Nederland blinkt uit in vierspanrijden

STOCKHOLM, 4 aug. Na zijn overwinning in Aken veranderde hij, de 31-jarige instructeur van het Nederlands Hippisch Centrum in Deurne. Zijn zelfvertrouwen kreeg een flinke impuls en dat was nu precies wat hij nodig had voor het wereldkampioenschap. De man in kwestie is Ad Aarts. Zijn tak van sport: het vierspanrijden. Ad Aarts staat na de inspannende uithoudingsproef, de marathon van gisteren, aan de kop van het individuele klassement van het WK vierspanrijden. Het Nederlandse vierspanteam, bestaande uit IJsbrand Chardon, Ad Aarts en Theo Weusthof, bezet eveneens de eerste positie. Kortom, er kunnen vandaag twee gouden medailles verdiend worden en dat zouden dan de enige medailles zijn die de Wereldspelen voor de paardesport Nederland hebben opgeleverd.

Sinds de start van hippische wereldkampioenschappen in 1966, won Nederland drie gouden teammedailles en drie keer individueel goud en dat allemaal op het gebied van de vierspansport, de discipline die in die aanvangsjaren stevig gepromoot werd dank zij de deelname van prins Philip, toentertijd ook voorzitter van de internationale paardesportbond FEI. In Nederland geldt Tjeerd Velstra als ambassadeur van het aangespannen paard. Na zijn springcarriere legde hij zich toen op de men-sport en hij werd zelf twee keer wereldkampioen, in 1982 en 1986. De prins die hij kroonde tot zijn opvolger is IJsbrand Chardon. Deze zoon van een stalhouder hoefde door Velstra geen bravoure meer bijgebracht te krijgen. Hij nam de fakkel over toen hij in 1988 wereldkampioen werd. Tjeerd Velstra investeerde vervolgens in Aarts door hem zijn vierspan ter beschikking te stellen en ook die zet lijkt nu tot succes te leiden.

Stuurmanskunst

De vierspansport trekt ongeveer net zo'n zware wissel op de paarden als de enigszins vergelijkbare military-sport. Beide disciplines bestaan ook uit drie onderdelen: de dressuur, de uithoudingsproef of marathon en een afsluitende gehoorzaamheidstest. Bij de military is dit een springparcours, de vierspansport vraagt een vaardigheidsproef die stuurmanskunst eist voor een parcours tussen verraderlijk snel omvallende kegeltjes door. De discussie die de laatste jaren gaande is over de vierspansport, lijkt ook al sprekend op die rond de military-sport: de sport eist veel en er zijn grenzen aan het prestatievermogen van paarden. Met als tanken verzwaarde marathonwagens en zeer solide tuigen kan er onderweg ongeveer niets meer kapot gaan, behalve de paarden.

Ruwe taferelen, waarbij delen van hindernissen als stootbumper fungeren voor paarden die zo snel mogelijk met hun last door de obstakels moeten zigzaggen, zijn geen uitzondering. Ook Ad Aarts vindt dat de grenzen van het mogelijke bereikt zijn Aarts: 'Met een vierspan door openingen van 2.10 meter breed moeten sturen is echt het uiterste van wat mogelijk is. Van tevoren dacht ik eerlijk gezegd dat deze marathon wel een slachting zou worden, maar slechts acht van de 53 starters kwamen niet aan de finish, helemaal geen slecht percentage. Het terugbrengen van het gevraagde tempo in het vijf kilometer lange sneldraftraject van achttien kilometer per uur naar zeventien kilometer per uur, heeft de zwakkere broeders ook geholpen. Uiteindelijk ben ik niet eens blij met die snelheidsaanpassingen: de verschillen in het tussenklassement zijn nog nooit zo minimaal geweest als nu. Niemand in de top vijf kan zich in de vaardigheidsproef vandaag een fout permitteren zonder plaatsen te zakken.

Volgens Tjeerd Velstra valt het allemaal mee en is de vierspansport altijd nog een stuk minder zwaar voor de paarden dan welke discipline dan ook onder het zadel: 'Het werken voor een rijtuig, waarbij gewicht uitluitend voorwaarts getrokken hoeft te worden, is heel natuurlijk voor een paard. Paarden van zestien, zeventien jaar zijn bij het vierspanrijden geen uitzondering.'