Hollands dagboek

Ronald de Leeuw (41) is directeur van het Van Goghmuseum. Hij organiseerde de grote Van Gogh-tentoonstelling in Amsterdam en werkt aan een selectie van de brieven van Van Gogh. Sinds 1 april is De Leeuw ook directeur van het Rijksmuseum H. W. Mesdag in Den Haag. Hij woont in Amsterdam met zijn vriend Gerlof Janzen, die psychiater is en werkzaam aan de Medische faculteit van de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

Woensdag 25 juli

De laatste dagen van de Van Gogh-tentoonstelling. De spanning in het museum neemt duidelijk toe. Alle goedbedoelende buitenstaanders feliciteren ons en denken dat we met vakantie gaan. Niemand beseft dat na de sluiting nog een hectische maand volgt. Eerst alle bruiklenen reisklaar maken, in drie dagen het museum opnieuw inrichten met de vaste collectie en dan halverwege de maand de expositie van Briefschetsen van Van Gogh in het prentenkabinet en de grote Bernard retrospectieve. Bovendien premiere van Van Gogh en de Moderne Kunst in het Museum Folkwang in Essen, die in november naar Amsterdam komt. Omdat er zoveel tegelijk speelt en bij onze kleine staf iedereen met alles te maken heeft, zien vrijwel allen als een berg tegen de komende week op. Bij sommigen is de rek er wat uit en vloeien de tranen rijkelijk. Er is een strak draaiboek gemaakt door organisatrice Aly Noordermeer en hoofd interne dienst Henk Douna, rotsen in de branding in deze tijden. Doordat er geen kaartje meer te krijgen is, zwelt het koor van smekelingen aan de deur gestaag, waardoor voor de suppoosten op die post de psychologische druk zeer toeneemt.

De ochtend begonnen met een gesprek met Til Cramer-van Gogh over de museumwinkel, waardoor geen tijd Wim Beeren te begroeten die voor openingstijd nog even rustig naar de schilderijen is komen kijken. Om 10.00 uur discussie met de wetenschappelijke staf over de rol van hedendaagse kunst in ons tentoonstellingsprogramma. Er blijkt een duidelijke behoefte om tussen de negentiende-eeuwse kunst en het heden historische lijnen te trekken. Tegen de middag met adjunct-directeur Ton Boxma per trein naar Den Haag voor een sessie in het kader van het project Maximale Zelfstandigheid van Rijksmusea, vnl. over gebouwenkwesties. Aansluitend een lang gesprek met mijn baas op WVC, Jan Jessurun, die een deel van de week resideert in een koloniaal empire ingerichte kamer aan het Lange Voorhout. Gesproken over het zgn. Deltaplan, dat soelaas moet gaan bieden bij het terugdringen van de enorme conserveringsachterstand waarmee vrijwel alle musea kampen. In ons geval is vooral de restauratie van de schilderijen van het Mesdag-museum acuut. Op dit moment zijn we met een groep restauratoren hard bezig de verzameling op conditie door te lichten.

Tegen zeven uur weer terug in Amsterdam, waar net aangetreden Stefan van Raay aanstalten maakt om enkele leden van de koninklijke familie te ontvangen. Op mijn bureau afspraken voor vier interviews en de dagelijkse lijst 'bijzondere gasten', the last of the VIP's. Het zijn er de afgelopen maanden vele honderden geweest, maar geen die zo'n bijzondere indruk achterliet als Audrey Hepburn, hoewel voorlichtster Rianne Norbart het op de Rolling Stones houdt.'s Avonds ontspannen bij elegische muziekjes van Finzi. Ik breng de concentratie niet op verder te werken aan mijn boek over de brieven van Van Gogh. Gerlof zit achter zijn PC het reisverslag van een Engelse Grandtourist uit de 18de eeuw te vertalen. Daar zal hij straks door zijn nieuwe baan van onderwijsdekaan van de Medische Faculteit in Rotterdam nauwelijks meer aan toe komen.

