Monster Saddam Hussein wekt het Westen ruw

Iraks invasie in Koeweit van woensdagnacht was voor officieel Washington een totale verrassing. Amerikaanse regeringsfunctionarissen gaven dat daags daarop toe. De CIA en de ministeries van buitenlandse zaken en defensie waren ervan overtuigd geweest dat Saddam Hussein, de president van Irak, 'alleen maar' een leger van 100.000 man in de zinderende woestijn had samengetrokken om van Koeweit het een en ander af te persen: vele miljarden dollars, een rijk olieveld in het noorden van Koeweit en de twee strategisch zo belangrijke eilanden Warba en Bubiyan in de Golf.

In Washington maar ook in Londen, Parijs, Kairo, Tunis en Den Haag ging men er haast vanzelfsprekend van uit dat de Koeweitse emir, een militaire pygmee in vergelijking tot Saddam, zo 'verstandig' zou zijn vrijwillig afstand te doen van hetgeen Saddam Hussein begeerde. Saddam zelf had die verwachting ook gekoesterd. De door hem zo verachte 'bedoeienen' zouden uit angst voor hem, de grote geweldenaar, door de knieen gaan. Vandaar dat hij zo gemakkelijk vorige week president Mubarak van Egypte en April Glasby, de Amerikaanse ambassadrice in Bagdad, kon beloven dat hij geen geweld tegen Koeweit zou gebruiken. Glasby geloofde Saddam, stuurde zijn belofte naar Washington en vertrok uit Bagdad om van een welverdiende vakantie te genieten.

De algemene verwachting in het Westen was dat de Koeweiti's na wat ceremonieel gepruttel zouden capituleren. Saddam werd dan ook niet gevraagd wat zijn plannen waren als de Koeweiti's niet, zoals van hen verwacht werd, op de dreigementen van Bagdad zouden reageren. En dus bereidde niemand zich erop voor dat Saddam domweg Koeweit zou veroveren. Zijn troepen zijn intussen naar de Saoedische grens opgerukt en ze zijn tot ieders schrik veel groter in aantal dan nodig om alleen de Koeweitse olievelden in het zuiden te bezetten.

In de Arabische hoofdsteden was de algemene verwachting complexer. De Arabische media hadden in navolging van de Arabische diplomaten voortdurend de kracht en de vredelievendheid, alsmede de goede bedoelingen en de wijsheid van president Saddam Hussein onderstreept. Iedereen had de ogen proberen te sluiten voor de wel zeer grove bedreigingen die de Iraakse media in naam van Saddam aan het adres van de Koeweitse heersers hadden geuit. Klaarblijkelijk met groot succes. Want na de Iraakse inval liepen diezelfde Arabische diplomaten en journalisten perplex en handenwringend rond. Een Westerse journalist was getuige van de bliksemsnelle metamorfose. Hij beschreef hoe zijn gesprekspartners, die Saddam enkele dagen tevoren nog de hemel hadden ingeprezen, nu erom smeekten dat de Verenigde Naties, de Westeuropeanen en de vervloekte Amerikanen kortom de hele bliksemse buitenwereld een krachtige hand tegen Saddam zouden uitstrekken.

Geheugenverlies

Klaarblijkelijk waren zowel de westerlingen als de Arabieren in een aanval van collectief geheugenverlies de uitspraak vergeten die Saddam tijdens de Arabische topconferentie van Bagdad eind mei had gedaan, toen de verzamelde Broeder-Leiders over Syrie's overheersende rol in Libanon discussieerden. Als de groten in de Arabische wereld, zoals Syrie, hun kleine buurman ongestraft mochten opvreten, zou Irak met Koeweit hetzelfde kunnen doen, was toen het betoog geweest van een woedende Saddam, die in een concurrentiestrijd van leven en dood is verwikkeld met zijn Syrische collega Hafez al-Assad. De aanwezigen hadden het ten onrechte opgevat als een bittere, retorische grap. Vergeten was ook dat Irak al decennia lang zijn kleine nabuur niet werkelijk als een onafhankelijk Arabisch broederland beschouwt. Toen de Britten in 1961 Koeweit onafhankelijkheid verleenden, spotte de Iraakse heerser van die dagen, Abdel Karim Qassem, dat 'een groot olieveld tot staat was uitgeroepen'.

