Op de Citadel van Warschau is de laatste krans verdord

WARSCHAU, 4 aug. Een eeuwige vlam brandt er niet, althans niet meer, achter de poort van de Warschause Citadel die het opschrift Brama Stracen draagt, Poort van de Executies. Maar er heeft wel een eeuwige vlam gebrand, vroeger: er ligt nog op deze binnenplaats een marmeren plaat, met in het midden een ronde gasleiding met gaatjes. Op de marmeren plaat zit nu een kind, dat de gasleiding omklemt als een automobilist zijn stuur en 'vroem, vroem' roept.

Achter de plaat een muur, herdenkingsplaquettes, lauwerkransen van brons, opschriften met grote woorden, grote namen, de namen van Polen die hier, in de Citadel, gevangen hebben gezeten: vrijheidsstrijders uit de vorige eeuw en linkse tegenstanders van het burgerlijk bewind van het Interbellum. Romuald Traugutt zat hier, de leider van de Januari Opstand van 1863 en 1864, hij werd hier ook geexecuteerd. Rosa Luxemburg heeft hier gevangen gezeten, Feliks Dzjerzjinski, de latere grondlegger van de Sovjet geheime politie.

Voor de muur ligt een krans, althans, wat daarvan over is: het loof is verschrompeld en de bloemen zijn zo verwelkt dat je niet meer kunt zien om wat voor bloemen het ging. Het lint is nog leesbaar. Het zegt dat de krans hier is gelegd tijdens het tweede congres van de OPZZ, de ex-communistische vakbondsfederatie. Boven de krans een plaquette waarop 'De Poolse Volksrepubliek' de gevangenen eert van de bezettingsregimes en de 'bourgeois-regering' van Polen, de regering van het Interbellum. Je betreedt de Warschause Citadel langs een lange trap, die zo steil is dat je de Poort van de Executies boven niet kunt zien. Op de helling staan kruisen. Ze herinneren aan de Polen die hier, meestal om politieke redenen, zijn terechtgesteld, tussen 1833 en 1925, toen de laatste executies werden voltrokken op drie communistische terroristen. Even terzijde van de kruisen staat een stenen zuil, het restant van de galg. Erachter een vitrine in de muur. Er ligt een boomstam in, verbleekt, half weggerot en weggevreten. Een plaquette meldt dat aan deze stam 'onder de tsaren en de Kaiser' helden van het socialisme werden vastgebonden voor ze werden doodgeschoten.

De Citadel ligt aan de oever van de Vistula, een groot complex van lage, grijze gebouwen, omringd door een zeer dikke muur van rode baksteen, met om elke paar meter een schietgat en een aantal strenge poorten, die bestaan uit een grote, kale, rode wand met een kleine deur. Het ligt even ten noorden van de oude stad van Warschau. Vanaf de zuidelijke muur kun je dat oude centrum van de stad zien liggen als je op die muur zou kunnen komen. Maar dat lukt niet: de zuidelijke helft van de Citadel huisvest nog altijd een kazerne en borden in drie talen Wztep Wzbroniony/Kein Zutritt/No Admittance houden de bezoeker van de Citadel tegen.

Dit strenge, sobere complex is het werk van de Russen, een van de straffen voor de November Opstand van 1830 en 1831, toen de Polen na 35 jaar Russische bezetting, als reactie op de toenemende onderdrukking en aangemoedigd door de Juli Revolutie in Parijs en de Belgische Opstand, trachtten het Russische juk af te schudden. Nadat een klungelige poging de Russische groothertog Constantijn te vermoorden en het Russische garnizoen in het Lazienki-park aan te vallen was mislukt en de opstandelingen in hun ijver niet alleen Russische soldaten en Poolse collaborateurs, maar per ongeluk ook twee van de beste Poolse generaals hadden gelyncht, besloten hun politieke leiders tot een vlucht naar voren. Ze vergaarden al hun moed, verklaarden de Russische tsaar Nicolaas I vervallen van de Poolse troon en riepen de Poolse onafhankelijkheid uit. De daarop volgende oorlog, die na aanvankelijke successen eindigde in een zware nederlaag, leverde Polen niet voor het eerst en niet voor het laatst de sympathie van de wereld op. De intellectuele elite van het Westen schreef zich de vingers blauw aan odes en gedichten en lofzangen op de dappere Polen. In Duitsland ontstond een heel nieuw genre liederen, de Polenlieder, Tennyson wijdde honderden regels poezie aan de Polen, in Frankrijk bleven Delavigne en Lamartine, Victor Hugo, Alfred de Musset en Alfred de Vigny niet achter, in het verre Boston werden regimentsvlaggen voor de Polen geborduurd, Louis Philippe hield mooie toespraken over Franse steun voor de Polen (die nooit kwam) en zelfs de Oostenrijkers, die met de Pruisen en de Russen Polen aan het eind van de achttiende eeuw nog zonder veel scrupules van de Europese landkaart hadden geveegd, lieten zich positief uit over de Poolse zaak maar dat was omdat de Polen in hun wanhoop met hun troon aan het leuren waren geslagen en daarbij ook Wenen hadden aangedaan.