Donderdag

Matineuze sessie met de hovenier, die de leilinden in de tuin gaat spalken. Die arme takken horen streng behandeld te worden, maar ik verzet me ertegen dat het precies volgens de regels gebeurt. Ik vind die al te stramme linden altijd zo treurig steriel. Besef deze zomer veel te weinig van de tuin genoten te hebben. Juist nu die, drie jaar na de aanleg, echt uitbundig begint te worden.

Op het museum koffie met Ton in de kantine, waar al de eerste koerier te begroeten valt, de restaurator die het terugtransport van het unieke 'Nachtcafe' naar Yale begeleidt. Daarna met Rianne en directiesecretaris Rik Scholte bedacht welke vragen ons allemaal in interviews gesteld kunnen worden. Hele rissen cijfers en percentages over kaartverkoop, catalogi en de landen van herkomst van de bezoekers. Na afloop het wrange besef dat ons waarschijnlijk door niemand een vraag over 'kunst' zal worden gesteld. De komende dragen regeert de nieuwspagina, niet het cultureel supplement. De NRC-fotograaf die om half elf mijn foto voor dit dagboek neemt, schiet en passant nog even een plaatje van premier Lubbers naast een Japanse bezoekster in kimono.

Een uur later sta ik weer op dezelfde locatie met een televisieploeg van NOS Laat. De geluidsman klimt onder enige hilariteit op een stoel om de microfoon boven mijn hoofd te kunnen houden, maar de cameraman houdt geen rekening met mijn 2,02 meter zodat ik wel weer met volle lippen en veel kin van onderuit geschoten op de buis zal verschijnen. Behalve over de tentoonstelling ook vragen over de laatste uren van Museum Overholland. Men deed verwoede pogingen me uit te horen over de persoon van directeur Braun, wiens kwaliteit het juist is dat hij via zijn daden van zich deed spreken en niet door zijn persoonlijkheid te etaleren.

Getelefoneerd met collega Rudi Oxenaar over het verloop van de laatste dagen in het Kroller-Muller en met Schelto Patijn, voorlichter van de Stichting Van Gogh 1990. Iedereen tevreden maar opgelucht dat het einde nadert.'s Middags met Stefan het tentoonstellingsprogramma voor de komende jaren globaal besproken. Er zijn zoveel inspirerende alternatieven dat je aarzelt je te snel vast te leggen. Toch moet er op korte termijn beslist worden wil er b.v. in de zomer van 1992 een doorwrochte presentatie in het museum staan. Aan de overkant van de gang gonst het van de inrichtingsbesprekingen voor de komende Emile Bernard-tentoonstelling. En dan iedereen maar praten over 'dat grote gat' waarin het museum zou dreigen te vallen!De tentoonstellingsbespreking wordt twee keer onderbroken, de eerste keer voor een paar woorden met een van de fundraisers voor onze nieuwe museumvleugel, daarna voor de New Yorkse verzamelaar Wynn Kramarsky (de Kramarsky Trust veilde onlangs Van Goghs portret van Dr. Gachet). Wynn is een oude vriend van het museum en woonde voor de oorlog in Amsterdam. Aan het eind van de middag geprobeerd wat troostrijke woorden te spreken op het secretariaat, waar de telefoon roodgloeiend staat en de computer de brieven niet wil uitspuwen.

Voor het scheiden van de markt de Engelse ex-premier Edward Heath nog naar de expositie geleid en mezelf vervolgens een taxi naar huis gegund. Daar meteen mijn moeder gebeld die ik nogal verwaarloosd heb om haar te vertellen wanneer ze in elk geval via de tv weer kan controleren of ik er niet al te slecht aan toe ben.

Weer met Gerlof in de tuin kunnen eten. De geneugten van een grachtentuin zijn onbeschrijfelijk, onze blauwe regen in het prieel begint nota bene aan een tweede bloei.

