Lafontaine wil onvrede over kosten eenwording uitbuiten; SPDmoet kiezen tussen benadelen DDR of zichzelf

BONN, 6 aug. De Westduitse SPD mag nu kiezen tussen het benadelen van de DDR of zichzelf. Deze probleemstelling is vorige dinsdag bedacht in het Oostenrijkse Sankt Gillen, waar DDR-premier De Maiziere (CDU) zijn rijke en machtige geestverwante souffleur Helmut Kohl op diens vakantie-adres bezocht.

Gaat, zoals waarschijnlijk is, de SPD deze week niet akkoord met het voorstel van de Oostduitse premier om het einde van de DDR en de Duitse verkiezingen op 14 oktober in plaats van 2 december te houden, dan wacht haar dadelijk het verwijt dat zij 'in dit historische Duitse uur' haar verkiezingskansen kennelijk beter gediend achtte met verdere Verelendung van de DDR. Bondskanselier Kohl gaf dit weekeinde al in niet eens zo bedekte termen aan dat partijen die deze week niet 'serieus' over dat voorstel willen praten straks bepaald op zo'n verwijt mogen rekenen.

Mocht de SPD daarentegen alsnog akkoord gaan met vervroeging van de datum van de Duitse parlementsverkiezingen dan zou zij daarmee de strategie van Oskar Lafontaine, haar kanselierskandidaat, schaden. Die hoopt immers dat de sociaal-economische nood in de DDR en de Westduitse irritaties over de kosten van de Duitse eenheid over een paar maanden zozeer zijn opgelopen dat hij toch nog een kans heeft de internationaal gevierde Kohl te wippen. Elke week die de verkiezingsdag later valt zou hem zogezien wat electorale winst kunnen brengen. Want achter alle wederzijdse vrome praat gaat het natuurlijk mede, misschien wel: vooral, daarom.

Dat Helmut Kohl vorige dinsdag voor de jongste tekst van zijn Oostberlijnse geestverwant De Maiziere het nodige souffleurswerk heeft gedaan lijkt zeker. Een dag eerder nog antwoordde de DDR-premier immers in een vraaggesprek met het weekblad Der Spiegel op de vraag 'De verkiezingsdatum 2 december staat vast?': 'Ja, de mensen moeten weten waar zij aan toe zijn'.

Nu zal dat gesprek wel een paar dagen eerder zijn opgenomen. Maar toch is het niet zo waarschijnlijk dat al die belangrijke dingen die De Maiziere nog voor de Oostduitse bevolking en de nog bruikbare resten van haar eigenheid geregeld wilde zien in de ontwerp-tekst van het tweede Duitse staatsverdrag (het verenigingsverdrag) net in die paar dagen zouden zijn geregeld. Er was in Bonn afgelopen week dan ook geen politicus te vinden die daaromtrent overtuigende voorbeelden heeft kunnen of willen noemen. Het is overigens ook de vraag wat straks, zeg over een jaar, regering en parlement van het verenigde Duitsland als nieuwe soeverein heel zullen laten van concessies die nu aan Oost-Berlijn zijn gedaan.

Maar hoe dan ook, de grote 'Wonder-Kohl', die de afgelopen tien maanden in onder andere Dresden, Straatsburg, Dublin, Houston, Londen, Moskou en Zjelesnovodsk als staatsman en architect der Duitse eenheid naar ongekende persoonlijke hoogten snelde, heeft in eigen land voor de korte termijn de eisen van het tactische partijwerk niet vergeten. De tamelijk treurige wekenlange discussie over de opzet van de komende Duitse verkiezingen was nog niet voorbij of de Oostduitse premier werd aangaande een volgend CDU-belang in een soort marionettenrol gezet. In de eerste discussie ging het om de overlevingskansen van de DSU, de kleine noodlijdende Oostduitse zuster van de Beierse CSU. En om de mogelijke beschadiging van de verkiezingskansen van de Ost-SPD. Namelijk door ook de PDS, opvolgster van de communistische SED, via een eigen lagere kiesdrempel voor de DDR de kans te geven het hare uit het Oostduitse linkse stemmenpotentieel te halen. Met hulp van de in dit opzicht echt liberaal operende liberalen in de DDR en de Bondsrepubliek heeft de SPD deze als electorale naastenliefde gepresenteerde operatie van de gewiekste Westduitse minister van binnenlandse zaken, Schauble (CDU), weten te verhinderen.

In de eind vorige week begonnen discussie over de vervroeging van de Duitse verkiezingsdag spreekt buikspreker Helmut Kohl via De Maiziere. Als geen ander moet Kohl hebben doorgehad dat sinds de D-mark op 1 juli naar de DDR ging, het weliswaar enigszins voorspelbare, maar naar omvang toch onthutsende Oostduitse economische en bestuurlijke verval gevaarlijk begint te worden. Hij zal op zijn vakantie-adres aan de Wolfgangsee de fotocollages in het massablad Bildzeitung hebben gezien van Oostduitse ministers 'die eerst Westduits geld over de balk smeten en daarna massaal met vakantie gingen'.

Naast elkaar geplaatste foto's waren dat, zoals de Westduitser die kent van opsporingsplakkaten in stations en postkantoren, met pakkende bijschriften over exotische vakantie-adressen waar incompetente DDR-bewindslieden recreeren na het uitschrijven van grote cheques voor hun bevolking. Cheques, dat spreekt, die uiteindelijk natuurlijk door de Westduitse belastingbetaler moeten worden betaald. Opgepast, de Oostduitse broeders en zusters liggen in een gouden bed, dat U, hardwerkende Westduitser, straks nog wel even moet betalen was vorige week de boodschap van de Bildzeitung zo ongeveer.'Objectief' heeft Kohl gelijk als hij zegt, of De Maiziere laat zeggen, dat nu zowel de interne als de externe aspecten van de Duitse eenwording grotendeels geregeld zijn, de heersende noodtoestand in de DDR alsook het feit dat haar regering niet opgewassen is tegen de problemen, tot een versneld einde van de mislukte boeren- en arbeidersstaat dwingen. Maar toch: Kohls paradoxale mix van alomgevierd internationaal staatsmanschap en banale nationale puntenbokserij laat een ding heel duidelijk zien. Namelijk: nu betwijfelt bijna niemand nog dat hij dadelijk de eerste kanselier van het verenigde Duitsland zal worden. Maar hier en daar leeft toch enige twijfel of de Duitse kiezers de architect van de Duitse eenheid straks niet net zo weg zullen sturen als de Britse kiezers het na de Tweede Wereldoorlog met Winston Curchill deden. Zulke twijfel leeft, dat leren de afgelopen weken, bijvoorbeeld ook bij de in nieuw zelfbewustzijn stralende Helmut Kohl. En trouwens: dat het werk onder de trapeze, in de zandbak van het circus, gewoon moet doorgaan is in een democratisch land zo gek nog niet.