Olieboycot zou Irak straatarm maken

ROTTERDAM, 4 aug. Irak financiert zijn import van voedsel en machines nagenoeg volledig met de opbrengst van olie- en gasexporten. De energiesector levert driekwart van het nationaal inkomen op. De verwachte algehele boycot van Iraakse olie zal het land daarom zwaar treffen.

Volgens gegevens van de goed geinformeerde Economist Intelligence Unit importeert Irak jaarlijks voor drie miljard dollar aan voedsel. In februari kondigde de Iraakse president Hussein aan voor 600 miljoen dollar extra eieren, vlees, kaas en bouwmaterialen in het buitenland te zullen bestellen.

De totale import- en financieringsbehoefte wordt geschat op 20 miljard dollar met daar tegenover slechts een deviezenreserve van een miljard dollar, hooguit genoeg voor een financiering van twee tot drie weken. Aan Koeweit wordt jaarlijks voor 500 miljoen dollar gas geleverd, maar die afzet staat nu stil. De export van dadels en kunstmest levert hooguit een paar honderd miljoen dollar op zodat Irak grotendeels op de verkoop van olie is aangewezen.

Iraak produceert dagelijks ruim 3 miljoen vaten olie, waarvan een vijfde voor binnenlands gebruik. De jaarlijkse export van 0,9 miljard vaten per jaar zou bij de door de Iraakse president Saddam Hussein bepleitte en de afgelopen dagen bijna bereikte prijs van 25 dollar per vat, 22,5 miljard dollar opleveren, genoeg om de import- en financieringsbehoefte te dekken.

Elke dollar waarmee de olieprijs per vat verder stijgt verhoogt voor Irak de verkoopopbrengst met bijna een miljard dollar. Maar met een succesvolle boycot stroomt geen enkele dollar binnen en zijn de deviezen met een paar weken uitgeput.

Irak kan de uitgaven drastisch beperken door de invoer van militaire produkten te schrappen, naar schatting goed voor ongeveer 4 miljard dollar per jaar. Het land kan verder tijdelijk bezuinigen op de jaarlijkse invoer van ongeveer vier miljard dollar aan machines en dergelijke.

Ook kan de Iraakse president in reactie op een boycot de rentebetalingen en aflossingen stopzetten, zoals hij voor de Verenigde Staten al heeft aangekondigd. Irak moet dit jaar over zijn buitenlandse schuld van ruim 80 miljard dollar drie miljard dollar aan rente betalen en vijf miljard aan aflossingen.

De invoer van jaarlijks drie miljard dollar aan voedsel blijft bittere noodzaak omdat Irak zelf veel te weinig voedsel produceert. Met deze maatregelen kan Irak de behoefte aan deviezen dus tijdelijk terugbrengen tot ongeveer vijf miljard dollar.

Irak zou dit geld kunnen opeisen bij Koeweit dat over bijna vier miljard dollar aan goud en deviezenreserves beschikt. Irak claimt 2,4 miljard dollar voor de olie die Koeweit de afgelopen tien jaar onder Iraaks grondgebied weggezogen zou hebben. Verder stelt Hussein Koeweit aansprakelijk voor de miljarden dollars aan gederfde olieopbrengsten als gevolg van een door Koeweits overproduktie gedrukte olieprijs. Irak zou ook nieuwe leningen kunnen proberen te sluiten, maar dat zal moeilijk zijn in combinatie met een staking van de betaling van rente en aflossingen.

Irak is door de achtjarige oorlog met Iran diep in de schulden geraakt doordat de uitgaven stegen en de olieproduktie tegelijkertijd dramatisch slonk van 3,5 miljoen vaten per dag in 1979 naar ruim 800.000 in 1981. Japanse onderzoekers schatten dat de Golfoorlog Irak tot 1985 een bedrag van 226 miljard dollar heeft gekost. Andere ramingen voor de totale kosten tot eind 1988 komen op het dubbele.

Irak voelt zich overgeleverd aan een veel te lage olieprijs. Enkele weken geleden was de prijs per vat tot 16 dollar gezakt bij welk niveau de Iraakse olie-export ruim 14 miljard dollar waard is, onvoldoende voor de financiering van de importen en schuldaflossing. Door troepen langs de grens van Koeweit samen te trekken wist Hussein de koers tot 20 dollar op te drijven en de exportwaarde tot 18 miljard dollar. De inval leverde Irak op papier nog eens 4,5 miljard op, maar die winst wordt duur betaald.