De opstand leverde de Polen meer op dan de sympathie van Europa. Het leverde hun ook de wraak van Nicolaas op. Hij schafte de Poolse grondwet af, ontbond de Sejm, sloot de Poolse universiteiten, onteigende de Poolse adel, degradeerde in grote delen van Polen de szlachta, de lage Poolse adel, tot de status van boer, veroordeelde duizenden Poolse officieren tot dwangarbeid, stuurde duizenden andere naar de Kaukasus waar ze als gewone soldaten dienst moesten doen in Russische regimenten, deporteerde meer dan 40.000 szlachta-gezinnen naar Siberie en stuurde generaal Moeravjov op de Polen af, een man die zich in eigen land de bijnaam 'Beul Moeravjov' had verworven met de weinig subtiele middelen waarmee hij gehoorzaamheid aan het gezag van de tsaar afdwong. Moeravjov reisde rond op het Poolse platteland en liet daar, bij de minste verdenking van sympathie voor de Poolse zaak, dorpen platbranden en de bewoners ophangen. Doel van dit alles was vooral de adel en de szlachta, de ruggegraat van Polen, voor eens en voor altijd te elimineren. Prins Roman Sanguszko, een afstammeling van de legendarische Rurik en als zodanig in Rusland een hooggeacht man, werd tot levenslange dwangarbeid in Siberie veroordeeld. Toen zijn vrouw, een vriendin en gezelschapsdame van de tsarina, zich voor Nicolaas op de grond wierp en hem om genade smeekte, kreeg ze te horen dat ze ook naar Siberie mocht als ze zo graag bij hem wilde blijven. Dat wilde ze: ook zij ging naar Siberie.

Grimmig

En ten slotte leverde de opstand van 1831 de Polen de Citadel van Warschau op. Het fort, 67 hectare groot, werd tegenover het oude stadscentrum gebouwd. De kanonnen waren gericht op de stad: als de Polen nog ooit een schot op de Russen zouden lossen, zo dreigde de tsaar, zou hij Warschau in een ruine veranderen. De kosten van de bouw van de Citadel, die dienst deed als fort, als kazerne en als gevangenis, werden verhaald op de Polen.

De Citadel maakt van buiten een grimmige indruk, met die strenge poorten en al die rode bakstenen. Binnen, achter de Poort van de Executies, domineert tegenwoordig het groen. Er loopt een paadje van kinderhoofdjes naar de Poort: dit was de weg die de terdoodveroordeelde aflegde van Paviljoen X, de gevangenis, naar de executieplaats. Het paadje is afgezet en er is voor de laat-twintigste eeuwse bezoeker een asfaltweggetje naast gelegd. Het asfalt is op veel punten gesmolten en weer gestold: in de talrijke mini-kratertjes groeien gele bloempjes. Terzijde van het lange pad een veld vol hooi. Daarachter een moestuin met rozen en tomaten. Er staan drie oude kanonnen, Spandau 1864 staat op een ervan. Het grootste gebouw, neergezet in U-vorm, is Paviljoen X, de voormalige gevangenis. Veertigduizend patriotten hebben hier tussen 1833 en 1925 gevangen gezeten. Op de binnenplaats honderd jaar oude lindebomen en kastanjes. Een wachthuis is inmiddels verdwenen, net als een smidse waar ooit de kettingen voor de gevangenen werden gemaakt. Er staat wel nog een oude gevangenenkoets, zwart en somber, met een span voor de paarden, vijf betraliede raampjes en achterop twee zitjes voor de bewakers. Er staat een kleine luidspreker naast, als je er een munt van tien zloty ingooit, krijg je in een taal naar keuze uitleg. Maar niemand heeft vandaag de dag nog een munt van tien zloty op zak, want tien zloty is 0,2 cent, en deze middag zwijgt de luidspreker. Een oude man hij woont hier in de buurt en komt hier vaak, het is hier rustig wandelen, zegt hij. Er komen hier niet veel mensen meer, alleen maar wat wandelaars, burgers met kinderwagens. Vroeger, zegt hij, was dat anders: 'De Communisten hebben de Citadel 45 jaar lang gecultiveerd. Hier hebben tot 1925 veel communisten gevangen gezeten. Ze hebben de Citadel in hun propaganda een belangrijke plaats gegeven, als een oord waar ze hun martelaren eerden.'

Schoolkinderen kwamen hier, elke dag, bussen vol, om dat te komen zien: 'Dit was een verplicht nummer voor de scholen.'

Over de vrijheidsstrijders uit de tijd voor het socialisme werd weinig gezegd, die afgelopen 45 jaar, hoewel dat er veel meer zijn geweest, met al die opstanden in de vorige eeuw. Nu is dat allemaal anders: er komen geen scholen meer, er komen alleen nog maar burgers met kinderwagens, en die plaquettes aan de ingang, die van de Volksrepubliek en de gevangenen van de bourgeois-republiek, zullen wel snel plaatsmaken voor andere. En die krans van de OPZZ zal wel de laatste zijn geweest voor de socialistische martelaren van het verleden. Het wordt weer leuk wandelen, in de Citadel van Warschau.