Vele Irakezen zijn het nog steeds gloeiend met hem eens. Pas woensdagmiddag berichtte de Amerikaanse geheime dienst dat Irak binnen enkele uren Koeweit zou binnenvallen. Een gewaarschuwde president Bush besloot niets te doen. Want het was te laat om in actie te komen. De Verenigde Staten hebben geen troepen ter plaatse en je valt niet ongestraft het sterkste leger van de Arabische wereld aan.

De politici, de zakenlieden en met hen vele journalisten in het Westen hebben de afgelopen jaren nog veel meer vergeten. Hoe Saddam zich met het pistool in de vuist letterlijk een weg naar de top had geschoten van eenvoudige boerenjongen tot almachtig leider van een van de sterkste en rijkste Arabische oliestaten. Hoe hij later met andere, nog veel dodelijker wapens, waaronder gif in allerlei snel en langzaam werkende soorten, zijn positie als alleenheerser had versterkt. Hoe hij reeds als student in Kairo verbaasd was geweest over de politieke discussies die zijn Egyptische medestudenten eindeloos met elkaar voerden. Herhaaldelijk zei hij bloedserieus niet te begrijpen waar ze het over hadden. 'Als je het niet met elkaar eens bent, schiet je toch?' Hoe hij als vice-president van Irak zijn titel meester in de rechten behaalde: hij kwam met vier zwaargewapende lijfwachten en met een pistool in de gordel naar het examen. De heren professoren waren dankbaar hem binnen enkele minuten met lof te laten slagen.

Meer dan twintig jaar lang heeft deze aldus geslaagde jurist, ondanks alle terreur die hij zaaide, zowel de Arabische als de communistische wereld en het Westen groot respect ingeboezemd. Want iedereen zag in hem een nuttig werktuig. Zijn onstuitbare ambities waren even zovele politieke mogelijkheden alsmede bronnen van inkomsten voor duizenden buitenstaanders die een goede afzet voor hun produkten wilden. Dat die produkten voor een belangrijk deel op (veroverings)oorlog waren toegespitst, was des te beter. Want toen de aanvankelijke successen van de Islamitische Revolutie van Khomeiny de niet-islamitische wereld in paniek brachten, werd Saddam het wapen bij uitstek van zowel het Westen als het Oosten om de invloed van Khomeiny en zijn volgelingen in te dammen. Daaraan werden alle andere overwegingen van moraal, verstand en politieke planning ondergeschikt gemaakt.

Haast ongemerkt deed in 1980 het Westen een beslissende keuze. In september van dat jaar overviel Saddam zijn buurland Iran in eenzelfde soort Blitzkrieg als woensdagnacht zijn buurland Koeweit. In die dagen was Saddam ervan overtuigd dat het in chaos verkerende Iran onder Khomeiny nauwelijks tegenstand zou kunnen bieden en dus een gemakkelijke prooi voor hem was.

Doel van de Iraakse veldtocht was om veel land te veroveren: de olievelden van de Iraanse provincie Khuzestan en de grensrivier Shatt el-Arab voorgoed onder Iraakse controle te krijgen. Over die grensrivier hadden Saddam en de sjah van Iran nog maar vijf jaar tevoren een plechtig akkoord getekend.

Soms herhaalt de geschiedenis zich op een vervelende manier. Want ook in 1980 was het Saddams bedoeling om in de te veroveren gebieden een door hem benoemde marionettenregering aan te stellen. Ook toen geloofde vrijwel geen van de deskundigen en politici kort voor de Iraakse invasie dat Saddam in het grensgebied met Iran een volwaardige oorlog zou beginnen, die daarvan was iedereen overtuigd voor de economie van beide landen verwoestend zou zijn. En ook toen handelde Saddam tegen de verwachtingen in.

Westerse steun

Khomeiny's oorlogsverklaring 'aan het Westen en aan het Oosten' die in de praktijk vooral het Westen gold had verstrekkende gevolgen. Het Westen koos automatisch partij voor Saddam in de strijd tussen diens radicale, Arabische-nationalistische ideaal en het pan-islamitische ideaal van Khomeiny. Men was zich ervan bewust dat Saddams panarabisme gevaarlijk was, maar men vond Khomeiny's pan-islamisme op korte termijn veel gevaarlijker. Daarom veroordeelde het Westen aanvankelijk Saddams agressie-oorlog op de meest halfhartige wijze. En naarmate hij in grotere problemen kwam, kreeg hij meer steun van het Westen ook op militair gebied. Nadat het Westen die besluiten eenmaal haast ongezien had genomen, deed het er niet toe dat Saddam tienduizenden van zijn shi'itische onderdanen domweg over de grens met Iran dumpte en hun leiders vermoordde. Het deed er ook niet toe dat hij tijdens de 'tankeroorlog' in de Golf burgerschepen van neutrale, derde landen liet bombarderen, waardoor honderden zeelui om het leven kwamen. Het deed er evenmin toe dat hij, in strijd met de ook door Irak getekende internationale verdragen, gifgassen tegen Iran gebruikte. En het deed er al helemaal niet toe dat hij als eerste leider van een land sinds Adolf Hitler, tijdens en ook na de oorlog zijn eigen onderdanen de Koerden bij duizenden vergaste.

