'Als ik hoog spring dan graaf ik mezelf in'

DEN HAAG, 6 aug. - Onder felgekleurde parasols wachten de finalisten van het toernooiencircuit van het Nederlandse strandvolleybal aan de rand van het speelveld op hun beurt. Fraaie dames serveren frisdranken en schijven watermeloen; de muziek en de speaker vechten om de meeste aandacht. Af en toe begeven een paar spelers zich tussen het 'ligvolk' op het afgeladen Scheveningse strand om een balletje te oefenen. Op de tribunes zitten de hele dag mensen met gebruinde en ingevette lichamen en meldt een van de volleyballers dat het mooi meegenomen is als 'er een bloot tietje tussen zit'. Het hoort allemaal bij het volleyballen in het zand. Maar het mag zeker niet het misverstand veroorzaken dat het gebeuren als show of circus wordt beschouwd. Strandvolleybal, zo verzekert men, is echte sport en soms echte business ook. In de Verenigde Staten is het een normale zaak als de topspelers duizenden gulden startgeld opstrijken voor een toernooi. Uit een door een Nederlandse topspeler meegebracht Amerikaans blad blijkt dat de koplopers op de algemene ranglijst al 81.000 dollar aan prijzengeld hebben verdiend en het seizoen is daar pas een paar weken oud. Ook veel dichter bij huis, aan de stranden van Frankrijk en Italie, zijn er fikse geldprijzen, auto's en boten te verdienen. Bij topwedstrijden zitten 10.000 tot 15.000 toeschouwers te kijken.

Plannen

In Nederland gaat het op veel kleinere schaal. De circuitwinnaars en dus tevens de Nederlandse kampioenen, Tinkhof en Hoff, verdienden de afgelopen twee weken in totaal zo'n 4.000 a 5.000 gulden. De promotors hebben echter grote plannen. Ze willen aansluiting bij de World Serie, een wedstrijdenreeks op de mooiste stranden in de wereld. Ze praten ook liever over beachvolleybal dan over strandvolleybal. Dat klinkt in ieder geval al professioneler. Door bij de toernooien van het Nederlandse circuit de deelnemers de avond voor de speeldag in hotels onder te brengen geeft aan dat men de zaken goed wil aanpakken. 'We wilden niet dat een speler ergens met een lekke band aan de kant van de weg zou komen te staan en dan te laat zou zijn. Zoiets kan je niet verkopen tegenover je sponsors en het publiek', aldus organisator Hans Koster.

Koster begeleidt Edger Tinkhof en Markus Hoff de komende weken bij een circuit in Frankrijk. Het duo vertegenwoordigt Nederland. Ook speler Willem-Jan Verhoef is van de partij, want er wordt daar met drietallen gespeeld. Op de stranden in Nederland bestaan de teams uit twee volleyballers. Er zijn lucratieve prijzen te verdienen langs de Franse kust. De hoofdprijs per toernooi is 10.000 gulden. Nationaal kampioen Hoff heeft echter al gehoord dat 'we niet te veel moeten verwachten'.

'We zouden een jaar lang elke dag moeten trainen om echt goed te worden op het strand', zegt hij. 'Het spel is zo anders dan in de zaal. Alleen al door het feit dat er veel minder streng naar de techniek wordt gekeken, verdedigen met open handen mag gewoon. Daar moet je enorm aan wennen.' Het zijn vooral de allrounders die geschikt zijn voor strandvolleybal; zij die kunnen passen, serveren en smashen. En er wordt veel beweeglijkheid van de spelers verwacht. Met z'n tweeen moeten ze het hele veld bestrijken. Voor de echte lange en dus vaak zware spelers blijkt het spel ook minder geschikt. Dat kan Jan Posthuma, prof in Italie, beamen. Hij is 2.08 meter. 'Wil ik hoog springen dan graaf ik mezelf als het ware in.'

Posthuma wordt in het eerste toernooi van het circuit samen met ploeggenoot Olaf van der Meulen nog met 15-0 weggeslagen door het duo Tinkhof/Hoff, maar verbetert zich enorm naarmate hij meer speelt. Op de finaledag bereiken Posthuma en Van der Meulen zelfs de laatste vier. De kracht schuilt volgens de experts in hun spelintelligentie.

Door de grote verschillen is het geen uitzondering dat volleyballers die in de zaal tot de middelmaat behoren op het strand zich met de besten kunnen meten. De Zeeuwen Joop Dees en Peter Verburg zijn daar voorbeelden van. Binnen spelen ze 'slechts' bij een club uit de tweede divisie. In het mulle zand verslaat het duo echter met grote regelmaat eredivisiespelers. Dees en Verburg hebben het voordeel dat ze al zes jaar lang zich met hun club op het strand bij Vlissingen op het seizoen voorbereiden. Beiden hebben een drukke baan 'anders zouden we auto pakken en naar Frankrijk rijden om daar toernooien te gaan spelen'.

Dees en Verburg zijn met hun 30 en 29 jaar de oudste spelers uit de Nederlandse top. Met het oog op het stijgende prijzengeld zegt Verburg dat hij 'een paar jaar te vroeg is geboren'.

Fysiotherapeuten

Paul Hamelink is 26 jaar. Hij behoorde afgelopen seizoen tot de selectie van het Nederlandse team, maar werd daarna door bondscoach Brokking bedankt voor zijn inzet. Hamelink gaat nu bij Kuipers Zwovok'81 spelen en wil zichzelf en anderen bewijzen dat hij nog steeds goed kan volleyballen. De Hagenaar is gek van het spelen op het strand. Hij heeft serieuze plannen om na dit seizoen met John Stubbe, met wie hij zaterdag in Scheveningen de nummer tweede van Nederland werd, en de vriendinnen voor minstens een jaar naar Californie of Florida te verhuizen. De dames kunnen daar als fysiotherapeuten aan de slag en de heren gaan dan hun geluk beproeven op de goudgele stranden. Daar is er ieder geval de zekerheid van het mooie weer. In Nederland zal het succes van het strandvolleybal altijd staan of vallen met, zoals Hamelink zegt, 'het engeltje op de parasol'.