Komaan Eend, nu non-stop naar Parijs!

PARIJS, 4 aug. Voor wijn zijn de tien kilometer tussen Fleurie en Saint-Amour het beste deel van de Beaujolais en voor een Eendenliefhebber is dit gebied ook niet slecht. In vele boerenschuren zie ik de 2CV staan. Mevrouw Simone Clement rijdt in een stokoude Eend, uit 1962, het model waarvan de voorportieren de verkeerde kant, tegen de wind in, openslaan, er zijn geen kleine zijraampjes en het stuurwiel heeft nog twee spaken. Aan het eind van een zandweggetje in Poncie, vlakbij Fleurie, bezit ze een eenzame boerderij en werkt met de Eend in haar wijngaard. Domaine Lamartine (St-Amour), Domaine Champagnon (Chenas), de Cooperatie van Fleurie, ze houden de Eend nog in ere. Vooral voor het vervoer van garen, band en knipschaar naar de percelen van de fruitige gamay-druif. Hun aantal neemt gestaag af, door de rijkdom van de laatste twintig jaar zijn de wijnpatroons in grote CX'en gekropen. Weinig wijnen zijn zo populair geworden als de Beaujolais. Niet alleen in Nederland, maar zelfs in Parijs heeft het reclame-vernuft de jaarlijks terugkerende Beaujolais Nouveau van een inferieur soort limonadesap tot een gewilde godendrank weten te verheffen. Een enkele keer kom ik nog een Fransman tegen die denkt dat Holland naast Denemarken ligt, maar in de Beaujolais spreken de wijnexporteurs zelfs de naam Bodegraven accentloos uit.

Op het plein van Fleurie eet ik snel een 'sandwich' (Frans voor stuk stokbrood met beleg). Niet meer dan 15 minuten heeft mijn rode 2CV in de verzengende hitte gestaan, maar hij vertikt het om te starten. Het contact heb ik amper uitgedraaid, maar 15 minuten, dat is toch niks. De startmotor geeft normaal geluid af, maar de echte motor pakt niet. Dat kan ik net nu niet hebben, ik wil naar Jacquet in St-Etienne-des-Oullieres, onder Brouilly, die, naar Georges Larochette van de Cave Cooperative zegt, op slimme wijze 2CV-motoren in tractoren monteert. 't Zal wel een marginaal bedrijf wezen, denk ik, in mijn ballorigheid. Vijfentwintig jaar geleden zou ik mijn bougiesleutel, mijn voelertjes en schuurpapier gepakt hebben en de bougies gesteld en schoongemaakt. Onzin, natuurlijk. De reflex van een onbenul, de 2CV heeft net zijn 2.500 km.-beurt gekregen. Ik val terug op een andere nuttige gewoonte uit het oer-2CV-tijdperk, ik ga naast de onwillige auto lopen en duw hem naar een helling. Bij een beetje vaart spring ik erin, heuvel af, ik passeer de Citroen-garage van mevrouw Renon, maar in plaats van dat ik stop en de deskundigen raadpleeg, duw ik het pookje, vol geloof in de doe-het-zelf-gevoeligheid van de Eend, in stand 2. Niente. Alsof de motor in een modderbad ronddraait. Vloeken. Nog een keer. Weer niks. Mijn humeur stijgert tegen de hittegolf in. Op het laagste punt besluit ik de Eend te verlaten en terug te lopen naar mevrouw Renon. Omhoog. Temperatuur: 37 graden Celsius.

Geen Franse automobilist die er over piekert een lifter mee te nemen, een soort die trouwens net als de 2CV aan het uitsterven is. Boven bij Renon probeer ik voorkomend te blijven en maak grappen over de 2.500 km. die al achter me liggen en de verzengende Portugese hitte, waar Eend zich toch ook kiplekker in voelde. Een garageknecht met een Citroen GS zal me wel helpen. Beneden gekomen draait hij het sleuteltje om en waarachtig het wonder op wielen start alsof er niets aan de hand is. Bobine, oververhitting, teveel verdamping legt de knecht uit. Een kleine duizeling van de warmte, vertaal ik zijn woorden, maar mij is de les duidelijk: de Lelijke Eend is een auto met geduld, maar ook voor mensen met geduld.

