Het gaat om euthanasie op een staat die geen bestaansgrondmeer heeft; Voor de DDR is de pret er wel af

Een maand geleden nog trok DDR-premier Lothar de Maiziere door het land om zijn landgenoten tot vertrouwen in de toekomst aan te sporen. Een paar weken D-mark in de DDR hebben bij de premier, evenals bij een toenemend aantal DDR-burgers het zicht op die toekomst volledig doen veranderen. Niet de toekomst, maar de huidige volledige ineenstorting van de economische structuur en de (voorlopige) veroordeling van de bevolking tot de bedelstaf zijn nu in de DDR aan de orde van de dag. En de premier, die zich nog maar luttele weken geleden verzette tegen een overijlde toetreding tot de Bondsrepubliek omdat hij 'als advocaat van de Duitsers in de DDR' zoals hij zei het land netjes en waardig wilde overdragen, heeft nu nog maar een zorg: dat de politieke structuur de economische zo snel mogelijk volgt. Het gaat om euthanasie op een staat waaraan elke bestaansgrond lijkt ontvallen.

Er zijn nauwelijks betrouwbare cijfers over de ontwikkeling van de DDR sinds de invoering van de D-mark op 1 juli. Maar het algemene beeld wordt bij stukjes en beetjes duidelijk. Een groot deel van de bedrijven, of misschien geldt dat wel voor alle bedrijven in de DDR, staat voor een onmiddellijk faillissement. Er is geen markt meer voor DDR-produkten, omdat in het binnenland de door werkloosheid getroffen bevolking niet meer koopt wat in eigen land wordt gefabriceerd, omdat de afzet naar het Oostblok onmogelijk is geworden doordat er in D-marken moet worden betaald en omdat de afzet naar het Westen onmogelijk is geworden doordat de produkten te duur worden geproduceerd.

Als gevolg van deze situatie zien de DDR-burgers zich, na alle emotionerende veranderingen die zij het afgelopen jaar al hebben doorgemaakt, nu plotseling bedreigd door uitzichtloze werkloosheid. Het 'officieuze', door de autoriteiten in Oost-Berlijn genoemde aantal van 250.000 werklozen bedriegt, omdat onder de noemers arbeidstijdverkorting en omscholing veel werkloosheid wordt gemaskeerd. De 'arbeidstijdverkorting tot 0 procent', zoals die door arbeidsbureaus in de DDR blijkt te worden geaccepteerd, meegerekend, komt de werkloosheid al aardig in de richting van 1 miljoen, op een beroepsbevolking van 8,9 miljoen.

Er bestaat voor al deze werklozen in de DDR op het moment geen uitzicht op nieuw werk. DDR-bedrijven, nog steeds geleid door het oude management, zien geen kans over te schakelen op nieuwe produkten. Zij missen daarvoor zowel kennis als kapitaal. En Westerse investeerders hebben zich tot nu toe bij hen nauwelijks gemeld. De animo te investeren in volkomen verwaarloosde bedrijven, waarvan eigendom noch waarde vaststaan en die bovendien bevolkt worden door strijdlustige, gefrustreerde werknemers die sociale zekerheid eisen van rijke Westerlingen, blijkt tot nu toe nihil.

Kopersstaking

De enkele DDR-burger die zich als taxichauffeur of winkelier tot een nieuwe Oostduitse middenstand wilde ontwikkelen, ziet zich geconfronteerd met een feitelijke kopersstaking. De DDR-burger mijdt DDR-winkels en -produkten, ook al omdat die meestal duurder zijn dan wat uit West-Duitsland wordt geimporteerd. Omdat Westduitse banken in de DDR rentetarieven van 11 en 13 procent hanteren, zal vermoedelijk menig nieuw winkeltje weer vlug gesloten moeten worden.

De sombere economische toekomstverwachtingen dragen nog verder bij tot de kopersstaking, die overigens ook voor Westerse investeerders de DDR als markt minder interessant maakt. Ook in de bouw vaak genoemd als een sector waar geweldig veel banen zullen ontstaan gezien de schrikbarende achterstanden in onderhoud van gebouwen vallen thans op grote schaal ontslagen. DDR-gemeenten hebben geen geld meer voor onderhoud van huizen en woningbouwverenigingen hebben dat nog minder. De politieke keuze om impopulaire huurverhogingen met 400 tot 500 procent uit te stellen tot na de (toen nog) voor december geplande verkiezingen, blijkt hier op korte termijn niet zonder gevolgen te blijven.

