Paarden zijn in Amerika om te gokken, niet om te springen

De zilveren medaillewinnaar van het springen in Seoel, de Amerikaan Greg Best (26), staat ook tijdens het WK-springen in Stockholm voorlopig nog als tweede geklasseerd. Best, afgestudeerd econoom, bestempelt zijn paard tot beste springpaard ter wereld. De elfjarige volbloedschimmel Gem Twist vindt het allemaal prima, als hij maar met rust gelaten wordt. Opgewekt stapt de schimmel door de rijbaan. Vrijheid is een essentieel aspect van de gebruikelijke Amerikaanse trainingsmethodes. Best praat vanuit het zadel over de verhoudingen in de internationale springsport.

De Amerikaanse springruiters begonnen hier tijdens het wereldkampioenschap niet bepaald voortvarend. Na de eerste ronde in de landenwedstrijd stond het team zelfs achtste, een buitensporig lage plaats voor het goud-winnende team van het vorige wereldkampioenschap. Een spectaculair vormherstel zorgde er nog voor dat het Amerikaanse team uiteindelijk vierde werd. Dit resultaat staat niet op zichzelf: dit voorjaar werden de wereldbekers voor springruiters voor het eerst na tien jaar Amerikaanse en Canadese hegemonie weer eens door een Europeaan gewonnen. Zijn de Amerikaanse springruiters op hun retour? Ik denk niet dat de Amerikanen slechter zijn geworden. Alle andere springruiters zijn misschien wel verbeterd. De verschillen zijn in elk geval niet meer zo groot. De traditioneel verschillende rijstijlen van de Europeanen en de Amerikanen zijn meer naar elkaar toegekomen. Europeanen houden ervan diep in het zadel te zitten, hun paarden zeer onder controle te houden en sterke been- en teugelhulpen te geven. Het primaire doel van het traditionele Amerikaanse systeem van rijden is juist je zo min mogelijk te bemoeien met de natuurlijke mogelijkheden van het paard. Mijn paard is daar wel het beste voorbeeld van: ik ga er gewoon op zitten en hij doet al het werk. Deze rijstijlen worden natuurlijk gedicteerd door het type paard. De Europese paarden zijn lang zo massief en zwaar niet meer als vroeger en wij gebruiken niet meer uitsluitend ranke volbloeden. Dat maakt ook dat het onderscheid meer en meer wegvalt.

Is dat verschil in rijstijl van de Europeanen en de Amerikanen ook niet een beetje een verschil in mentaliteit? Zeker. Veel Europese ruiters willen hun paarden laten denken zoals zij denken. Ik probeer het liefst te denken zoals mijn paard denkt. Mijn paard is erop getraind voor zichzelf te denken en daardoor kan het alle problemen in het parcours zelf oplossen. Onze africhtingsmethodes, waarbij wij de jonge paarden al regelmatig zonder ruiters over hindernissen laten springen, zijn helemaal gericht op het ontwikkelen van het eigen initiatief van het paard.

Is de tendens dat men in Europa niet meer zo happig is om toppaarden te verkopen misschien ook een oorzaak dat de Amerikanen niet bij voorbaat al over de betere paarden beschikken? Dat is ook zeker een verklaring voor de enigszins veranderde krachtsverhoudingen in de internationale springsport. De markt is optimaal geexploiteerd en alle Europese paarden die maar gekocht konden worden zijn wel gekocht. Er is nu een soort verzadigingspunt bereikt. Het is voor de Europeanen bovendien aantrekkelijker geworden hun betere paarden voor zichzelf te houden dank zij de goede ontwikkeling van sponsoring en prijzengelden.

Over sponsoring gesproken: hoe is het mogelijk dat jij als een van de meest bekende Amerikaanse springruiters in je eigen land geen sponsor kon vinden, terwijl je nu sinds april met het Franse wijnmerk Moet en Chandon de enige Amerikaan bent met een Europese sponsor? Het klinkt ongeloofwaardig na alle Amerikaanse successen in de springsport, maar de springsport is in Amerika zeer onbekend. Niemand kent mij. Wanneer ik in deze kleding rondloop denken mensen hooguit dat ik een bergbeklimmer ben. Sponsors zijn niet te vinden: de sport krijgt nauwelijks publieke aandacht. De toeschouwersaantallen van 30.000 mensen publiek in Aken en 18.000 mensen hier in het stadion, dat zijn voor ons aantallen om van te watertanden. Wij hebben hooguit tweeduizend mensen langs de kant bij onze Grand Prix-tournooien. Paarden, die zijn er voor de renbaan en om op te wedden, maar dat er ook nog mee gesprongen kan worden, daar heeft het grootste deel van het Amerikaanse publiek echt nooit van gehoord.

Hoe kan het dan dat jij een zilveren medaille in Seoel wint? Ik zou er zeker ook nooit van de springsport gehoord hebben, wanneer ik geen hippische achtergrond gehad had, met een moeder die paard reed en die het prachtig vond dat ik dat ook ging doen. Zij zette mij op een pony en toen ik op mijn zestiende bij de junioren begon kreeg zij Frank Chapot zover dat ik bij hem, zesvoudig Olympiade-ruiter, mocht gaan trainen. Via hem ben ik ook aan mijn toppaard Gem Twist gekomen. Ik weet niet precies wat Chapot in mij zag, ik heb het hem nooit gevraagd, maar hij moet mij hebben vertrouwd. Daarmee kreeg ik een door hem gefokt paard onder het zadel dat ik beschouw als het beste paard van de wereld en dat nooit verkocht zal worden zolang ik hem rijd.

