Kruispunten van wereldbelang

Er zijn weinig plaatsen op de wereld, die zich er op kunnen beroemen werkelijk een rol in de wereldgeschiedenis te hebben gespeeld. Zoals bijvoorbeeld de Poolse stad Torun, waar op 19 februari 1473 Nicolaas Copernicus ter wereld kwam. In het Duitse Ulm zag Albert Einstein in 1879 het levenslicht. Stalingrad en Waterloo liggen natuurlijk voor de hand, net als het Georgische Gori, de geboorteplaats van Stalin. Maar er zijn nauwelijks dorpen of steden die een dergelijke eer of schande voor meer dan een afstammeling of historische gebeurtenis van wereldbelang kunnen claimen. Zo niet Wenen.

Wenen is in het trotse bezit van twee historische kruispunten. Het eerste bevindt zich aan de Hemelstraat aan het begin van het Wienerwald. Hier staat, op een open plek in het bos met een majestueus uitzicht over de stad, een simpel monument met de tekst: 'Geloof je eigenlijk dat aan dit huis eens op een marmeren plaat te lezen zal zijn: 'Hier onthulde zich op 24 juli 1895 aan Dr. Sigmund Freud het geheim van de droom.' De vooruitzichten daarop zijn tot nu toe gering. Sigmund Freud aan Wilhelm Fliess, Belle Vue, 12 juni 1900.' Eronder staat te lezen: 'Sigmund Freud Genootschap 6 mei 1977.'

Het kuurhotel Belle Vue, waar Freud in 1895 en 1900 zijn zomervakantie doorbracht op uitnodiging van de familie Ritter von Schlag, is allang afgebroken. Hoewel de stad en de Donau beneden er vanaf dit punt bij liggen als patienten op de analysebank, heeft Freud nooit een relatie gelegd tussen het uitzicht dat hij had en de ontdekking van de betekenis van 'de koningsweg naar het onbewuste', zoals de analyse van de droom later werd genoemd.

Motto

Vijf jaar later, in 1900, verscheen Traumdeutung, het resultaat van 24 juli 1895. 'Wie het ontstaan van droombeelden niet kan verklaren, zal ook vergeefs proberen de fobieen, dwang- en waanideeen te begrijpen en te behandelen', schreef Freud in 'Traumdeutung'. Hij gaf het boek een motto mee van Vergilius: 'Als ik de bovenwereld niet kan buigen, dan zal ik de onderwereld in beweging zetten.' Maar aanvankelijk bewoog er weinig. De 600 exemplaren van de eerste druk waren pas zes jaar later uitverkocht. Het feit dat hij een jood is bemoeilijkt in die jaren ook zijn benoeming tot buitengewoon hoogleraar aan de universiteit van Wenen. Na vijf jaar op de voordracht gestaan te hebben, wordt hij in 1902 eindelijk benoemd. Daartoe dient hij op 13 oktober 1902 door keizer Franz Joseph persoonlijk in audientie ontvangen te worden. Freud schrijft aan Fliess: 'Het regent gelukwensen en bossen met bloemen alsof de rol van de sexualiteit plotseling door Zijne Majesteit ambtelijk erkend is, het belang van de droom door de ministerraad bevestigd is en de noodzaak van een psycho-analytische therapie voor hysterie met tweederde meerderheid door het parlement is aangenomen.'

De triomftocht van 'Traumdeutung' over de wereld zal dan nog ruim tien jaar op zich laten wachten. Wie bij Freuds monument zijn hoofd van de stad afwendt, kijkt recht op de Kahlenberg, in 1683 het laatste bastion van het christelijke avondland tegen de verovering van Europa door de Turken. Nadat Wenen 62 dagen door de troepen van grootvizier Kara Mustapha omsingeld en bevochten was, en de stad op het punt stond te capituleren, verzamelde zich op de ochtend van 12 september 1683 een Europese strijdmacht, voornamelijk gefinancierd door de Paus, op de Kahlenberg. De Poolse koning Jan III Sobieski had zich voor 500.000 gulden laten overhalen om met 20.000 Poolse soldaten aan het ontzet van Wenen deel te nemen. Omdat hij het grootste nationale contingent manschappen bezat en de Habsburgse keizer Leopold I op smadelijke wijze helemaal naar Passau was gevlucht, eiste Sobieski het opperbevel van de slag op. Na het opdragen van een heilige mis begon de slag 's ochtends om 5 uur en om 6 uur 's middags zetten alle overlevende Turken het op een lopen richting Belgrado. Wenen was ontzet. Als Sobieski de slag had verloren, dan waren de christenen nu waarschijnlijk een bedreigde minderheid ergens in Noord-Lapland en was Gaddafi bondskanselier van een nooit gedeeld Duitsland. Ook vandaag nog is de Kahlenberg vast in Poolse handen. De kerk op de berg wordt gerund door Poolse priesters van de congregatie der Resurrektionisten. Poolse bussen met bedevaartgangers rijden af en aan. De speciale Sobieski-kapel is stampvol Polen die naar het gloedvolle betoog van de priester luisteren. Om de drie woorden is het woord 'Polski' te horen. Zijn verhaal, waarschijnlijk een effectief mengsel van vroomheid, nationalisme en Ivanhoe, mist zijn uitwerking niet: nagenoeg alle vrouwen hebben bij het verlaten van de kapel een betraand gezicht.

Kaarsjes

In de kerk bevindt zich een kopie van Polens beroemdste relikwie: de zwarte Madonna van Czestochowa. Koning Jan droeg op zijn veldslagen ook altijd een kopie van haar bij zich. Dat de Kerk wel degelijk met de tijd mee gaat, tonen de kaarsjes voor de Madonna. Die zijn niet meer van was, maar lijken nog het meest op elektrische kerstboomverlichtingen.

Wie 5 schilling in een gleuf stopt, ziet opeens een lampje oplichten. Dat is pas modern geloven. De Madonna lijkt deze elektrische aanbidding met veel scepsis te bekijken, omdat zonder echte kaarsen haar grootste bekoorlijkheid, de mystiek, voorgoed verdwenen is. Om haar heen zijn honderden vaantjes aan de muur bevestigd van Solidarnosc, van Poolse dorpjes en allerhande Poolse verenigingen die hier op bezoek waren. Vanuit de nok van het middenschip is een gigantische sjerp bevestigd met de tekst 'Polonia Semper Fidelis'. Het spreekt natuurlijk vanzelf dat precies 300 jaar later, op 12 september 1983, de Poolse paus hier was om het feit te herdenken dat zijn volk Europa tegen de heidense horden beschermd en het avondland voor het christendom bewaard heeft. En dat nog steeds doet. Want als de Polen ergens van overtuigd zijn, dan is het wel dat zij als eersten op de bres staan tegen het alom oprukkende hedonisme en geloofsverval. De Weners hebben deze Poolse victorie nooit verwerkt. Uit wraak herdoopten ze, tien jaar na het ontzet van 1683, de berg naast de Kahlenberg in Leopoldsberg, naar de Habsburgse held op sokken, die 300 kilometer naar het westen was gevlucht. En wie in Wenen door de Sobieski-straat loopt, ziet een sombere zijstraat met grauwe huurkazernes Daar wonen waarschijnlijk veel Polen.