Vrijdag

Vooral voor de Fransen bleek de tentoonstelling 'un must'. 's Middags landde de Franse minster van Buitenlandse zaken Dumas voor een bliksembezoek. Hij voltooide de rondgang in minder dan drie kwartier, leende mijn kamer voor een telefonade met zijn minister-president, schrapte daarna Otterlo van zijn programma en ijlde terug naar Parijs.

Aan het eind van de middag een borrel gedronken met de mensen van het Rotterdamse kantoor dat de kaartverkoop heeft gecoordineerd. Iedereen wilde na vier maanden telefonisch contact wel eens de bijbehorende gezichten zien. Het was bloedheet. Frits Becht had met drie medewerksters het terras van het Village opgezocht.

Zaterdag

Moest vandaag noodgedwongen ontbreken in Veere, waar Victorine Hefting, oud-directrice van het Haags Gemeentemuseum en sinds we samenwerkten aan de Jongkind-tentoonstelling in 1984 een grote vriendin, haar 85ste verjaardag vierde. Gerlof stuurde gisteren een telegram waarin we beterschap beloven voor haar 90ste en 100ste.

Iets voor negen uur in het museum, waar alweer tal van vrienden rondliepen. Na een interview voor het NOS-journaal, aardig opgenomen met een doorkijkje op het gerenoveerde atrium, met de schilders John en Aat Torenbeek en hun kinderen koffie met taart op het terras van het museum. Op de terugweg naar huis overal op straat omringd door de blauw-met-gele draagtassen van het museum. Bij Baisa op het Spui een paar CD's gekocht voor rustiger tijden, o.a. Wolf Ferrari's 'Il Segreto di Susanna' met Renata Scotto als de stiekeme rookster. Thuis verrast door prachtige boeketten van attente vrienden.'s Avonds serveerde Gerlof buiten een verraderlijk alcoholisch zomerbrouwsel en een risotto pescatore voor onze vrienden de Torenbeeken, Jan Willem Aschenbrenner en Fred Bastet. Iedereen was geweldig op dreef. Na alle shoptalk nu vooral veel 'comic relief'. Door een verfrissend onweer uit de tuin verdreven, raakten we aan het eind van de avond in heftige discussie met Fred over de merites van Strauss' Frau ohne Schatten versus Mozarts Zauberflote. Voor Fred was het woord 'merite' al te veel lof voor Hoffmansthal's tekst.

Zondag

Van Gogh precies honderd jaar geleden overleden en de laatste dag van de tentoonstelling. Om drie uur op het museum waar een merkwaardige sfeer hing. Weer een tv-opname, waarbij ik nu assertief ook de cameraman op de stoel zette. Verdere interviews voor radio en dagbladen. Ook Patijn kwam nog even langs. Vervolgens een uur geijsbeerd door het museum om de laatste stuiptrekkingen van de tentoonstelling goed in me op te nemen. Tegen 5 uur ging een gejuich op in de winkel waar de laatste klant werd uitgezwaaid. Cor Krelekamp, onze financiele man, redde nog een aantal buitenlanders uit de handen van een zwarthandelaar door ze voor niets binnen te laten.

Even was het doodstil, maar om zeven uur was iedereen terug voor het afscheidsfeestje. Hield een korte toespraak om iedereen te danken, in het bijzonder ook de tijdelijk medewerkers. Hoewel er geen beginnen aan was ze allemaal te leren kennen, leek het me een hecht team en je zag dat veel mensen er nu moeite mee hadden dat het over was, ondanks alle vermoeidheid. De studenten die hier werkten waren uitgelaten, maar bij de bewakers keken er heel enkelen ook wat sip. Van de 150 tijdelijke krachten houdt het merendeel er van de ene op de andere dag mee op. Een enkeling heeft bij ons een blijvende baan kunnen krijgen.

