Koude beeldscherm is te groot voor theatertalent

In de kleine theaters worden vaak talenten toegejuicht van wie buiten die kring nog nooit iemand heeft gehoord. VPRO-regisseur Frank Alsema ziet het reeds geruime tijd als zijn taak dat terrein in beeld te brengen. Vaak bleek de overgang van de samenzweerderige sfeer van een zaaltje naar het koude beeldscherm echter veel te groot te zijn. De programmaserie Fatzy en Co, waarin veel nieuw theatertalent debuteerde, werd halverwege beeindigd wegens gebrek aan succes. En ik ken niemand die zich gnuivend in de handen wreef als er weer een uitzending van de groep Alex d'Electrique werd aangekondigd. Ook bij de VARA, waar op cabaretgebied een soortgelijk beleid wordt gevoerd, is het nog maar zelden gelukt de bijval in de theatertjes te vertalen in aansprekende televisieprogramma's.

Deze maand doet Alsema op vier achtereenvolgende zondagavonden een nieuwe poging. De reeks opent morgen met een theater-optreden van de cabaretier Bert Visscher, tot ruim een half uur teruggebracht en sober geregistreerd met slechts twee camera's. Visscher is in het kleine cabaret-circuit een succesnummer. Hij beweegt zich in de traditie van komieken als Tommy Cooper en Johnny Kraaykamp, die een hilarisch effect konden bereiken met uitgesproken flauwekul. Elk attribuut kon aanleiding zijn voor hun aanstekelijke onzin. Visscher maakt een koddig bedoeld nummer als concertpianist, leest De prinses op de erwt voor met quasi-Deense tongval en stapt in een rieten rokje rond als rimboe-bewoner. Ik heb hem nooit in het theater gezien; het onzichtbare publiek dat de opname bijwoonde, vermaakte zich, zo te horen, kostelijk. Dat ik hem een volstrekt niet-leuke druktemaker vind, is derhalve uitsluitend gebaseerd op deze registratie. Hij zet zijn slapstick voortdurend veel te vet aan, doet alles twee tot drie keer en slaat zijn optreden daarmee volkomen plat. Zijn grote voorbeelden kenden de kracht van de beperking, hij niet.

De tweede aflevering gaat over Eric Winder, die onder het pseudoniem Sjoukje Dijkstra een hardhandige en eveneens hoogst succesvolle cabaret-solo speelt. Zijn programma is qua vormgeving een stuk interessanter. Alsema heeft hem gesitueerd in een strip-achtige poppenkast, waar de wereld eruit ziet als in de groteske, tot diepe decadentie vervallen stripverhalen van Eric Schreurs. Sjoukje Dijkstra is, met potsierlijke schoudervullingen en een zwemmuts op het grommende hoofd, de verteller die in rabiate vaart en met een hoge grapdichtheid een dag uit zijn leven de revue laat passeren. De conferencier poseert als een vrouwvijandige asociaal, die blindelings de paal in zijn broek achterna loopt. Grof in de bek en zichzelf overschreeuwend; het houdt maar niet op, het gaat maar door.

In de derde week zendt de VPRO een performance uit van Karina Holla en Ingrid Kuypers, de reeks wordt afgesloten met de Vlaamse verteller Walter Joris die blijkens de aankondiging in het Kamagurka-genre kan worden ingedeeld. Misschien kunnen die laatste twee afleveringen nog goedmaken wat me in de eerste twee tegenstaat. Bert Visscher, zondagavond, Ned. 2, 22.14 - 22.51 uur.