Afrikaanse muziek wil vooral behagen

Tropische temperaturen, een record aantal bezoekers en een programma dat volgens schema werd afgewerkt: de goden waren het African Music Festival afgelopen zaterdag gunstig gezind. In muzikaal opzicht viel er echter weinig te beleven. Alles was meer dan behoorlijk, maar met uitzondering van Thomas Mapfumo en zijn groep nergens uitschietend of werkelijk verrassend.

Door JAN LIBBENGA

Er zit weinig ontwikkeling meer in de Afrikaanse muziek. De wens om het publiek te behagen lijkt belangrijker dan muzikale vernieuwing. Zeer routineus was bijvoorbeeld het optreden van de Ghanese zanger/gitarist Mike 'Sloopy' Gyamfi en zijn groep Sankofa, die zogenaamde high life-muziek ten gehore brachten: braafjes uitgevoerde Afrikaanse dansmuziek die zo te horen op zeer slappe leest is geschoeid. Even plichtmatig was het optreden van de voornamelijk soukous spelende TPOK Jazz, de begeleidingsgroep van de vorig jaar overleden Zairese gitarist en bandleider Franco. Het bijna twee uur durende concert was aangekondigd als een ode aan Maitre Franco, maar dat werd het zeer beslist niet. Een soukous-locomotief zonder machinist is als een schip zonder roer. Wist de meestergitarist de muziek van zijn groep vaak in een oogwenk naar een wilde climax te voeren, TPOK Jazz begon zaterdag aan een gebed zonder end.

Topattractie Miriam Makeba, de 'koningin van het Zuidafrikaanse lied', was een jaar geleden nog op het Africa Mama Festival in Utrecht. Van dat optreden herinner ik me vooral de uitgekauwde jazzfunkintermezzo's van haar Antilliaans-Afrikaanse begeleiders. In Delft maakte haar muziek een minder gestroomlijnde indruk. Toch zit er maar weinig vaart in haar programma. Makeba heeft meer aandacht voor lieflijke ballads vooral die van haar voormalige echtgenoot, de trompettist Hugh Masakela dan voor het veel avontuurlijker zoeloe-repertoire. Nadat zij haar grote hit Pata Pata ten gehore had gebracht, dreigde het optreden zelfs als een pudding in elkaar te zakken. Zanger en componist Thomas Mapfumo, die vanwege zijn lange lokken de Leeuw van Zimbabwe wordt genoemd, wist de wat lome festivalsfeer te verdrijven met vlekkeloos uitgevoerde 'rock traditional'. De musicus, die als eerste het geluid van de traditionele mbira (duimpiano) transponeerde naar de gitaar, heeft een delicate, bijna precieuze stijl. De arrangementen, ondersteund door welhaast onweerstaanbare ritmen, werden afgelopen zaterdag sober ingevuld door de simpele eenheid van bas, mbira, gitaar en slagwerkinstrumenten. De muziek kent echter voldoende variatie in tempo, inkleuring en sfeer om een uur lang te boeien. Mapfumo heeft een charismatische uitstraling, al zingt hij niet veel beter dan een Cherokee-indiaan. Het is jammer dat zijn teksten, met onverbloemd commentaar op de politieke situatie van Zimbabwe, niet te verstaan zijn. Na het imponerende optreden van Mapfumo kon de muziek van de Gambiaanse formatie Ifang Bondi de groep was ook al aanwezig op het allereerste African Music Festival in 1983 alleen maar tegenvallen. Gevoel voor ritme kan het gezelschap niet ontzegd worden en indrukwekkende percussiesalvo's zorgden zelfs voor sporadische opwinding, maar het geluid van de groep is weinig enerverend. Organisator Oko Drammeh moet oppassen dat in zijn festival niet te veel afglijdt naar het niveau van lichtvoetige eenvormigheid. Vorig jaar was het muzikale aanbod grilliger, en verrassender.