Hoewel zwaar aan mijn bed toe, werd ik om tien uur 's avonds opgehaald en naar de studio in Bussum gereden voor het programma 'Met het oog op morgen'. Daar zat ook Jan Cremer met een Hongaarse zigeunerzangeres, niet voor Van Gogh, maar 't deed me wel denken aan de tv-uitzending, meteen na de opening, in het 'Kapitool' waar ik met Jan Wolkers discussieerde. Toch een prachtig beeld: de Van Gogh-expositie mediamiek ingelijst door Wolkers en Cremer, twee Hollandse kunstenaars die ook schrijver zijn, net als Van Gogh. Interviewer Henk van Hoorn stelde de bekende vragen, maar hij gaf ze een aardige draai waardoor ik mezelf eindelijk eens dingen hoorde zeggen waar ik zin in had. De mensen in de studio hebben, in een vrij troosteloze ambiance, veel gein met elkaar.

De terugrit door het duistere Gooi naar Amsterdam deed me denken aan een merkwaardige rit, ruim vijf jaar geleden, toen ik door het toenmalige opperhoofd der rijksmusea voor het Van Goghmuseum gepolst werd. Ik had in Enschede een Redon-tentoonstelling geopend en tijdens de lange terugrit uit Twente naar het Westen kreeg ik voor het eerst te horen dat ook het organiseren van de grote Van Gogh-tentoonstelling in 1990 dan mijn taak zou zijn. Nu opnieuw zo'n donkere rit, maar in plaats van de opwinding van iets nieuws nu het deels voldane, deels ook onzekere gevoel dat ik een bepaalde fase afsluit, het slotakkoord van een veelbewogen akte. Het is volbracht.

Maandag

Het museum is de komende drie dagen gesloten. Voor het eerst sinds vier maanden is de omgeving volstrekt uitgestorven, geen rij voor het kaartjeskantoor, zelfs geen zwerver in ons nieuw aangelegde tuintje. Het tapijt in het restaurant lijkt wel een slagveld. Een schilder is al driftig bezig de sporen van 860.000 bezoekers uit te wissen. Op de etages collega's uit Boston, Kopenhagen, Helsinki en het Musee d'Orsay in Parijs. De koeriers die de werken terugbegeleiden wordt voor het inpakken nog twee uur gegund de tentoonstelling intact te genieten. Meestal zien ze weinig meer dan depots en platforms op vliegvelden. Iedereen vol besef van het unieke moment, maar net als bij een afscheid heerst overal verlegenheid wat te zeggen, wat te voelen. Maak zelf ook de laatste ommegang, het museum heeft er nog nooit zo mooi uitgezien. Maar de kisten worden al op de verdieping gereden en rond 11 uur gaan de eerste doeken van de muur. Me omgekeerd en naar mijn kamer gegaan. Op mijn bureau felicitaties en curieuze brieven; van drie kunstenaars uit China die een hommage aan Van Gogh brengen, als schilder van de 'Butter Fly Flowers'. Uit Praag een fax met een doorboord hart en de naam HAVEL erop, een gigantisch boeket van sponsor KLM. Voor het eerst sinds lang weer eens op een gewone tijd het museum verlaten. Met Gerlof en Ton op het terras van de Italiaan op de Lindengracht gegeten, heerlijk zwoel weer. IJsjes etend terug, maar onwil om al naar huis te gaan, dus bleven we nog een half uurtje hangen op een brug over de Keizersgracht om van de vallende avond te genieten.

