Sonate het spel van de pianiste nog meer mijn aandacht trok dan dat van Maisky, is bepaald niet het gevolg van luidruchtigheid harerzijds. Nog afgezien van het feit dat de klep van de vleugel de hele avond gesloten bleef, speelt zij eerder zacht dan hard.

Haar kernachtig genuanceerd toucher heeft echter een bijzondere span- en draagkracht. Met bezieling en zonder enige zwaarwichtigheid gaf zij haar partij de haast zigeunerachtige passie van Brahms-op-zijn-best. En Maisky, meer gericht op expressiviteit dan formele klankschoonheid, sloot zich inhoudelijk hier voortreffelijk bij aan. Maisky wekte met zijn lyrische weergave van de cellopartij in de door de 15-jarige Anton Webern gecomponeerde Zwei Stucke de indruk alsof deze proeve van compositorische bekwaamheid al een voldragen meesterwerk was. Bij de voordracht van de Drie miniaturen (vanwege hun beknoptheid gebisseerd) toonde cellist en pianiste hun interpretatorisch meesterschap. Zoals het betaamt bij Webern verleenden zij deze muziek een uiterste aan expressiviteit.

In Louange de l'Eternite de Jesus van Messiaen, een onderdeel van diens Quatuor pour la fin tu temps, was Daria Hovora de dienstwillige dienares van Maisky, die de etherische schoonheid van deze religieuze muziek met zijn als een menselijke stem zingende cello indrukwekkend vertolkte. Benjamin Britten, die zelf een uitmuntend pianobegeleider was, schreef zijn Cellosonate voor Rostropovitsj en de vele spectaculair briljante passages hierin stelden cellist en pianiste nog eens in de gelegenheid met hun samenspel eer in te leggen.