Je rijdt kennelijk geen paard voor de publiciteit want dat levert het je nauwelijks op.

Ik rijd echt paard voor mijn plezier en ik ga hier mee door zolang ik er plezier in heb. Misschien zet ik nog wel eens een bedrijfje op met mijn economie-studie als achtergrond. Maar ook die studie heb ik eigenlijk voornamelijk voor mijn plezier gedaan. Het zorgt er in elk geval voor dat je met de meeste mensen leuk kunt praten. Paardrijden doe ik dus niet voor de publiciteit, maar dat wil niet zeggen dat ik me om publiciteit niet druk maak. In de Amerikaanse kranten zijn uitsluitend de problemen rond de samenstelling van ons team uitgesponnen. Op het laatste moment is Debbie Dolan vervangen door Anne Kursinski en dat heeft de eenheid in ons team niet bevorderd. De springsport is bij ons onbekend en dan zijn perikelen kennelijk het enige dat interessant is.

De perikelen die de Europese kranten ruimschoots gehaald hebben, zijn die rondom het barreren op de stal van oud-Europees kampioen Paul Schockemohle. In de Verenigde Staten is het aantikken van paardebenen met bamboestokken, een bepaalde mate van barreren dus, zelfs toegestaan op de concoursen. Zou deze zaak in de VS ook zoveel aandacht gekregen hebben? Nee beslist niet, het paard is in de Verenigde Staten geen heilig dier en paardemensen die zo bekend zijn als Paul Schockemohle hebben wij gewoon niet. Niemand zou zich waarschijnlijk druk maken om een dergelijk individueel geval als Schockemohle. Ik zei al de springsport is bij ons heel onbekend. Wat mag en niet mag, daarover maken alleen de springruiters zelf zich druk. Barreren onder toezicht is bij ons toegestaan. Maar mij zal dat een zorg zijn: Gem Twist heeft het nog nooit nodig gehad.' Jouw toppaard Gem Twist is dus nog nooit attent gemaakt met een bamboestokje tegen de benen. Wat maakt Gem Twist dan zo speciaal? Gem Twist is een fantastisch wedstrijdpaard. Hij is een atleet en een vechter, maar hij is vooral een type paard dat graag een goed springpaard wil zijn. Hij is absoluut een gentleman in het parcours: hij wil de hindernissen gewoon niet aanraken. Zoiets kun je een paard niet aanleren. Een paard heeft dat, of heeft dat niet. Zo simpel is dat. Gem Twist kan alle problemen zelf oplossen en hij heeft ook het karakter dat hij genoeg heeft aan zichzelf. Hij staat mij toe hem te rijden en dan is niets hem te dol, maar daarna wil hij gewoon met rust gelaten worden. Zonder gezelschap is dat paard volkomen gelukkig. Mijn andere paard Santos heeft een tegenovergesteld karakter. In het zadel heeft hij op geen enkele manier de kwaliteiten van Gem Twist, maar hij is verder zo grappig en plezierig in de omgang, dat ik het liefst mijn huis uit zou willen breken om dat paard de hele dag om mij heen te kunnen hebben.

Het succesverhaal van Greg Best en Gem Twist is het verhaal van een gemiddelde ruiter met een extreem goed paard is een van je uitspraken. Wanneer je deze uitgangspositie vasthoudt in dit WK rijd je morgen in de finale voor de vier besten en zul je elkaars paarden moeten rijden. Wat zal dat gemiddelde ruiterschap van jouw waard zijn in zo'n finale? Ik heb er geen idee van. Ik kan wel zeggen dat ik het een grote eer zou vinden in die finale terecht te komen. Verder ben ik opgewonden van het idee eens de kans te krijgen anderen op het paard te zien wat ik alleen vanuit het zadel ken. Gem Twist is heel speciaal om te rijden. Het is een paard dat niet veel voorbereiding nodig heeft. Ik doe voornamelijk wat losmakende spieroefeningen en maak nooit meer dan hooguit vier sprongetjes voor ik een parcours binnen galoppeer. Zijn interesse en frisheid houd je op die manier het beste vast. Andere ruiters zullen het werk vooral aan het paard moeten overlaten, maar dat vraagt durf en vertrouwen. Mijn eigen optreden met andere paarden zal ook zeker geen voorbeeld zijn van ontspannen en vol vertrouwen presteren. Om eerlijk te zijn: het is een fascinerende opgave, maar het lijkt me ook doodeng om te doen.

Hoe reageer je in het algemeen op presteren onder druk? Toen ik in Seoel op de Olympische Spelen reed, was dat pas mijn derde ervaring met een landenwedstrijd in een Amerikaans nationaal team. Het was een jongensdroom die waar werd, naar de Olympische Spelen gaan en daar dan ook nog zowel met het team als individueel zilver winnen. Sinds die tijd heb ik een stuk beter leren omgaan met angsten en spanningen. Tegenwoordig is het zelfs zo dat ik naar een zekere spanning uitkijk. Het helpt me om me te concentreren en goed te presteren.