Dinsdag

Vergaderdag, eerst staf en daarna directieteam. Ondanks de herinrichtingsdrukte goede opkomst. Programma van eisen voor de nieuwe vleugel kort aan de orde gesteld. Behalve nieuwe tentoonstellingszalen moet de nieuwe vleugel ook meer depotruimte opleveren en een nieuwe bibliotheek. Tussen de middag een praatje van een half uur gehouden voor de Amsterdamse zakenwereld over de Van Gogh-tentoonstelling. Daarna terug naar het museum om mijn echte oude handwerk te hernemen; het 'hangen' van de verdieping met onze collectie tijdgenoten. Het is even een schok een dromerig parktafereeltje van Besnard te hangen waar drie dagen tevoor nog Van Goghs Parijse zonnebloementriptiek prijkte. Hield rekening met enkele kersverse aankopen die we op veilingen in Londen deden en die volgende week pas arriveren. Er komt een topwerk van Matthijs Maris bij, 'Meisje met geiten', en een sober stilleven met fruit en bloemen van Puvis de Chavannes, een unicum in het oeuvre van deze schilder die vooral om zijn monumentale wandschilderingen beroemd werd. Puvis' portret van ene Benon inspireerde Van Gogh tot zijn Dr. Gachet. Het toeval wil dat Puvis'.

lleven aan diezelfde Benon is opgedragen. Sinds ik directeur ben, hebben we zo'n dertig werken aangekocht. We streven er niet alleen naar de context om Van Gogh te tonen, maar in bredere zin in ons museum de presentatie van de laat-negentiende eeuwse kunst te brengen, vooral de buitenlandse.

Ondanks alle aandacht die tentoonstellingen altijd krijgen blijft het aankopen, het bouwen aan de verzameling, de basis van alles en de bevredigendste kant van ons vak. Het is het enige dat werkelijk beklijft, en als een aankoop geslaagd is en mensen er zich op den duur aan hechten, is er weer een kleine cultuurdaad gesteld.

Woensdag

Toen ik om tien uur de derde verdieping opkwam waren alle gisteren uitgezette schilderijen al gehangen, op het kolossale Victoriaanse schilderij van Boughton na, dat extra voorzieningen behoeft. Een net verworven bloemstilleven met klaprozen van Floris Verster (1,60 m hoog!) domineert de eerste zaal, en het even nieuwe gezicht op Grenoble van Jongkind houdt het prima naast de Monet die we te leen hebben van het Richmond Museum uit Virginia.

Conservatoren Louis van Tilborgh en Sjraar van Heugten, die de grote Van Gogh-tentoonstelling hebben gemaakt, richtten nu de vaste Van Gogh-opstelling weer in. De laatste zaal wou niet erg vlotten. Door de komende Briefschetsen-tentoonstelling en een twintigtal bruiklenen aan Essen was het einde van Arles een beetje dun geworden, maar we kwamen er na wat schuiven toch goed uit. Alles hangt wat ruimer dan vroeger, waardoor de werken aan uitstraling winnen.'s Middags naar het Theater Instituut, waar ik in het bestuur zit. Het is iedere keer een genot het imposante Bartolottihuis aan de Herengracht, binnen te gaan. Alleen, als De Moucheron had geweten dat zijn wandschilderingen in de Voorzaal ooit de achtergrond voor een standaard met postcards zouden vormen, zou hij - net als ik trouwens - diep gegriefd zijn.

Terug op het museum tegen vier uur. De uitnodigingenlijst voor de Emile Bernard-tentoonstelling doorgenomen, en met Cornelia Peres, de restaurator het al of niet uitlenen van twee pastels van Segantini besproken. We stellen de beslissing uit tot conservator Fred Leeman terug is uit Essen.

Tegen zeven uur krijg ik van Henk een lift naar huis. Voor het museum passeren we Arthur van Schendel van het Amsterdamse Uitbureau. Ik zie zijn blik gaan over de doodstille facade van het museum en zie hem denken: Sic transit gloria mundi!

Donderdag 2 augustus

Het tapijt in het restaurant ziet er - met een beetje goede wil - weer maagdelijk uit. Maak een ronde met Ton en Stefan door het grote gebouw voor de laatste puntjes op de i. De bos zonnebloemen bij de winkel hangt er slapjes bij. Er staat sinds negen uur al weer een rij voor de deur, die een uur later is aangegroeid tot aan het Stedelijk. Om tien uur open: aanvang van het na-ijl-effekt, en een nieuw begin.