Verdediging zal beter lukken dan herovering van Koeweit; VSbekend in Saoedi-Arabie

WASHINGTON, 4 aug. Washington is volgens militaire deskundigen goed in staat om Saoedi-Arabie militair te steunen in het geval van een aanval van Irak. Voornaamste voorwaarde: de Saoedi's moeten hun vliegvelden, materieel en kazernes beschikbaar stellen aan de Amerikaanse luchtmacht en aan de strijdkrachten van de Rapid Deployment Force.

De Amerikanen weten wat ze in Saoedi-Arabie moeten doen, want ze plannen al lang samen met de Saoedi's. 'Koeweit hield zich altijd in het midden, maar Amerika en Saoedi-Arabie hebben al lang een intensieve militaire samenwerking. Er is een speciale relatie met Washington', zegt Yahya Sadowski, Midden-Oostenspecialist bij het Brookings-instituut, een Washingtonse denktank. Er liggen ook militaire spullen klaar voor Amerikaanse troepen. Er zijn ondergrondse commandoposten en vliegvelden om de Amerikanen te ontvangen. Gemengd Amerikaans-Arabische ploegen kruisen in AWACS-radarvliegtuigen over de woestijn. De publieke opinie in de Verenigde Staten is voor ingrijpen in het Midden-Oosten. Eenentachtig procent van de ondervraagden in een peiling van de televisiemaatschappij CNN had het advies: 'Go in there'.

Een groot deel van haar olie importeert Amerika uit Saoedi-Arabie. Deskundigen zijn het erover eens dat een aanval van Irak op Saoedi-Arabie het snelste kan worden afgeslagen met de superieure Amerikaanse luchtmacht. De marine heeft weinig nut, omdat Irak geen zeemacht van betekenis heeft. B-52-bommenwerpers, F-16 en F 14-vliegtuigen kunnen bombardementen uitvoeren op nader gepreciseerde doelwitten in Irak, onder andere olie-installaties.

De Iraakse luchtmacht is geen partij. 'We kunnen zelfs kruisraketten gebruiken', zegt Tony Cordesman, staflid bij senator McCain en schrijver van het lijvige boekwerk 'De Golf en het Westen: strategische relaties en militaire realiteiten'. Een militaire operatie in Saoedi-Arabie is veel moeilijker dan een bezetting van Koeweit. Het is een lange, harde mars door de uitgestrekte Saoedische landmassa. In de verdediging van Saoedi-Arabie kan de Amerikaanse Rapid Deployment Force betere diensten doen dan in de herverovering van Koeweit. 'De mensen vergeten dat Koeweit zelf bij een dergelijke strijd geheel wordt vernietigd', zegt Cordesman. Het Koeweitse voorbeeld toont ook aan dat de hulp van te voren geregeld moet zijn.

Amerika kan haar luchtmacht alleen inzetten als Saoedi-Arabie meewerkt. Vliegdekschepen zijn geen alternatief, omdat ze te kwetsbaar zijn als doelwit. De Amerikaanse marine is dan ook nauwelijks bruikbaar. Toen de Verenigde Staten in 1978 Iran verloren als favoriete Arabische bondgenoot moest Saoedi-Arabie die rol enigszins overnemen. Niet Irak maar Iran boezemde toen angst in. Pas zeer onlangs is dat omgeslagen. Jimmy Carter die in zijn ambtstermijn als president van de VS te maken kreeg met olie-inflatie en de Iraanse gijzelingcrisis voerde de militaire samenwerking op. Het Congres wist onder invloed van de machtige Israel-lobby de enorme wapenverkopen aan Saoedi-Arabie af te remmen zodat Saoedi-Arabie tegenwoordig ook bij Engeland en Frankrijk koopt. Als tegenprestatie voor de militaire samenwerking heeft Saoedi-Arabie altijd financiele hand- en spandiensten verleend aan Washington.

Als de Amerikaanse regering bepaalde voorstellen voor buitenlandse hulp niet door het Congres kreeg, sprongen de Saoedi's bij met tientallen, zoniet honderden miljoenen. Zo steunden de Saoedi's op verzoek van opeenvolgende Amerikaanse regeringen onder andere Angolese opstandelingenleider Jonas Savimbi, de Zairese leider Mobutu, de Nicaraguaanse contras en de Afghaanse mujahedeen. Sleutelfiguur in de Saoedisch-Amerikaanse betrekkingen is de Saoedische ambassadeur in Washington, Bandar ibn Sultan ibn Abdel Aziz, kleinzoon van Koning Feisal en zoon van de Saoedische minister van defensie. Hij trekt Amerika door om te lobbyen voor meer wapenverkopen aan zijn eigen land. Zo sloot hij ook in Washington, tot woede van de Amerikaanse regering, een overeenkomst met de Chinese regering voor de aankoop van raketten en hij bracht een staakt-het-vuren tot stand in Libanon. Bush heeft verstandig gereageerd op de crisis, vindt Sadowski. Hij kon niet militair ingrijpen omdat het hem aan plaatselijke steun ontbrak. Hij is zich er van bewust dat publieke diplomatie in het Midden-Oosten niet werkt. Het economische embargo zet Irak voorlopig onder druk. Steun van andere Westerse landen is ook belangrijk. Maar het succes van het olie-embargo hangt af van de medewerking van Saoedi-Arabie dat twee Iraakse pijpleidingen op haar grondgebied heeft. Die zouden moeten worden afgesloten. Als Irak binnen twee weken zou terugtrekken uit Koeweit, zou het Westen en Saoedi-Arabie de inval misschien kunnen vergeten, aldus Sadowski. Irak zou dan aanzienlijke financiele en territoriale concessies hebben binnengehaald zonder sancties van betekenis.