Een 'hete herfst' is allerwegen voorspeld voor de DDR, maar voorshands valt eerder op hoe rustig de bevolking onder een en ander blijft. Misschien is er sprake van een shock, waarvan de uitwerking pas op den duur te merken zal zijn. Niemand lijkt zich vooraf rekenschap te hebben gegeven van wat de gevolgen van de invoering van de D-mark zouden zijn voor het economisch leven en niemand heeft dat ook de bevolking van de DDR vooraf echt duidelijk verteld. Eerder lijkt tot nu toe het waanidee te hebben postgevat dat de rijke Westerburen een regen van louter zegeningen over de DDR zouden uitstorten.

De kermis wordt nu met de dag kouder. Wie met een werkloosheidsuitkering van 63 procent over zijn, naar Westduitse maatstaven, lage loon moet leven in een land waar de huren, de openbare diensten en eerste levensbehoeften plotseling veel duurder worden, zal ongetwijfeld nog wel eens terugdenken aan het leven in de consument-vriendelijkste onder de Oostblokstaten. Tot nu toe hebben de DDR-burgers zich tegen het dreigend onheil vooral proberen te weer te stellen door het stellen van financiele eisen bij cao-onderhandelingen, over duurtetoeslagen en ontslagverboden voor een jaar. Niet alleen dat er straks geen bedrijven meer zullen zijn, die dat kunnen betalen, maar ook zullen de aldus afgesloten cao's vermoedelijk kort na de eenwording, door bondsrepublikeinse rechters binnen de kortste keren onverbindend worden verklaard. Verder is er een roep om staatssubsidies, waaraan de regering van Lothar de Maiziere in het geval van de DDR-boeren in elk geval heeft toegegeven, op kosten van Bonn uiteraard.

Minderheidsbelang

Met de opheffing van de soevereiniteit van de DDR kan in elk geval aan dat probleem een einde worden gemaakt: dat de DDR-regering gevoelig is voor druk uit de eigen bevolking, die maatregelen eist tegen economische, sociale en culturele verarming en die als gekozen regering daar niet geheel nul op het rekest kan geven.

Wordt daarentegen in oktober, of zoals de Oost-SPD wil al deze week, de DDR als staat opgeheven, dan is in Berlijn geen machtscentrum meer waar DDR-burgers hun verlangens kunnen indienen. Demonstreren voor het verlaten gebouw van de Volkskammer heeft immers weinig zin meer, en demonstreren in Bonn vergt een lange reis. In het verenigd Duitsland zal de frustratie van de DDR-bevolking altijd een minderheidsbelang zijn. Zeker is dat aan de huidige Volkskammer en regering weinig verloren gaat. Heteerste democratisch gekozen parlement in de DDR-geschiedenis bleek niet in het minst door de incompetentie van veel nieuwe politici steeds minder in staat wat voor bevredigende regeling dan ook te ontwerpen voor de afwikkeling van het Stasi- of SED-verleden, de hervorming van de DDR-omroep, de zuivering van de rechterlijke macht, en vele andere problemen, om over het economisch beleid nog maar te zwijgen. Merkwaardige neigingen tot behoud staken de kop op, ook bij premier Lothar de Maiziere, die naar Oosteuropees voorbeeld het 'recht op arbeid' in de nieuwe Duitse grondwet verankerd wilde zien. En ook de Oost-SPD vertoonde dit soort neigingen, zoals bleek uit de curieuze wapenaankopen van minister Eppelmann en de schatting van minister van financien Romberg, dat het DDR-begrotingstekort 10, maar ook weleens 30 miljard D-mark kon bedragen. De pret om het hervinden van de vrijheid is er in de DDR wel duidelijk af. De nieuwe politici van het land, hun premier voorop, laten het kopje hangen. Lothar de Maiziere, lieten zijn vrienden dit weekeinde weten, heeft geen landelijk-politieke aspiraties meer en stelt zich kandidaat voor het premierschap van Brandenburg, een van de vijf, door hun geringe omvang weinig levensvatbare Bondsstaten op het territorium van de huidige DDR. De 'advocaat van de Duitsers in de DDR' verdwijnt van het toneel, en met hem een Europese staat, door weinigen betreurd hoogstens door nog enige idealistische Oostduitse intellectuelen. De problemen die de DDR-regering niet kon oplossen, blijven inmiddels. Ze zullen door de Bondsregering ongetwijfeld veel efficienter worden opgelost. Een 'hete herfst'? Misschien komt die nog, maar dan toch alleen in de vorm van wat regionale onrust in het minst welvarende deel van Duitsland.

Voorshands valt op hoe rustig de bevolking onder een en ander blijft. (Foto: Flip Franssen)