Betoverende rankheid in inspirerend concert jeugdorkest Leningrad

Een ensemble dat zonder voorbehoud wordt geannonceerd als het beste jeugdorkest van Oost-Europa wekt bij een auditorium naast hoge verwachtingen een zekere mate van scepticisme en een verscherping van de kritische geest. Het applaus voor het Conservatorium Orkest uit Leningrad had na Liadovs charmante Polonaise dan ook nog wat terughoudends zoals de beleefde vrijblijvende conversatie na een kennismakingsgroet. Na vijf stukken van allengs overrompelender musiceren echter, wist het publiek in de Rotterdamse Doelen van geen ophouden met huldebetoon aan de jonge Russen. Zoveel onloochenbaar professionalisme bij een ensemble dat eenvoudig nog niet de tijd heeft gehad om de toch zo onmisbare ervaring op te doen, is inderdaad een enthousiaste reactie waard en deze zal de jonge musici moed hebben gegeven voor de rest van de Europese tournee.

Door ELLY SALOME

Zo ergens dan geldt bij jeugdensembles dat er geen slechte orkesten bestaan, alleen slechte dirigenten. Haitink en Abbado zijn er sprekende voorbeelden van wat jonge orkestleden vermogen als zij onder vakkundige, inspirerende leiding tot een hechte eenheid worden samengesmeed. Vooropgesteld individuele instrumentale kwaliteiten en een goede teamgeest, is er met jongeren iets bijzonders te bereiken, al was het maar omdat door routine de vruchtbare kanalen van openheid en concentratie nog geen centimeter zijn dichtgeslibd.

Vladislav Tsjernusjenko bleek zulk een geboren orkestpedagoog die jongeren even inspiratief als instructief weet te benaderen. Zijn gestiek is die van een groot dirigent, zijn gedrag dat van de vaderlijke mentor, die steeds alle eer laat aan de spelers. Meer dan in Liadov, waar men nog enigszins in het onzekere werd gelaten wat betreft de klankverhouding van de verschillende groepen, kwam in Prokofjevs Klassieke Symfonie de voornaamste karakteristiek van de Leningraders aan het licht, namelijk een bijna grensverleggende toonproduktie in het pianissimo die een werkelijk betoverende rankheid van uitdrukking opleverde. Deze subtiliteiten doken ook in het verdere programma steeds op, maar vierden weer hoogtij in het Tweede Pianoconcert van Sjostakovitsj, het ontwapenende cadeau voor zijn zoon Maxim die het op zijn negentiende verjaardag met het USSR Symfonieorkest ten doop hield. Igor Uryash was nu de begaafde solist, wiens aanmoedigingsprijs bij het concours te Munchen stellig het begin zal zijn van een opvallende carriere.

Als ensemble speelde het Conservatorium Orkest van Leningrad zijn hoogste troeven uit in Strawinsky's Vuurvogel en Rimsky's Capriccio Espagnol. De instrumentale soli daarin waren van zeer hoog technisch niveau en Tsjernusjenko wist ze samen te bundelen tot vertolkingen van grote artistieke waarde.