Begin dit jaar bracht de gerespecteerde Amerikaanse organisatie Middle East Watch een 235 pagina's tellend rapport uit. Daarin werd het Irak van Saddam Hussein omschreven als een van de grootste schenders ter wereld van de mensenrechten. Het rapport legde ook uit waarom Saddam zo ongestoord zijn gang kon gaan. 'Olie-inkomsten hebben van Irak een begeerde markt gemaakt voor de geindustrialiseerde landen. Deze belangrijke economische factor, versterkt door steeds belangrijker wordende pro-Iraakse lobby's, heeft er in grote mate toe bijgedragen dat het Westen bij brute en wijd verspreide schendingen van de mensenrechten door Irak de andere kant opkijkt.'

Principes

In het Westen was men eraan gewend geraakt de andere kant op te kijken als Saddam links en rechts, in binnen- en buitenland moordde. Want hij zorgde er wel voor dat alleen bij uitzondering westerlingen door hem om het leven werden gebracht, of doodgemarteld. Zijn doelwitten bevonden zich over het algemeen in de regio, zodat men zich in het Westen over hun lijden en sterven niet al te veel zorgen behoefde te maken.

Die gewenning werd, ten behoeve van de goede betrekkingen, door de politici van beide zijden behendig vertaald. Begin april herhaalde Saddam tijdens een speech zijn eerdere bedreiging dat hij Israel zou vergassen en merkte tevens op: 'Een land wordt groot op basis van zijn ethisch gewicht, als het de rechten van volkeren en naties beschermt en als het de principes van internationaal recht verdedigt... ' Drie weken later verklaarde de Iraakse ambassadeur bij de Verenigde Naties dat dit vergassingsdreigement van Saddam in feite 'een vredesboodschap', want een waarschuwing aan het adres van Israel was geweest. Irak, zo zei hij, 'is het laatste land dat oorlog wil'.

Te zelfder tijd legde een Amerikaanse regeringsfunctionaris uit, vol zorg over de verslechterende betrekkingen tussen beide landen: 'Saddam Hussein is gematigder dan hij in het verleden geweest is. En er is een goede kans dat hij in de toekomst nog gematigder wordt.'

Eenzelfde boodschap had senator Dole, die voor president Bush netelige politieke kwesties aanpakt. Hij had in Bagdad Saddam Hussein bezocht en verklaarde na afloop van zijn gesprek met enig optimisme: 'Er is een kans dat wij die knaap kunnen omturnen.'

Nadat met het roemloos einde van de Golfoorlog ook aan de Islamitische Revolutie van Khomeiny een eind was gekomen, gingen de Westerse politici nog een tijd door op het vertrouwde pad. Nog steeds kon Saddam geen kwaad omdat de islamitische radicalen in Iran niet helemaal bedwongen waren. Tot een paar maanden geleden eindelijk de ogen open gingen: Iran, dat tot dusver zo gemakkelijk te haten was geweest, was nu te zeer verzwakt om nog langer Vijand Nummer Een te zijn. Irak daarentegen, met zijn onstuitbare drang naar massa-vernietigingswapens, werd met de dag gevaarlijker. Dat bleek echter een nieuwe reden te zijn voor de politici om maar vooral de relaties met Saddam zo goed mogelijk te houden. Pas nu het risico dreigt dat Saddam, op zoek naar steeds meer macht, de oliebronnen in de Golf en daarmee de economieen van de geindustrialiseerde wereld in zijn wurggreep neemt, schijnt de wereld opeens wakker te schrikken.

Sovjet-deskundigen geven dezer dagen openlijk toe: 'Wij hebben met onze wapenleveranties een monster gecreeerd.'

In de Verenigde Staten en in West-Europa beseffen nu ook eindelijk de politici dat dit monster mede door het Westen werd gevoed en grootgebracht.