Zuidafrikaanse regering trekt beschuldiging ANC-komplot in

JOHANNESBURG, 4 aug. De regering van Pretoria heeft afstand gedaan van de bewering dat de leider van de Communistische Partij, Joe Slovo, betrokken was bij een komplot een gewapende opstand te beginnen als de onderhandelingen tussen regering en het ANC zouden mislukken. Maar zij blijft bij de stelling dat de guerrillastrijders van het ANC blijven doorgaan met het opzetten van revolutionaire militaire bases in Zuid-Afrika.

De minister van Wet en Orde, Adriaan Vlok, heeft gisteren tegengesproken dat de politie president De Klerk valse informatie heeft toegespeeld over het komplot om opzettelijk de gesprekken tussen de regering en het ANC te saboteren. Hij zei dat de politie concrete bewijzen had van ondergrondse ANC-activiteit. Die bewijzen zouden aantonen dat een ANC-programma, genaamd 'Operation Vula', drie jaar geleden begon met het opzetten van ondergrondse netwerken en revolutionaire bases in Zuid-Afrika. Het ANC heeft deze politiek volgens Vlok niet beeindigd ondanks het feit dat het tijdens de ontmoeting met de regering op 2 mei een voorlopige overeenkomst sloten 'om zorg te dragen voor een ontspannen atmosfeer waarin de onderhandelingen konden beginnen'.

De bewijzen zoals enige geheime wapenopslagplaatsen, documenten, codeboeken en computerschijfjes worden nog steeds onderzocht door de politie.

Het ANC heeft niet ontkend dat de ondergrondse activiteit is blijven doorgaan sinds het begin van de eerste gespreksronde. Het heeft erop gewezen dat het nog niet heeft toegestemd de gewapende strijd tegen de apartheid op te schorten. Maar de regering betoogt dat de voortgezette infiltratie van wapens en het opzetten van bases de geest van de overeenkomst van mei geweld aandoet.

Hoewel Vlok het niet zo direct zei, liet hij doorschemeren dat de arrestaties van vorige week van een aantal leden van de Communistische Partij, onder wie Mac Maharaj die ook al lange tijd lid is van het Nationaal Uitvoerend Comite van het ANC verband hielden met de infiltratie van wapens. Hij zinspeelde er ook op dat Maharaj en de andere gevangenen, die in hechtenis worden gehouden zonder tenlastelegging, misschien voor de rechter zullen worden gebracht.

De verklaring van Vlok kwam vlak na het spoedberaad van woensdag tussen president De Klerk en ANC-leider Nelson Mandela dat het onderhandelingsproces in het juiste spoor moest houden, ondanks de problemen over het zogenoemde Rode komplot.

De politie had De Klerk gezegd dat Slovo op 19 mei aanwezig was op een bijeenkomst in Tongaat, in de provincie Natal, waarbij plannen werden beraamd voor de opstand, vermoedelijk genaamd 'Operatie Vula'. De Klerk zou daarop van Mandela hebben geeist dat de leider van de communisten uit het onderhandelingsteam van het ANC zou worden verwijderd voor de volgende gespreksronde, die maandag begint.

Slovo kon echter bewijzen dat hij niet in Zuid-Afrika was op het tijdstip van de bijeenkomst, en dat 'Operatie Vula' een oud ANC-programma was dat in 1987 was gelanceerd.

Slovo beschuldigde op zijn beurt de blanke extremisten bij de politie ervan dat zij de president opzettelijk verkeerd hadden voorgelicht om de besprekingen te dwarsbomen. Hij riep de oppositie en de pers op aan te dringen op het instellen van een diepgaand onderzoek naar de feiten.

Na de ontmoeting woensdag tussen de Klerk en Mandela, waarbij de twee leiders overeenkwamen door te gaan met de bespekingen van 6 augustus in de aanwezigheid van Slovo, leek de Zuidafrikaanse president toe te geven dat de politie een fout had gemaakt toen zij bewijzen meende te hebben gevonden voor een Rood komplot. 'Helaas waren er verkeerde conclusies getrokken door het fragmentarisch aan het licht komen van gedeelten van het echte bewijs', zei De Klerk.

Dit 'echte bewijs' zo blijkt nu, wijst wel in de richting van voortgezette ondergrondse activiteit maar niet op een specifiek komplot door de communisten in het ANC.