Napolitaanse schoffies halen geld op met een mes

Kinderen vormen ongeveer de helft van de wereldbevolking. Maar in de dagelijkse berichtgeving komt het lot van jongeren weinig aan bod. Deze zomermaanden publiceert NRC Handelsblad een reeks artikelen over de jeugd, geschreven door onze correspondenten. In deze vierde aflevering aandacht voor 'baby-gangsters' in Napels. Over Francesco en de bende van Peppe.

NAPELS, 4 aug.

Elf jaar is hij, Francesco. Vieze kleren, een sigaret tussen de lippen, en een blik van wie maakt me wat. Uitdagend kijkt hij de politie-agent aan die hem ondervraagt. Het is niet de eerste keer dat de politie hem in de kraag grijpt. Hij was al eerder opgepakt, nadat hij een handtas had weggerukt en toen hij in een winkel kleren had gestolen. Niets bijzonders: dat doen alle kinderen uit zijn wijk, dat hoort erbij in Napels.

Wie hem zo zag staan, zou in de val trappen. Een typische Napolitaanse straatjongen, een scugnizzo, een schoffie. Slim, vrolijk, snel met zijn vingers want een mens moet toch ook eten, maar niet gevaarlijk. Hadden scugnizzi als de befaamde Gennarino Capuozzo met hun straatwijsheid het niet tegen de nazi's opgenomen? Duizenden toeristen hebben zo'n ontwapenende jongen op de foto gezet, en gaven glimlachend wat lires als tegenprestatie.

Maar Francesco is uit een andere tijd. Het leven in Napels is rauwer geworden, bloediger. De arme wijken in de stad, en dat is vrijwel de hele stad, zijn in de greep van de camorra en worden aan hun lot overgelaten. Door de aardbeving in 1980 is het sociale netwerk uit elkaar gerukt en vervangen door een orde die is gebaseerd op brute macht. De scugnizzi zijn overvleugeld door de muschilli, de vliegjes, jongens van vaak nog geen tien jaar die voor drugskoerier spelen. Als ze wat ouder zijn, zoals Francesco, dan worden ze, in anglo-italiaans, baby-gangsters. Dan komt al snel het leren omgaan met een mes of een pistool en mogen ze soms bij een winkelier op bezoek om een vrijwillige bijdrage te vragen. En sommigen halen nog voor hun achttiende als baby-killer de krantekoppen.

Francesco zit in de tweede klas van de onofficiele leerschool van de camorra. Met zijn broertje van dertien en drie andere vriendjes, van wie een jongen van vijftien al wel met een pistool rondliep, ging hij brommers en scooters stelen. Om drie uur 's nachts moesten ze die afleveren bij Peppe 'o fuorilegge, een man van 33 jaar die al eerder was veroordeeld en in ruil voor iedere brommer een handvol briefjes van tienduizend gaf, soms nauwelijks honderd gulden. Het was een goedlopende organisatie: jongens die te handig leken om zich te laten betrappen, en iemand die de contacten had om de brommers met een flinke winst op de zwarte markt te verkopen. Peppe hield er overigens meer aan over dan zijn helpers. Toen de politie hen aanhield, was het eerste dat de jongens zeiden dat Peppe hen nog duizend gulden schuldig was.

Kinderrechten

De bende van Peppe staat niet op zichzelf. Volgens een rapport vorige maand van de Raad voor Minderjarigen heeft een kind dat in het zuiden is geboren twee keer zoveel kans in de misdaad terecht te komen als een kind uit Noord-Italie. Niet alleen omdat de levensomstandigheden hier slechter zijn, omdat er minder werk is, slechter onderwijs, geen opvangcentra. Maar ook omdat de georganiseerde misdaad, of die nu mafia heet of camorra, steeds vaker gebruik maakt van minderjarigen. Rechter Stefano Trapani heeft er honderden voorbij zien komen, minderjarigen die een loopbaan zijn begonnen bij de camorra. Hij werkt als kinderrechter in een lelijk betonnen gebouw, met de scheuren van de aardbeving er nog in. Ook Trapani had binnen afzienbare tijd zullen verhuizen naar het prachtige nieuwe paleis van justitie dat bijna klaar was. Maar een raadselachtige felle brand heeft het 22 verdiepingen tellende gebouw afgelopen maandag in zes uur zo zwaar beschadigd dat het waarschijnlijk van de grond af aan moet worden opgebouwd. En zoals zo vaak in Napels hangt ook rondom de uitgebrande kolos van glas en staal de geur van camorra. Voordat hij met zijn bezoeker kan praten moet Trapani nog van een jongen van een jaar of zestien weten waarom hij niet thuis was toen de politie om half elf 's avonds kwam controleren of hij zich aan het huisarrest hield. De jongen mompelt iets over het feest van een patroonheilige en dat je dan van niemand kan verwachten dat hij binnen blijft. Hij weet dat de rechter hem niet gelooft, maar als hij beterschap heeft beloofd en dat met zijn handtekening heeft bezegeld, mag hij weg.

