Saoedi-Arabie speelt cruciale rol bij boycot van Irak

ROTTERDAM, 4 aug. De oliewereld zou het toejuichen als een politiek besluit tot een boycot van Iraakse en Koeweitse olie en olieprodukten door alle consumerende landen wordt onderschreven en strikt wordt gecontroleerd en nageleefd. 'Want dan zal de maatregel maar heel kort hoeven te duren', is de redenering, 'en kan het evenwicht in de markt en in de prijsvorming ook weer spoedig hersteld worden'.

Een expert in de oliehandel met het Midden-Oosten die niet genoemd wil worden, wijst op het kunstmatige effect op de wereldmarkprijzen dat Hussein met zijn overval op Koeweit bereikt. 'Hij heeft vorige week in OPEC-verband de strijd om een richtprijs voor ruwe olie van 25 dollar per vat nog verloren. Nu beweegt de markt zich dicht naar dat bedrag, maar de ervaring leert dat incidenten altijd weer gevolgd worden door het evenwicht, bepaald door vraag en aanbod.' Aan de Westerse boycot van Iraakse olie kleven nog heel wat haken en ogen die vandaag tijdens het beraad in Rome tot 'een moeilijk discussiepunt' aanleiding zullen geven, zegt de plaatsvervangend directeur-generaal van het ministerie van economische zaken in Den Haag, drs. L. Knegt. Ook met de Verenigde Staten en Japan zal daarover nader gesproken moeten worden.

Vooral de controle is ingewikkeld. De meeste olie wordt via de grote pijpleidingen door Saoedi-Arabie en Turkije naar zee getransporteerd. 'Die kun je denk ik goed controleren, dat is overzichtelijk. Maar de tankersdie Iraakse olie elders in de Golf laden, dat is een veel moeilijker verhaal, daar heb je andere middelen voor nodig', zegt De Knegt.

Saoedi-Arabie speelt een cruciale rol, zowel bij het stoppen van de doorvoer via de pijleidingen als bij de vraag of dit land dat de meeste olie exporteert, het tekort in de markt (dat door een boycot tegen Irak onstaat) eventueel zal helpen opvangen. De Saoedi's staan onder zware druk van de Iraakse president Hussein en aan de andere kant zal het Westen via diplomatiek overleg met Saoedi-Arabie proberen medewerking te krijgen om de boycot tot een succes te maken.

Volgens ambtenaar De Knegt zijn de Saoedi's en enkele andere OPEC-landen zoals de Verenigde Emiraten en Venezuela, in staat door een snelle opvoering van hun produktie de 4,5 miljoen vaten per dag die Irak en Koeweit samen produceren, 'over te nemen'. Als dat niet gebeurt, bijvoorbeeld door militaire dreigementen van Irak, kan de boycot een crisisituatie in de olievoorziening in Europa veroorzaken waardoor het verdelingsmechanisme van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in werking moet treden. Een vergadering van de 'oliecommissie' van het IEA is al direct geagendeerd voor volgende week donderdag in Parijs, om een crisisscenario op te stellen.

Volgens De Knegt is er geen enkele aanleiding voor paniek omdat er momenteel enorme olievoorraden voorhanden zijn. Nederland beschikt nu over een voorraad van 167 dagen binnenlands verbruik, terwijl de 'strategische voorraad' die het IEA voor elk land voorschrijft 90 dagen is.

Maar bij een effectieve boycot, zonder compensatie van de Iraakse en Koeweitse produktie, kan die voorraad vrij snel afnemen en kan volgens de regels van het IEA een crisissituatie ontstaan, namelijk bij een vermindering van de olietoevoer naar IEA-landen met 7 procent. Voor enkele Westeuropese landen treedt die situatie na het souperen van de voorraden in. Denemarken is tot nu toe voor 35,6 procent van zijn toevoer van ruwe olie en olieprodukten afhankelijk van Koeweit en Irak samen, Nederland kreeg uit die landen 16,3 procent van zijn verbruik, Griekenland 16 procent en Italie 12 procent. Het aandeel van Koeweit daarvan is in Denemarken, Nederland en Italie het grootst door de aanwezigheid van Koeweitse raffinaderijen.

Overigens wordt de 'crisisgrens' van 7 procent bij een compleet wegvallen van de Iraakse en Koeweitse olie ook voor heel West-Europa, de Verenigde Staten en Japan al overschreden: de Europese Gemeenschap betrekt nu 9 procent van haar behoefte aan olie en olieprodukten van de twee landen, Amerika 8 procent en Japan 11 procent.

Het IEA kan een 'verdelingsmechanisme' in werking stellen om de meest getroffen landen van een redelijke hoeveelheid olie te voorzien dat uitgaat van het beginsel van solidariteit, legt drs. De Knegt uit. De maatregelen die, al naar gelang van de ernst van het tekort, kunnen worden genomen zijn: 1) het in een bepaalde mate gebruiken van de strategische voorraden, 2) een vrijwillige beperking van de vraag, bijvoorbeeld door een beroep op automobilisten om minder van hun voertuigen gebruik te maken, en 3) een verplichte beperking van de vraag (bijvoorbeeld autoloze zondagen en benzinedistributie). Bij een lange duur van de boycot en een slechts gedeeltelijke compensatie van de Iraakse en Koeweitse olie, kan het IEA ook bij een lager tekort dan zeven procent maatregelen nemen. In dat geval zij n alleen de eerste twee maatregelen toepasbaar.