Compensatie olie-export Irak en Koeweit is mogelijk

ROTTERDAM, 6 aug. Zou de flinke olieplas van 4,5 miljoen vaten per dag die Irak en Koeweit tot gisteren naar Westerse markten exporteerden, door andere landen worden opgevangen om tekorten te voorkomen, dan is de medewerking van Saoedi-Arabie onontbeerlijk. Dit land is verreweg de grootste exporteur van olie, maar benut op het moment nog maar 53 procent van zijn produktiecapaciteit.

Belangrijk bij een 'compensatie' van de olie en olieprodukten, die door de boycot van Irak en Koeweit wegvallen, is dat andere landen hun oliekraan snel verder opendraaien. Saoedi-Arabie en de Emiraten aan de Golf kunnen dat, omdat hun installaties op een grotere produktie zijn ingericht. Ze produceren nu minder dan hun capaciteit omdat ze als leden van de OPEC (het kartel van 13 olie-exporterende landen) vast zitten aan maximum-quota. OPEC heeft die quota vastgesteld om de prijs voor ruwe olie op een minimum-niveau van 21 dollar per vat van 159 liter te handhaven. Onlangs werd die richtprijs verhoogd van 18 tot 21 dollar.

De compensatie van olie uit Irak en Koeweit is nog niet van onmiddellijk belang omdat er momenteel enorme voorraden ruwe olie en olieprodukten zijn, maar binnen enkele weken kan die voorraad volgens oliedeskundigen door de boycot heel snel slinken. De Amerikaanse president Bush sprak daarover gisteren nog zijn zorg uit. Amerika importeert momenteel 53 procent van zijn binnenlands verbruik waarvan verreweg het grootste deel uit het Midden-Oosten komt.

Behalve Saoedi-Arabie en enkele andere Golfstaten zouden ook landen als Venezuela en Indonesie op korte termijn kunnen bijdragen aan de compensatie van de wegvallende olie uit Irak en Koeweit. Ook Libie kan meer produceren, maar gezien de vriendschap tussen kolonel Gaddafi en de Iraakse dictator Saddan Hussein is het onwaarschijnlijk dat dit land nu extra olie zal leveren.