Drugshandel 'Ik heb het de laatste jaren langzaam zien veranderen', zegt Trapani. 'De gewone jeugdcriminaliteit van tasjesdieven, zakkenrollers en winkeldieven is natuurlijk blijven bestaan, al is zij ten opzichte van tien, vijftien jaar geleden in verhouding tot andere steden gedaald. Maar er is iets bijgekomen. Sinds de camorra in de drugshandel zit, is zij steeds meer gebruik gaan maken van minderjarigen, omdat die minder strafbaar zijn. Dat fenomeen zal verder toenemen, want wat drugs betreft staan we in Napels nog maar aan het begin. Bovendien speelt de verandering van het strafrecht op een perverse manier de camorra in de kaart.' Vorige jaar is in Italie een nieuw strafrecht ingevoerd. Een vergrijp van een minderjarige wordt voortaan meer als een sociaal dan als een justitieel probleem behandeld. Dat betekent dat minderjarigen, behalve voor zware misdaden, zo snel mogelijk worden teruggestuurd naar hun ouders of worden verwezen naar een open opvangcentrum, hopend op de corrigerende werking daarvan op de jonge kinderziel.

En een bepaling die alle camorristi kennen is dat kinderen onder de veertien jaar niet strafbaar zijn. Daarom was Francesco na zijn arrestatie zo zelfverzekerd. De kleine criminelen van Napels mogen niet zo goed hebben geleerd en vaak al na een paar jaar van school zijn weggelopen, ze weten goed dat ze in vrijwel alle gevallen snel weer thuis zijn of op straat staan, via de open poorten van het opvangcentrum. 'De wetswijziging was hard nodig, maar de nieuwe regels voor minderjarigen passen niet in de Napolitaanse realiteit', zegt Trapani. 'Zij veronderstellen een veel grotere mate van sociale en culturele ontwikkeling. Opvangcentra? In heel de regio zijn er maar drie, en wie daar terechtkomt loopt meteen weer weg. En de corrigerende werking van het gezin? Wie gelooft daarin als vader aan lager wal is geraakt en moeder ook niet van de beste zeden is? Nee, voor het zuiden komt dat nieuwe strafrecht te vroeg.' Amato Lamberti is een Napolitaanse socioloog die al jaren studie maakt van de camorra en zich heeft verdiept in de veranderingen in de jeugdcriminaliteit. Het breekpunt is in zijn ogen de aardbeving geweest. Daarna stroomde er enorme sommen geld naar Napels en omgeving. De camorra heeft daarvan geprofiteerd en het geld gebruikt om in de drugshandel te gaan. 'Voor de aardbeving zat de camorra nog niet in de drugs', zegt Lamberti. 'Maar ze hebben de hele structuur die werd gebruikt voor de smokkel van sigaretten, omgebouwd voor de smokkel van drugs. De camorra is met dat geld een steeds groter terrein gaan bestrijken, en daardoor komt er steeds meer criminaliteit.' Hij wijst erop dat de camorra bijna nooit willekeurige kinderen recruteert om af en toe een pakje weg te brengen. 'Alles draait om de familie', zegt Lamberti. 'Vaak gaat het zo dat vader in de drugshandel zit, en dan gebruikt hij heel zijn familie om hem te helpen: zijn vrouw, zijn zoontje en zijn oude moeder.'

