Nederland en Europa

DE EUFORIE over Europa lijkt uit te drijven. Patriotten en bevrijders raken in een spraakverwarring over idealen en consequenties van het nieuwe Europa verstrikt en het is alsof menigeen van de recentelijk nog beleden idealen schrikt, het is alsof Europa aan Nederlands zelfbewustzijn knaagt.

Het Nederlandse Europa-ideaal heeft altijd iets dubbelhartigs gehad. Want hoewel de verankering van 's lands soevereiniteit in de Atlantische context plaatshad, steunde Nederland onderwijl ook van harte de supranationale Europese gedachte. Economische vervlechting zou aan oorlogen in de toekomst een einde kunnen maken en dat alleen al rechtvaardigde de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, die later tot de Europese Gemeenschap zou uitgroeien.

De afgelopen jaren is het enthousiasme over Europa '92 ook in Nederland groot geweest. Allicht. Europa had zich anderhalf decennium in een malaise bevonden eurosclerose genaamd en Nederland had die ziekte Dutch disease genaamd al veel eerder opgelopen. In de stroom van een revitaliserend Europa zou ook Nederland zichzelf uit lethargie en bestuurlijke onmacht kunnen bevrijden. De Europese Gemeenschap vervulde de belofte van nieuw industrieel-economisch elan en in enkele jaren tijds ontrolde zich voor de ogen van een verbaasd publiek een klein mirakel. De EG breidde zich uit, wat het aanraakte, bijvoorbeeld Spanje, veranderde in goud en de EG boezemt temidden van de andere groten der aarde, de VS en Japan, ontzag in.

Het Europese enthousiasme deed vele proppen uit de dichtgeslibde overheidsmachinerie in Nederland springen. Met verwijzing naar 'Brussel' konden Haagse politici nu plotseling schoon schip maken met achterhaalde inheemse zeden en gewoonten. De uitwassen van het lang vervlogen ideaal van een maakbare samenleving konden worden gekapt, van belastingdruk tot gezondheidszorg zijn er honderden voorbeelden te bedenken van regels en regeltjes die dank zij 'Europa '92' tegen het licht worden gehouden. Dank zij Europa ging het raam open en dat gaf frisse lucht. Europa werkte zo beschouwd bevrijdend, al bleef het uiteraard knagen dat bevoegdheden weglekten naar Brussel zonder dat er ginds behoorlijke democratische controle bestond op de zich aldaar ophopende macht.

MAAR MET enige vertraging meldt zich nu ook de tegenkracht. Het onbehagen heeft een half decennium later echter een bredere basis ontwikkeld. Om een paar voorbeelden te noemen: pas nu wordt duidelijk dat achter het technische dossier 'fiscale harmonisatie' een sociaal-culturele aanpassing van de eerste orde schuilgaat. Belastingheffing is een uiting van collectieve omgang met elkaar en derhalve heeft elk land zo zijn eigen regels en uitzonderingen. In Nederland heeft het egaliteitsethos een lange traditie en dat is in het fiscale en sociale stelsel terug te vinden. Harmonisatie in het kader van Europa betekent dan ook niets meer en niets minder dan verwatering van dat aspect van nationale eigenheid. De harmonisatie van justitiele activiteiten en opsporingsbevoegdheden heeft eenzelfde connotatie. De manier waarop een land die dingen organiseert en toepast is kenmerkend voor het klimaat. Aanpassing aan andere landen betekent meer dan een technische operatie. Het moeizame Schengen-debat ging derhalve om meer dan slechts de vraag of er voldoende democratische spelregels in acht worden genomen (dat is overigens niet het geval). Het ging ook om de vraag of een land, in casu Nederland, dat meent het inzake justitie en sociale omgang redelijk met zichzelf te hebben getroffen, afstand moet doen van gekoesterde nationale mores. Het grote publiek is via de deining in omroepland al eerder geconfronteerd met die spanning en ziet nu in korte tijd het nationale bestel instorten. Nationaal of verzuild zullen straks hooguit nog de restanten van het oude bestel zijn de rest luistert naar andere, internationale wetten van vraag en aanbod, van smaak en stijl.

Ander voorbeeld: in culturele kring groeit de argwaan tegen internationalisatie. Op een suggestie van de minister van onderwijs om colleges in het Engels te geven overigens een onzinnig idee wordt zo geprikkeld gereageerd dat eruit een gevoel van bedreiging spreekt. Valt nu ook nog ons laatste bastion, de taal? Kortom, onderhuids sluimert er een conflict tussen degenen voor wie Europa het patronaat voor de frisse wind krijgt en degenen die de vanzelfsprekendheid van het nationale houvast zien aangetast. NEDERLAND heeft het in Europa, zo beschouwd, niet gemakkelijk in vergelijking met grote landen. Frankrijk propageert een snellere Europese integratie, maar zoekt het uiteraard niet in de creatie van een Europese burger, maar in een versterking van de Franse positie. In Duitsland is een vergelijkbare ontwikkeling te zien. 'Het ideele Europa-engagement van de vroege jaren is verminderd, de identificatie van de burgers met Europa loopt sinds het einde van de jaren zeventig terug', aldus een studie van de Konrad-Adenauerstichting. Nog maar 37 procent voelt zich 'als Europeaan aangesproken'.

Dat betekent niet dat Europa niet relevant meer zou zijn voor Duitsers, maar dat het ideele Europa-enthousiasme heeft plaatsgemaakt voor 'een pragmatisch, op problemen georienteerde positieve beoordeling van de Europese Gemeenschap en het integratieproces'.

Met andere woorden: de Gemeenschap wordt beschouwd als een geschikt kader om Duitse belangen te behartigen. Zo'n ontwikkeling is voor kleine landen hachelijk. Want wat is de consequentie? In een supranationaal Europa, waar Nederland voor pleit, zal men straks weinig Europeanen, maar veel Duitsers, Fransen enzovoorts aantreffen. In een democratisch Europa, waar Nederland ook voor pleit, kan het Europese parlement snel tot nationale in plaats van ideologische fractievorming overgaan. Nederland is dan automatisch een splinter. Zo vreemd is het daarom misschien niet dat ook de jongste nota Verder Bouwen aan Europa van Buitenlandse Zaken niet overal even consequent en doortastend is. Overdreven gezegd: de verdere integratie kan ertoe leiden dat Nederland straks niet meer bestaat, Duitsland en Frankrijk echter wel, en dat is niet eerlijk.

MAAR WAT DAN? Vluchten kan niet en speculeren op een magisch evenwicht tussen Londen, Berlijn en Parijs is hopen op een wensdroom uit vooroorlogse tijden. De macht van de Britten is hooguit voldoende om a contrecoeur en sukkelend de twee voortrekkers op het vasteland te volgen niet meer en niet minder. Vluchten in de 'innere Emigration' kan evenmin. Een land dat door frustratie of kleinheidsmanie op dit moment afhaakt in het debat over Europa levert zijn mentale soevereiniteit in en alles wat daarbij hoort.