Indianenrechten

Een onafhankelijk Quebec zou wel eens slechts de helft van de afmetingen van de huidige provincie kunnen uitmaken. Rechtsgeleerden vragen zich af of de staat Quebec aanspraak kan maken op het noordelijke deel van de huidige provincie waar de waterkrachtcentrales staan en verder worden ontwikkeld.

Volgens prof. Stephen Scott, hoogleraar staatsrecht aan de Mc Gill Universiteit en advocaat voor constitutionele zaken, heeft Quebec haar enorme omvang aan de federatie Canada te danken. Scott: ' De helft van de provincie werd in 1898 en in 1912 aan Quebec toegevoegd als onderdeel van de toetreding. Als Quebec wil afscheiden heeft de Canadese regering het volste recht om te antwoorden met 'Waarom vertrek je niet zoals je kwam?'.' Een halvering van Quebec is prohibitief, want de voornaamste hulpbronnen bevinden zich in het noorden. Premier Bourassa van Quebec wil daar de waterkrachtcentrales uitbreiden en de energie verkopen aan de omliggende provincies. Het is de economische basis voor een staatkundige afscheiding.

Ook de aanspraken van de ongeveer 50.000 Quebecse indianen op grote stukken, vooral in het noorden, zijn een wapen in de hand van de federale regering. De Quebecse provincieregering is slordig omgesprongen met de rechten van de indianen. Voor de eerste waterkrachtcentrale moesten grote stukken land van de Cree worden onteigend. Ze staan nu onder water. De Cree-leiders zeggen dat de regering van Quebec haar deel van de onteigeningsovereenkomst niet heeft nageleefd en verzetten zich tegen uitbreiding van de waterkrachtcentrale. ' De positie van de inheemsen is dat de provincie tot de inheemsen behoort', aldus Billy Diamond van de Cree-indianen. ' Quebec kan niet op zijn eentje weggaan en afscheiden.' Vandaar dat de gewapende patstelling in Oka en bij de toegangsweg voor Montreal veel sympathie krijgt van andere indianenstammen dan de Mohawks, ook al zijn er misschien criminele elementen betrokken bij de blokkade. Tevens maken de aanspraken over heel Canada de federatie nog zwakker dan ze al is.

Over het algemeen hebben de indianen in Canada minder land gekregen dan in de Verenigde Staten. Voormalig premier Trudeau erkende de rechten van de inheemsen niet. ' De verdragen zijn niet eeuwig. De indianen moeten Canadezen worden zoals alle andere Canadezen', zei hij in Vancouver. Later kwam hij enigszins daarop terug.

In de Verenigde Staten zijn na de oorlog de meeste aanspraken van indianen al geregeld door een speciaal Indian Claims Court. Veel indianen zijn afgescheept met geld waar ze uiteindelijk veel minder aan hadden dan aan het land wat hun middel van bestaan was. Hun wijze van samenleving is vaak vernietigd. Werk vinden de meeste indianen alleen buiten het reservaat, veelal in de bouw en staalconstructie in New York. Deze indianen hebben geen last van hoogtevrees en kuieren over smalle balkjes op honderd meter hoogte. De volgens de Canadese en Amerikaanse regeringen illegale sigarettenverkoop en de bingo zijn de enige plaatselijke middelen van bestaan in het Akwasasne-reservaat dat zich over Quebec, Ontario en New York uitstrekt. De Amerikaanse regering is hier en daar wel iets guller geweest met land dan de Canadese buur. In het algemeen worden beide regeringen gezien als verdragsschenders.

In Canada werd voor de reservaten een democratische structuur van 'band councils' opgezet. Sommige indianen erkennen de autoriteit van deze councils niet en blijven bij de traditionele bestuurswijze door opperhoofden die door de zogenoemde 'Klanmoeders' worden aangewezen. De opperhoofden moeten streven naar consensus. De traditionelen belijden ook nog de 'Longhouse' godsdienst, genoemd naar het langwerpige huis waar de diensten in worden gehouden. De militanten behoren tot de Longhouse-aanhangers en zien de band-councils niet als legitiem. Zo is er op veel reservaten verdeeldheid ontstaan.

De aanspraken van de inheemse bevolking op land hebben meer legitimiteit gekregen door recente rechtspraak van het Opperste Gerechtshof van Canada. Deze erkende de rechten op zalmvisserij van inheemsen in British Columbia. Het Hof erkende ook dat documenten van de Britse Kroon zo bindend zijn als verdragen tussen partijen. Het sterkt indianen om meer gedingen aan te spannen tegen de overheid. Als het op geldelijke vergoedingen uitdraait, zou het wel eens onoverkomelijk duur kunnen worden voor de Canadese regering die met geweldige begrotingstekorten zit. Dan zou de regering de wetten ongunstiger kunnen maken voor de aanspraken van de indianen. De erkenning van exclusieve vis- en jachtrechten voor de indianen heeft minder zware financiele gevolgen.

De indianen voelden zich verraden door het Meech Lake akkoord, een grondwettelijke afspraak in 1987 tussen premiers van provincies. De premiers van de westelijke provincies wilden een dergelijk akkoord alleen ondertekenen als de rechten van de inheemsen daar niet verder werden erkend. Zij hoopten dat de aanspraken van de inheemsen langzaam wegslijten. Een expliciete grondwettelijke bevestiging zou dit slijtageproces stopzetten zodat de ontwikkeling van hulpbronnen en infrastructuur in gevaar komt. De inheemsen waren vooral ontstemd omdat Quebec wel erkend werd als een 'aparte samenleving' en de zogenoemde indiaanse naties niet. Elijah Harper, een Cri opperhoofd uit Manitoba en afgevaardigde in het parlement van Manitoba besloot daarom om de ratificatie door zijn provincie te blokkeren. Hij bleef voortdurend aan het woord. Sindsdien is deze oude en wijze man een nationale held geworden. Hij wijst geweld principieel af.

Voor de Quebecse premier Bourassa en voor de Canadese premier Mulroney is de mislukking van Meech Lake rampzalig omdat zij hun politieke lot daaraan hadden verbonden. Sinds de mislukking van Meech Lake is Mulroney's populariteit diep gezakt. Van de drie partijleiders staat hij het laagst in de opiniepeilingen. Toch is het volgens Stephen Scott minder belangrijk voor de overleving van de federatie als deze twee wel doen voorkomen. Ook voor de meeste Quebeckers is het onduidelijk wat de onafhankelijkheid precies inhoudt. Tot nu toe is de roep vooral emotioneel. De Quebeckers blijven wel prijs stellen op sterke economische banden met Canada. Als de indianen uiteindelijk al hun aanspraken op Noord-Quebec verliezen en er meer terreinen van hen worden geinundeerd, is er altijd nog het wapen van terrorisme. De 72-jarige Louis Hall, een verzetssymbool voor de Mohawks, heeft al gezegd dat het weinig inspanning kost om de hoogspanningskabels vanaf de waterkrachtcentrales door te snijden, zodat Quebec geen stroom meer heeft. En met enkele honderden zwaar bewapende Mohawkkrijgers is niets meer ondenkbaar.