Iraakse inval Koeweit behulpzaam voor VN

GENEVE, 4 aug. Iraks invasie van Koeweit kan, paradoxaal genoeg, de doelmatigheid van twee organen van de Verenigde Naties helpen vergroten. VN-diplomaten duiden op de ontwapeningsconferentie (CD), en de commissie mensenrechten (CHR) twee fora waarin Iraks invasie tot krachtdadiger handelen zou kunnen leiden, als testcase voor doeltreffender optreden.

Vooral in de CD stelt Iraks krachtspatserij de effectiviteit van VN-overleg op de proef. Onderhandelingen over een verbod op gebruik, produktie en opslag van chemische wapens slepen zich al jaren moeizaam voort zonder zicht op een overeenkomst op korte termijn. Irak heeft herhaaldelijk gifgassen ingezet tegen de eigen Koerdische bevolking en tegen Iran. De mogelijkheid dat Iraks president Saddam Hussein opnieuw strijdgassen gebruikt in geval van verdere escalatie van het conflict in de Golf noopt tot grotere haast bij het overleg dat tot een conventie over chemische wapens moet leiden.

Carl-Magnus Hyltenius, de Zweedse voorzitter van een speciaal comite dat in de CD werkt aan een ontwerp-verdrag, is zich hiervan ten volle bewust. 'Het grootschalig geweldsvertoon door een land dat in staat is gebleken chemische wapens te gebruiken, onderstreept meer dan ooit de noodzaak van een snel akkoord', zegt hij.

Vele van Iraks Arabische bondgenoten, die voorheen overtuigd waren van de waarde van chemische wapens als goedkoop en gemakkelijk te ontwikkelen afschrikkingsmiddel tegen vermeende nucleaire capaciteiten van Israel, zijn de ogen geopend, aldus Westerse VN-onderhandelaars.

De komende vier weken buigt een deelorgaan van de CHR, de sub-commissie ter preventie van discriminatie en bescherming van minderheden, zich in Geneve over schendingen van de rechten van de mens. Deze sub-commissie, bestaand uit 26 'onafhankelijk geachte' deskundigen (onder wie de Nederlandse hoogleraar prof. Theo van Boven), die allen op persoonlijke titel de commissie adviseren, fungeert als doorgeefluik voor verdere actie in de CHR. Tot vier keer toe hebben Westerse experts geprobeerd Irak aan de schandpaal te nagelen. Vermelding van Irak in rapporten van vier VN-rapporteurs (aangaande standrechtelijke executies, folteringen, verdwijningen en religieuze onverdraagzaamheid) gaven daar volop aanleiding toe. Tot vier keer toe blokkeerden niet-gebonden landen, waaronder vooral de Latijns-Amerikaanse lidstaten, elke actie tegen Irak.

Volgens VN-diplomaten ziet het integere deel van de sub-commissie nu de kans schoon om na jaren van onmacht het tij te keren. De reputatie van dit VN-orgaan was mede bezoedeld door de smetten die vier subcommissieleden erop wierpen door zich te laten verleiden tot een geheel verzorgd bezoek aan Bagdad, met eerste-klas vliegreis. Een unanieme veroordeling van Irak, hoe weinig effectvol ook na de resolutie in de Veiligheidsraad van donderdag, zou tenminste de beschadigde geloofwaardigheid van VN-bemoeienis met mensenrechten opvijzelen.