Gulden weet zich tegenover Duitse mark te versterken

UTRECHT, 4 aug. In toenemende mate worden de mondiale financiele markten gekenmerkt door onrust en fluctuaties. Deze week kregen marktpartijen het nodige economische en politieke nieuws te verwerken, wat niet zonder gevolgen bleef voor de Nederlandse rente. Zo bereikte begin van de week de dollar bijna zijn 'all-time low' na de publicatie van teleurstellende groeicijfers, die de kansen op een recessie van de Amerikaanse economie verder deden vergroten. Belangrijkste item deze week evenwel vormde de invasie door Irak in Koeweit. Wereldwijd liepen zowel de aandelen- als obligatiekoersen terug, terwijl olie en goud en in eerste instantie ook de dollar fors stegen. Met name de gevolgen van de olieprijsstijgingen voor het inflatietempo droegen bij aan oplopende rentetarieven. In ons land was de kapitaalmarktrente gistermiddag weer gestegen tot 8,9 procent. Hoewel bij het uitblijven van verdere escalaties in het Midden-Oosten sprake lijkt van een overreactie, zal het toegenomen onzekere sentiment zeker niet bijdragen tot een positief renteklimaat. Voor ons land speelt bovendien mee, dat de gulden zich nog steeds onderin het EMS bevindt. Weliswaar heeft de gulden zijn laatste plaats overgedaan aan de Deense kroon en Ierse pond, maar de lire bevindt zich onveranderd op de maximale bandbreedte. De positie van de peseta was afgelopen week wel iets teruggelopen, mede door een aantal geldmarktinterventies van de Spaanse centrale bank.

Het enige positieve nieuws vormde de duidelijke positieverbetering van de gulden tegenover de mark. Dit was mede het gevolg van het forse aanbod van nieuwe emissies op de Duitse kapitaalmarkt. De Westduitse overheid plaatste voor in totaal D-mark 8 miljard aan leningen, Oost-Duitsland gaf in twee tranches voor D-mark 3,6 miljard aan obligaties uit. De Nederlandsche Bank handhaafde niettemin het tarief op de laatste speciale belening op 8 procent. In het licht van de politieke situatie in het Midden-Oosten en de blijvende spanning in het EMS is het uiteraard niet verwonderlijk dat de centrale bank voorlopig een behoedzame koers zal volgen.

Eurokapitaalmarkt

Een stagnerende Amerikaanse economie speelt de marktpartijen op de valuta- en kapitaalmarkten parten. Nadat vorige week bekend werd gemaakt dat de economische groei in het tweede kwartaal een teleurstellende 1,2 procent bedroeg daalde de dollar, hierbij geholpen door de relatief lage Amerikaanse rente, bijna tot een na-oorlogs dieptepunt. Dat dit net niet werd bereikt kan worden toegeschreven aan winstnemingen en de Iraakse invasie in Koeweit. Zelfs deze inval kon echter niet verhinderen dat de economische fundamentals kwamen bovendrijven. Na een eerdere forse stijging sloot afgelopen donderdag de dollar weliswaar hoger, maar dit kon meer worden toegeschreven aan de stijging van de olieprijzen dan aan de veilige haven-functie die de dollar geacht wordt te vervullen in tijden van onrust. Met name Japan is qua olie-leveranties afhankelijk van het buitenland en de zorg over de inflatoire implicatie van de gestegen olieprijzen drukten zowel de koers van de Yen als de koersen van de Japanse staatsleningen. Dit kan niet worden gezegd van de koers van Amerikaanse treasuries, die onder invloed van het BNP-cijfer per saldo een lichte daling lieten zien. Het ecart tussen de Amerikaanse en de belangrijkste niet-Amerikaanse rentes is hierdoor verder afgenomen. Samen met de lagere dollar wordt het hierdoor steeds minder attractief voor buitenlandse beleggers om het steeds groter wordende Amerikaanse overheidstekort te financieren. Dat de verzwakkende economie zich doet gelden in het begrotingstekort werd afgelopen week duidelijk toen het Amerikaanse Ministerie van Financien bekend maakte dat de financieringsbehoefte in het derde kwartaal 63,5 miljard dollar bedraagt. De aandacht van de marktpartijen is dan ook gericht op de veiling van Amerikaanse staatsleningen, die volgende week plaatsvindt. Ook de eurokapitaalmarkt werd beinvloed door de dollar. Met name donderdag toen de dollar terrein won op de Yen, daalde de rentespread tussen euro- en binnenlandse dollarleningen. In een rustige emissiemarkt bracht Unilever een 7 jaars 97/8-procent lening uit in het Franse franc segment. De lening, groot 1 miljard franse franc, had door de uitgiftekoers van 101,40 procent een effectief rendement van 9,60 procent en werd goed ontvangen.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek