Koeweiti's scanderen leuzen tegen invasie Irak

DEN HAAG, 4 aug. Het meisje uit Koeweit had haar moeder donderdagochtend vroeg horen telefoneren, na het nieuws van de Iraakse inval in haar land. Daarna hadden ze samen televisie gekeken, naar CNN en de BBC. 'Het ergste is dat we niet terug kunnen. Bellen kan ook al niet meer', zegt de 19-jarige Reem. Zenuwachtig vouwt ze een poster recht met de afbeelding van sjeik Jaber al-Ahmed al-Sabah, voor haar en de andere demonstranten kortweg 'Jaber'. Op het bordes voor de ambassade van hun land aan de Haagse Carnegielaan hebben zich ongeveer zeventig Koeweitse betogers in slagorde opgesteld voor een protestmars naar de Iraakse ambassade. De meesten zijn vakantiegangers die logeren in hotel Atlantic te Kijkduin. Maar er zijn ook jongeren die in Nederland studeren en werknemers van de brandstof-multinational Q8. Vrouwen, een aantal in traditionele kledij, snikken terwijl ze zich opmaken voor de optocht. 'Het is schandelijk. Irak is dertig keer zo groot als Koeweit.' Gaandeweg overstemt het gescandeer van Arabische teksten het geluid van piepende sportschoenen op de tennisbaan van de Amerikaanse ambassade aan de overkant. Een man van de diplomatieke missie van Koeweit wijst er tweemaal op dat de demonstratie een spontaan initiatief is van de toeristen en dat de ambassade er formeel niets mee te maken heeft.

De ambassades van Koeweit en Irak liggen hemelsbreed honderdvijftig meter van elkaar. In het buurtje achter het Vredespaleis bevindt zich nog een tiental diplomatieke missies, waaronder die van India, Indonesie, Finland, de residentie van de Franse ambassadeur en Japan. In de statige panden schuiven mensen voorzichtig de gordijnen opzij.

Bij de Iraakse ambassade is het doodstil. In de tuin houden camera's de ontwikkelingen op straat in de gaten. Steelse blikken tussen de luxaflex. 'We urge all peace loving countries to support Kuwait', schreeuwt een spandoek. 'Long life to H. H. Sheikh Jaber, ' luidt een ander. Een begrafenisstoet snijdt door het oorverdovende gekrijs van Arabische teksten, die langzaam over gaan in 'I love Jaber' en 'I love Kuwait.' Het duurt een kwartiertje. Daarna keert de stoet terug naar het vertrekpunt. De ambassade van Koeweit heeft er niets mee te maken, maar waar komen die spandoeken en levensgrote portretten van de emir dan vandaan? Een vrouwelijke medewerkster van de ambassade giechelt een beetje: 'Die zijn van ons. We houden wel erg van Jaber, maar u denkt toch niet dat Koeweiti's met posters van hem op vakantie gaan?'