Afpersing

Lamberti staat op, loopt naar het raam van zijn kamer en wijst naar buiten. In het smalle steegje zit een oude man naast een santenkraam van spullen, zoals op zoveel plaatsen in Napels. 'Dergelijke kraampjes komen er steeds meer. De camorra beslaat een steeds groter terrein. Allereerst op de criminele markt van drugs en afpersing: er is bijna geen winkelier in het oude centrum van Napels die geen beschermingsgeld betaalt. Maar ook op de illegale markt. De fabricage van valse La Coste-shirtjes, van valse Timberland-schoenen, van witte cassettes wordt steeds belangrijker, net als de totonero (de illegale voetbaltoto): een paar jaar geleden waren er honderd posten waar je kon meedoen, nu duizend. Dat heeft veel extra werk gegeven waarin ook meer plaats is gekomen voor jongeren. De camorra heeft gewoon meer mensen nodig.' Door deze groeiende macht, zowel de fysieke controle in veel wijken en voorsteden van Napels als de mogelijkheid om meer mensen werk te bieden, groeien veel kinderen op in de realiteit van de camorra. Als drugskoerier vertrouwen mensen misschien alleen hun eigen kroost, de sloppenwijken van Napels vormen een kweekvijver voor kinderen die op andere manieren te gebruiken zijn, zoals voor het stelen van brommers. 'Er bestaat een duidelijke school van de camorra', zegt Luciano Sommella, voormalig directeur van de jeugdgevangenis Filangieri. 'De straat geeft de belangrijkste opvoeding, en daar groeien kinderen op in de mentaliteit van de camorra. Ze leren opportunistisch te handelen, ze leren te overleven, ze leren dat geld een belangrijke maatstaf is: daarmee ga je vooruit, daarmee kun je een Kawasaki kopen en met je meisje achterop door de stad rijden.'

De camorra heeft ook veel te bieden, meer dan alleen maar avontuur en spanning. Een duidelijk waardensysteem, belangrijk voor kinderen uit verscheurde gezinnen. Erkenning: op school krijg je alleen maar cijfers als je je best doet, van de camorra krijg je geld en dat betekent macht, en als je het goed blijft doen, maak je carriere. En zekerheid: wie iets overkomt, wordt geholpen. Werken voor de camorra is een vervangende vorm van sociale zekerheid, en wie in de gevangenis terechtkomt weet dat er voor zijn gezin of voor zijn ouders wordt gezorgd.

Vies en vol

Sommella heeft zijn ervaringen opgeschreven in een boek dat een van de finalisten voor de Premio Napoli is. Het is een weinig hoopgevend verhaal over bambini bruciati, stuk-gebrande kinderen. 'Maar ze zijn niet allemaal verloren', zegt Sommella. 'Velen van hen hebben een groot vermogen om te recupereren en willen dat ook. Maar de omgeving moet ook de mogelijkheid bieden. En de nieuwe strafwet helpt niet. Bovendien zien de kinderen vaak alleen maar ellende om zich heen. De gezinnen vallen uit elkaar, de school is zo vies en zo vol dat hij alleen maar afstoot. Waar moeten de kinderen van Sanita en Secondigliano en Forcella anders heen dan naar de straat?' Dit zijn drie beruchte wijken van Napels. Nauwe straten, vuilnis in grote hopen op de hoeken van de straat. Door de straten scheuren brommers, bestuurd door kinderen vanaf zo'n jaar of negen. Af en toe komt er een zware motor langs met iemand die je zelfs overdag liever niet tegenkomt. Op deze warme zomerdagen staan de ramen en deuren open en kun je heel het huis in een keer zien omdat alles in een kamer is: eettafel, tweepersoonsbed voor weet ik hoeveel mensen, keuken. Het was in Forcella dat ruim twee maanden geleden een baby van zestien maanden in koelen bloede werd doodgeschoten, samen met zijn vader, terwijl heel het gezin rondom de eettafel zat. Bij de begrafenismis, met de kleine kist bovenop de grote, weigerde padre Franco Rapullino de communie uit te reiken. 'Het monster is hier voor onze ogen en we hebben onszelf eraan gewend', zei hij in zijn preek. 'Het heeft bezit genomen van de wijk, maar ook van onze geest en belet ons te denken. Machteloos, verlamd door de angst en het egoisme zijn we niet meer in staat ons ervan te bevrijden. Fujtevenne, vlucht weg uit Napels.'