Op naar Jacquet. Slimmerikken. Ze bouwen al twintig jaar speciale tractoren, als een soort mug, op hoge poten voor de wijngaard. Het geval schuift over de ranken, poten ernaast, en knippen, sproeien en spuiten maar. Ook Jacquet gooit de Eend eruit de vooruitgang en dus ook de wijnboer wil meer power, dus verder dan de buurman zijn anti-luisspul spuiten. Fiat- en Peugeotmotoren lossen de 2CV af. Vorig jaar werden de laatste Eendemotor en Eendeversnellingsbak in zo'n (kleine) tractor geplaatst. Groter, krachtiger en sneller. Ik wil nog een keer terug naar de autoroute. Voor mijn vertrek vertelde Charles Dargent (nomen est omen) van de tolwegen Parijs- en Nancy-Lyon dat hij bij Beaune zo'n mooie archeodrome voor de afgejakkerde automobilisten heeft aangelegd. Belangrijk voor Nederlanders. Hij gaf verbazende cijfers, van het totale autoverkeer tussen Nancy en Lyon is gemiddeld 50 procent buitenlands. 's Zomers loopt dat op tot 80 procent. En meer dan de helft is Nederlander. Dus reken maar uit: elf van de twintig auto's die in juli langs Beaune rijden hebben een Nederlands nummerbord.

Inderdaad, bijzonder, zo'n archeodrome vol hutten en tumuli uit de neolithische tijd, toen Frankrijk nog gallischer dan frankisch was. Vercingetorix verliest de slag van Alesia. De archeodrome is een handige trekpleister om de automobilist te verleiden de benen te strekken, maar de opzet doet me toch erg denken aan Singapore, dat steeds meer grond verslindt voor zijn nieuwbouw en wegen. Een fietspad van 15 kilometer hebben de stadsplanners van S. aangelegd voor de sportieve ontspanning en langs dit ene trimpad hebben ze een bananeboom geplant, zodat de fietsende vaders aan hun kinders kunnen demonstreren hoe de banaan groeit. Wie zijn verleden vergeet is het heden niet waard. Voor het strekken van de benen zou ik de jakkeraars van de snelweg liever aanraden even de Beaujolaisstreek te bezoeken. Een fles wijn heb je al gauw voor 30 franc. Veel eigentijdser, mooier en je hoort dat afschuwelijke doordringende lawaai van een autosnelweg niet meer. Na Beaune daal ik weer af naar Cluny, ik geef nog een lift aan een oude baas uit St-Dizier, die vergeten is de tank van zijn diesel-Mercedes bij te vullen. Ik peper hem in dat hij blij mag zijn dat er een buitenlander langs tuft. Op zoek naar een hotel stuif ik langs de zuidoever van de Loire over de D15. Het is hier zo stil, dat zelfs een hotelier, die je normaal gesproken in Frankrijk niet hoeft te zoeken, geen perspectieven zag. Nevers heeft een oud gerestaureerd centrum, dankzij burgemeester-minister Beregovoy, maar de sfeerloze hotels zijn verbannen naar de rand van de stad. Het is nog maar 235 km. naar Parijs. Komaan, waarom ook niet? Non-stop. De Eend ronkt er tevreden oplos. Hij heeft er 3.000 km. op zitten en zijn klokje kan nog makkelijk een of twee keer rond. Ik ben erg op hem gesteld geraakt, op zijn bolle ogen en het aangename gevoel van ontspanning, dat hij me de afgelopen elf dagen gegeven heeft. Maar scheiden moet, ook in dit geval. Dus: Aang. Rode Lel. E., Ltst. ex., Bolle O., Alles dropdran, 3.000 km. Wie hem k. wil mag schr. naar de red. eco. v. deze kr. t.

a. v. mevr. Siahaya. Dit is de achtste en laatste aflevering over de teloorgang van de Lelijke Eend. De vorige verschenen op 26, 27, 28 en 31 juli en op 1, 2 en 3 augustus.