Kaifu: totale handelsembargo tegen Irak; Beurs van Tokioreageert geschokt op maatregelen

TOKIO, 6 aug. De Beurs van Tokio reageerde vandaag geschokt op het embargo dat premier Toshiki Kaifu gisteren heeft aangekondigd tegen Irak en Koeweit.

Het Nikkei-gemiddelde, de barometer van de beurs van Tokio, zakte vandaag 3,1 procent (916,23 punten). In de ochtend was de daling nog groter: 3,75 procent. Geen enkele sector bleef vandaag gespaard. Omdat Japan voor zijn energievoorziening geheel is aangewezen op het buitenland, treffen hogere olieprijzen alle industrieen.

Het embargo betekent een extra klap voor de bouwindustrie, die had gerekend op opdrachten bij de wederopbouw van Irak.

Het Embargo geldt niet alleen de import van olie, maar ook de export van Japanse goederen naar Irak en Koeiweit. Leningen en investeringen zijn bevroren en economische hulp is stilgelegd. Japan is Iraks grootste donor. 'Dit kunnen ze ons niet aandoen', zegt Niichi Matsuzawa van C. Itoh, een van Japans grote handelshuizen die de oliecontracten voor de Japanse industie behartigen. 'Het raakt 15 procent van onze oliecontracten. En tot wie kunnen we ons wenden voor compensatie?' Zijn enige troost is dat de schade voor het handelshuis Mitsubishi nog groter is, omdat die in hoofdzaak uit Irak importeert. Japan is voor twaalf procent van zijn olievoorziening afhankelijk van Irak en Koeweit. Premier Toshiki Kaifu, die gisteren tot het embargo besloot, maande vanmorgen de natie zuinig om te springen met energie. 'De boycot zal ongetwijfeld zijn invloed doen voelen op het dagelijkse leven', zei Kaifu op een persconferentie, overigens vlak na de herdenkingsplechtigheid in Hiroshima dat precies 45 jaar geleden werd vernietigd door een atoombom. Die ongunstige gevolgen waren precies het argument dat het ministerie voor internationale handel en industrie (Miti) had aangevoerd tegen een boycot.

Het is uniek dat Japan internationale samenwerking laat prevaleren boven economische motieven nog zonder dat ze daartoe werd genoopt door een resolutie van de Verenigde Naties. Het ministerie van buitenlandse zaken geeft premier Kaifu de eer voor dit doortastende optreden. Japanse commentaren houden het erop dat een telefoontje van de Amerikaanse president Bush aan Kaifu de doorslag heeft gegeven.

De Japanse centrale bank weigert ieder commentaar op de situatie 'omdat ze de ontwikkelingen nog moeten afwachten'.

Die wijzen echter allemaal een onheilspellende kant op voor de belangrijkste taak van de Bank, het handhaven van een stabiel prijspeil. Want behalve de olieprijs stijgt ook de dollar gestaag ten opzichte van de yen, wat dure olie, die in dollars wordt verhandeld, nog duurder maakt. Het enige hoopvolle gegeven is de olievooraad die Japan heeft aangelegd. Daarop kan ze het bijna vijf maanden lang uitzingen.

Irak staat voor 700 miljard yen in het krijt bij Japan en het Japanse bedrijfsleven heeft het afgelopen begrotingsjaar (dat eindigde op 31 maart) voor 43,1 miljard yen aan nieuwe opdrachten gesloten die ook vallen onder de economische sancties. De Japanse banken vrezen nu dat Irak zeer snel zal stoppen met de aflossing van zijn schulden.

Vorige week verloor de Nikkei, het gemiddelde van 225 beursfondsen in Tokio, al aanzienlijk terrein, vrijdag tuimelde die 2,4 procent (729,42 punten) en sloot daarmee toen al 4,4 procent lager dan de week daarvoor. De hoop dat het weekeinde een gunstige kentering zou brengen was vandaag geheel verdwenen.

Op de effectenbeurs in Hongkong raakten de aandelenkoersen vandaag in een vrije val onder invloed van de gang van zaken in Tokio en de koersdalingen op Wall Street van afgelopen vrijdag. De Hang Seng-index kelderde als gevolg van paniekverkopen met bijna acht procent (267 punten) tot 3.109 punten. Het was de sterkste daling sinds het bloedige optreden van het Chinese leger tegen de studentenopstand in Peking vorig jaar juni.